Posts tonen met het label 18xx. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 18xx. Alle posts tonen

woensdag 23 oktober 2013

Groeten uit Bottrop (bij Essen)

Het is even stil geweest hier, maar nu Spiel voor de deur staat, wil ik toch wel weer eens wat posten. De maandoverzichten van de afgelopen tijd houd je van me tegoed; nu gaat het om de preview op Spiel '13, de spellenbeurs in Essen.
 
Vanmiddag ben ik aangekomen bij mijn hotel in de industriestad Bottrop. Morgen gaan de deuren van de Messe open. Wat staat er dit jaar op het programma? Net zoals ieder jaar natuurlijk spellen spelen, voor zover mogelijk. Maar vooral door de hallen dwalen. Dat is dit jaar zeker het geval, omdat de beurs nu in een ander deel van de Essense jaarbeurs plaatsvindt, wegens een verbouwing. Voorgaande jaren stonden uitgevers vrijwel allemaal op vaste plaatsen in de hallen, maar dit keer wordt het dus zoeken.
 
Naar welke spellen ga ik op zoek? Tja, dat weet ik eigenlijk ook niet zo precies. Ik heb de gigantische lijst van nieuwe spellen, die ieder jaar op BoardGameGeek gepubliceerd wordt, helemaal doorgenomen, maar er stond relatief weinig in wat mij echt opviel.
 
Van slechts twee spellen weet ik zeker dat ze met me mee naar huis mogen. De eerste is, zoals altijd, de nieuwe Hoogspanning-uitbreiding. Dit keer zijn Australiƫ en India aan de beurt. Ik ben erg benieuwd naar de eerste kaart: zelf heb ik ooit ook een Australische kaart ontworpen, waarbij het probleem was dat bijna het hele eiland onbewoond was, en er dus gigantische verbindingskosten betaald moesten worden om de ene kust met de andere te verbinden. Ik ben benieuwd hoe Friedemann Friese dit opgelost heeft. In India hebben de spelers last van stroomuitval, door gebrekkige netwerken.
 
De andere zekerheid is 1862, de 18xx die zich afspeelt in het oosten van Engeland (East Anglia). Voor dit spel is een paar maanden geleden een Kickstarter-campagne gehouden, die ik gesteund heb. Op Essen is dit spel nu al te koop (en voor mensen die 'm gekickstart hebben, natuurlijk gratis af te halen). Het bijzondere aan 1862 is dat er zeer veel kleine maatschappijen opgestart kunnen worden op een relatief klein gebied. Deze kunnen dan samensmelten tot grotere maatschappijen. Het spel ziet er goed uit, en is van dezelfde auteur als het geweldige 1860. Dat belooft veel goeds.
 
Over treinenspellen gesproken, op Essen komt ook het spel Russian Railroads uit, van Helmut Ohley en Lenny Orgler. Dit zijn twee ontwerpers van innovatieve 18xx-en (1848, 1880 etc.). Het uitgangspunt voor Russian Railroads was om een worker-placement versie te maken van een 18xx-spel. Dat klinkt niet onaardig, en gezien de auteurs is dit spel de moeite van het proberen waard. Of dat op Essen zal zijn, dat weet ik nog niet, want een week geleden hoorde ik dat RR bij 999 Games uitgebracht gaat worden.
 
Een spel waarmee ik Russian Railroads nogal eens verwar, is American Rails. Dit is een iets ouder spel dat tot nu toe slechts in beperkte oplage is verschenen, maar nu door het Nederlandse Quined Games opnieuw en in een grote oplage is verschenen. AR wordt vergeleken met Chicago Express, een treinenspel waar ik veel goede dingenover heb gehoord, maar dat ik te weinig heb gespeeld om op waarde te kunnen schatten. Ook dit is een misschien.
 
Ik ga ook even kijken bij de Japanse stand, die altijd leuke kleine spelletjes heeft, zoals vorig jaar Love Letter. Dit jaar trok mij de beschrijving van Say Bye to the Villains, een cooperatief kaartspel, gebaseerd op beperkte informatieoverdracht. Dat klinkt als het Japanse antwoord op Hanabi. Voor de prijs hoef ik het niet te laten, dus Say Bye maakt een goede kans om door mij gekocht te worden. Ze hebben ook een zelfde soort mini-kaartspel als Love Letter, die zelfs gebruikt kan worden als uitbreiding op dat spel. Ik ben de naam even kwijt, maar misschien ga ik die ook kopen. (En dan moet de Japanse versie van Love Letter natuurlijk ook mee.)
 
Daarnaast zijn er ook nog wat traditionele Euro-spellen die mij opvielen: Yunnan, door het thema (Chinese theepantages), Bremerhaven (door de uitvoering in de stijl van Le Havre), Spyrium (van de maker van Caylus), en Wildcatters (een spel over olie,waar ik van meerdere kanten positieve geluiden over ontvangen heb.
 
Ongetwijfeld ga ik met hele andere spellen thuiskomen dan ik hier genoemd heb, maar dat hoort er natuurlijk bij. Vanaf morgenochtend gaan we het meemaken. Ik kan niet wachten!

zondag 30 juni 2013

Mei 2013

Mei was een topmaand, voor wat mijn gespeelde spellen betreft: maar liefst 92 keer kwam er een spel op tafel. Veel daarvan gebeurden tijdens het hemelvaartsweekend, toen ik met een aantal vaste tegenspelers van De Rode Dobbelsteen, de Haagse spellenclub, een paar dagen op de hei zat.
 
En wat heb ik zoal gespeeld? Natuurlijk het gebruikelijke: 9 keer Dominion, en 5 keer Family Fluxx, Hanabi, Tac en Pandemie. Maar er waren ook nieuwe spellen. Er zaten geen echte topspellen bij, maar de betere van de 6 spellen waren wel de moeite waard. Hieronder staan ze weer, op volgorde van hoe goed ik ze vond.
 
 
Op een eiland in Samoa komt iedere week een nieuwe groep toeristen aan. Elke speler heeft een hotel, en probeert de toeristen te lokken. Iedere ronde kies je tegelijk een kaart uit je hand met een kamerprijs. Hoe hoger de prijs, des te meer je verdient aan een toerist, maar de toeristen gaan natuurijk alleen naar de spelers met de laagste prijs. Als deze tenminste nog kamers vrij hebben, want alle gasten blijven meerdere weken, en pas als ze vertrokken zijn, kan je weer nieuwe toeristen toelaten.
 
Op de kaarten met de kamerprijs staat ook een bedrag waarvoor je een investering mag doen. Iedere ronde worden een paar investeringen opengedraaid: een extra kamer, of een zwembad. En de spelers met de hoogste biedprijs mogen als eerste zo'n investering kopen.
 
Ik heb mij vermaakt met Hotel Samoa. Je moet steeds alert blijven op wat andere spelers doen, hoeveel toeristen ze voor je weg kunnen kapen als je een hogere prijs vraagt voor je kamers. Het systeem met de komende en vertrekkende toeristen zit goed in elkaar, en alles bij elkaar is het een uitdagend (maar niet supercomplex) spel.
 
 
Dit is een obscuur werkverschaffingsspel, dat een medespeler uit Duitsland had meegenomen. Het opvallendst aan deze titel is het thema: de wetenschappelijke revolutie van de 17e eeuw. Iedere speler is een personage uit die tijd: Galilei, Newton, Leibniz, en zo voorts. Aan het begin van iedere ronde zetten zij om de buurt een "energie" in om een actie te ondernemen: invloed verzamelen, research, experimenteren, of publiceren.
 
In het midden van het bord is een aantal onderzoeksgebieden afgebeeld. Zo kan je research doen op bijvoorbeeld het gebied van de integraalrekening, of de zwaartekracht. Of dat slaagt, hangt af van een worp met de dobbelsteen. Als je later in een ronde aan de beurt bent, is daarbij de kans op succes groter. Daarna kan je experimenten doen; en als die slagen, dan kan je erover publiceren. Meerdere wetenschappers kunnen op hetzelfde traject bezig zijn, maar alleen de speler die het eerst publiceert, krijgt de punten. En daarna heeft iedereen kennis van de nieuwe theorie, en kan er aan de volgende ontdekking gewerkt gaan worden.
 
The New Science is een geslaagd spel over een interessante periode in de wetenschapsgeschiedenis. Het onderwerp is wat aan de droge kant, maar er zit genoeg spanning in de race om te kunnen publiceren.
 
 
Als je niet van Fluxx houdt, dan is dit kaartspelletje niets voor jou. Iedere kaart die je speelt kan iemand laten winnen of verliezen. Zo is er een kaart dat iedereen die niets blauws draagt, verliest, of iemand die "ja" of "nee" zegt. Het resultaat is een volledig chaotisch spel. Als je ervan houdt, dan is het hilarisch om een paar ronden te spelen. Gelukkig duurt een spelletje nooit erg lang, want voor je het weet ligt iedereen uit het spel.
 
 
Vergeleken met het echte Agricola is het 2-spelersspel sterk vereenvoudigd: er zijn nog maar een paar investeringen, geen ambachten, en je kan geen graan meer verbouwen of je familie uitbreiden. Je kan dieren krijgen en fokken, en je kan grondstoffen verzamelen voor het bouwen van hekken en stallen en zo.
Er zijn hier geen handenvol met kaarten, dus het toeval speelt vrijwel geen rol in dit spel. Wat dat betreft is dit het meest te vergelijken met de familie-variant van het "echte" Agricola. Zelf ben ik een liefhebber van het "gevorderde" Agricola, met de kaarten. Het twee-spelerspel vind ik daarom zelf wat te simpel. Natuurlijk, het duurt een stuk korter. Maar dan speel ik liever andere korte spellen.
 
 
In dit spel speelt de ene speler met jagers en houthakkers. Hij krijgt punten voor de dieren die hij schiet, en voor de bomen die hij omhakt. De andere speler speelt met vossen en beren, en wil juist de jagers en houthakkers opeten (met de beren). Iedere soort tegels heeft andere eigenschappen: een eigen manier van zetten, en andere soorten tegels die ze op kunnen eten. De beer is los! is dus een asymmetrisch spel, dat je eigenlijk twee keer moet spelen, waarbij de spelers halverwege van rol verwisselen.
 
Aan het begin van het spel liggen alle tegeltjes omgedraaid. In je beurt mag je kiezen: of je keert een tegeltje om, of je zet met een van je al omgedraaide tegels. Helaas kan je vantevoren niet zien welk tegeltje van jou is. Het kan dus gebeuren dat in het begin van het spel alleen tegels van een speler worden omgedraaid. Deze heeft dan voor de rest van het spel een groot voordeel. De keer dat ik het speelde, gebeurde dit allebei de keren in mijn voordeel, waardoor ik ruim won, maar dat had dus niets met mijn eigen goede spel te maken.
 
Deze ene keer spelen heeft een slechte nasmaak bij mij achtergelaten, en ik zal dit dus ook niet snel meer op tafel leggen. Jammer.
 
In dit kinderspel draai je een voor een kaarten om. Op de meeste kaarten staan appels, peren en wormen. Maar op sommige kaarten staat bijvoorbeeld een mandje met appels. Als zo'n kaart opengelegd wordt, moet je zo snel mogelijk roepen hoeveel appels (of peren, of wormen) er voorbij gekomen zijn. Wie het snelst het goede antwoord roept, wint dit punt.
Toffe peren is een kinderspel, maar ik zou het geen kind aan willen doen om dit te spelen. Ik hou niet bijzonder van snelheidsspellen, en dit is geen uitzondering.
 
 
 
 
Naast al deze spellen heb ik ook een paar nieuwe uitbreidingen gespeeld:
 
Dit is een variant op de klassieker 1830, die zich afspeelt in Nederland. Waar de meeste spellen binnen de 18xx-familie nieuwe regels introduceren, is 18Kaas alleen een nieuwe kaart; verder gebruik je al het materiaal van 1830. Het spel verloopt dan ook op de bekende manier, alleen kan je niet uitgaan van je ervaring welke spoorwegmaatschappijen het beste zijn.
 
 
Carcassonne wordt nog leuker als je er uitbreidingen aan toevoegt... maar dat moeten dan wel de juiste uitbreidingen zijn. Onderhand zijn er wel heel veel verschenen, en niet allemaal van de hoogste kwaliteit. In mei heb ik er drie geprobeerd die ik nog niet kende. Van deze drie ben ik vooral gecharmeerd van de mini-uitbreidingen.
 
Zowel de Veerboten als de Vliegtuigen zijn leuk, brengen extra keuzes in het spel, maar maken het niet veel langer. Ze bestaan dan ook elk maar uit een stuk of twaalf tegeltjes. Op de tegeltjes van de Veerboten-uitbreiding staan vijvers afgebeeld. Als je deze aanlegt, dan kan je houten stokjes gebruiken om op dee vijvers veerverbindingen te maken tussen wegen. Zo kies je dus zelf welke wegen doorlopen over deze tegels, en welke doodlopen.
 
Als je een tegel met een vliegtuig trekt, moet je deze aanleggen als een gewone tegel. Daarna mag je een van je poppetjes normaal op deze tegel zetten, of je kan er een vlieger van maken. Als je dat doet, mag je een dobbelsteen gooien, en verplaats je je vlieger zoveel tegels in een rechte lijn. Op de tegel waar het poppetje landt, mag je 'm laten staan in een niet-afgemaakt gebied (stad, weg, weiland, etc.). Is er zo'n gebied niet op die tegel, dan neem je je poppetje weer terug.
 
Vergeleken met deze uitbreidingen is Bruggen, Burchten en Bazaars te groot. Deze uitbreiding verlengt het spel teveel, en maakt het hier en daar te complex. Ik vond deze minder leuk dan de eerste twee grote uitbreidingen, die Carcassonne echt leuker maken.
 

vrijdag 31 mei 2013

April 2013

April ligt alweer een tijdje achter ons, dus het wordt wel weer tijd voor een maandoverzicht. Er kwam in totaal 53 keer een spel op tafel; daarmee was april een gemiddelde spellenmaand. Dominion heb ik met 7 keer het meest gespeeld.
 
Er waren 7 spellen die ik deze maand voor het eerst speelde. Ik zet ze op een rijtje, in volgorde van hoe goed ik ze vind:
 
 
Het is niet de eerste keer, en het zal ook niet de laatste keer zijn: opnieuw staat een 18xx bovenaan mijn lijstje. 1848 speelt zich af in Australiƫ. Ik heb het spel nu in totaal 3 keer gespeeld, en ben er nog lang niet op uitgekeken; iedere keer is het weer anders verlopen.
 
De 'gimmick' waarmee 1848 zich onderscheidt van andere spellen in het genre is de Bank of England. De spoorwegmaatschappijen kunnen iedere ronde een lening afsluiten, om zo geld te vergaren voor nieuwe treinen of spoortegels. Dit geld is afkomstig van de BoE, die een aparte maatschappij is, met zijn eigen aandelen. Als spelers deze aandelen kopen, hebben zij er belang bij dat er zoveel mogelijk leningen genomen worden.
 
Het nemen van leningen gaat ten koste van de aandelenkoers van het bedrijf; zakt deze prijs door het minimumniveau, dan gaat het bedrijf failliet, neemt de BoE de stations over, en zo krijgen de aandeelhouders van de Bank extra dividend.
 
1848 is een bijzonder aardige 18xx-variant, die ook nog eens niet al te lang duurt: wij deden er zo'n 4,5 uur over, ongeveer even lang als over 1830.
 
 
Het spel McMulti is een oud spel: de eerste versie (onder de naam Crude) dateert uit de jaren '70. Het was voor die tijd een modern spel, dat al snel een cult-status verkreeg vanwege de kwaliteit en de slechte verkrijgbaarheid. Niet lang geleden is het spel opnieuw uitgebracht, en die versie (in het Duits "McMulti") heb ik gespeeld. En het viel niet tegen.
 
In McMulti probeer je geld te verdienen aan olie. Er zijn twee markten, een voor ruwe olie en een voor benzine, waarop je kan kopen en verkopen. Ook kan je installaties bouwen: bijvoorbeeld boortorens om olie te winnen, raffinaderijen om olie om te zetten in benzine, en benzinestations om de benzine aan automobilisten te verkopen. Deze gebouwen zet je allemaal in eigen 6x6 rooster. Iedere beurt gooi je twee dobbelstenen die samen een vakje in je rooster aanwijzen; het gebouw dat daar staat, mag je die beurt gebruiken.
 
Het mooie van McMulti is dat je overal geld mee kan verdienen. De prijs van de gebouwen die je bouwt, is afhankelijk van de langzaam veranderende economische situatie. Is er hoogconjunctuur, dan zijn de gebouwen duur, dus dan kan je de boortorens gewoon verkopen, voor een prijs die een veelvoud is van de aankoopprijs ten tijde van een recessie. Zo bepaal je, ondanks de stevige toevalsfactor in het spel, toch grotendeels zelf je strategie.
 
Of McMulti een blijvertje op tafel is, dat weet ik niet. Ik ben wel blij dit legendarische spel een keer gespeeld te hebben.
 
 
Nog een "heilige graal", maar dan van een recenter datum. In Taluva bouw je een landschap op uit tegels, en daar mag je dan vervolgens dorpjes op bouwen. Maar anderen kunnen dan weer tegels neerplanten bovenop de eerder gelegde tegels, waardoor je een deel van je dorp weer kwijtraakt. Wordt een dorp groot genoeg, of staat het hoog genoeg op het spelbord, dan kan je torens of tempels bouwen, en daar win je het spel mee.
 
Taluva is niet onaardig, maar wat mij betreft te afhankelijk van het toeval. Ook is er met vier spelers teveel gelegenheid om jouw strategische plannen dwarsbomen, waardoor er te weinig grote gebouwen op het bord komen. Met die kleine aantallen middelt het geluk zich niet goed uit.
 
Het is wel een mooi spel, met mooie dikke tegels die voor een prettige 3D-structuur in het bord zorgen.
 
 
Een racespel over hondenrennen. Je bepaalt de koers van je slee door het uitspelen van kaarten. Je kan kaarten spelen die de snelheid van je honden aangeven; een voor links en een voor rechts; en je kan remmen. De snelheid van je slee wordt gegeven door de som van de hondenkaarten minus de remkaart, en het verschil tussen beide hondenkaarten bepaalt of je naar links of naar rechts getrokken wordt; zo kan je sturen.
 
Als je in een beurt geen kaart speelt op een bepaalde positie, dan blijft de kaart van de vorige beurt zichtbaar. Zo kan je je beurten al een tijdje vantevoren een beetje plannen, hoewel je altijd we afhankelijk blijft van welke kaarten je trekt. Sow Tails voelt daarmee bijna hetzelfde aan als het racespel Powerboats. Maar dan vind ik laatstgenoemde spel toch nog een stukje leuker: sneller, overzichtelijker, lastiger en (ook belangrijk) spectaculairder als het misgaat.
 
 
Een abstract spel, waarbij je kaarten uitspeelt om op een spoor te lopen. Daarbij moet je de positieve stenen pakken door er als eerste langs te lopen, en de negatieve aan andere spelers overlaten. Omdat je van elkaar weet welke kaarten je nog hebt, kan je helemaal uitdenken hoe de andere spelers gaan lopen, en daardoor wordt het nog een best complex spel. Helaas iets te eendimensionaal voor mij; ik vond het niet echt boeiend genoeg om het nog eens te willen spelen.
 
 
Dit is een aardige bezigheid: met behulp van een verzameling lego-blokjes probeer je je teamleden duidelijk te maken welk voorwerp er op jouw kaartje staat. Door de grote verschillen in moeilijkheidsgraad van de verschillende opdrachten is Creationary helaas niet heel gebalanceerd. Toch is het leuk weer eens met lego te mogen spelen. Van alle lego-spellen die ik geprobeerd heb, maakt Creationary het best gebruik van dit speelgoed.
 
 
Zoals de naam al aangeeft, dit is poker met dobbelstenen. Speel dan liever gewoon Texas Hold'em: met kaarten zijn er veel meer kaartencoombinaties mogelijk, waardoor het spel veel meer inhoud heeft.
 

zondag 28 april 2013

Maart 2013

In maart heb ik in totaal 35 spellen gespeeld, een bedroevend laag aantal. Hoogspanning kwam drie keer op tafel, en was daarmee het meest gespeelde spel. Gelukkig was de kwaliteit van de spellen wel in orde. Tussen de zes spellen die ik voor het eerst speelde, zaten twee echte topspellen.
 
Hieronder zoals gebruikelijk alle nieuwe spellen, met de beste voorop:
 
Een mooi en thematisch goed uitgewerkt spel over de koude oorlog. Zie mijn spelverslag voor verdere details.
 
 
 
 
 
 
 
Deze lange en complexe 18xx speelt zich af in China. Maar liefst 14 spoorwegmaatschappijen leggen spoorlijnen aan en laten treinen rijden.
 
Ten opzichte van een doorsnee 18xx-spel zijn er in 1880 een groot aantal nieuwe regels, die het hele spel op de kop zetten. De grootste is ongetwijfeld dat er geen vast aantal bedrijvenrondes tussen de aandelenrondes zitten. In plaats daarvan is er een aandelenronde telkens als de laatste trein van een type wordt gekocht; dat kan dus best ergens halverwege een bedrijvenronde zijn.
 
Verder zijn er ook nog buitenlandse investeerders, die in het begin van het spel rails aanleggen en opgeslokt kunnen worden door binnenlandse maatschappijen, en er zijn regels die de opkomst van het communisme simuleren; in deze fase veranderen de aandelenkoersen niet.
 
Zoals veel 18xx-en is 1880 een lange zit: wij deden er zo'n 8 uur over. Maar het was wel een heel bevredigende ervaring (al was het nog leuker geweest als ik wat hoger geeindigd was).
 
 
Een treinenspel dat in de verte aan Hoogspanning doet denken. Op een kaart van New England (het deel van de V.S. ten noordoosten van New York) bouw je een spoornetwerk. Ondertussen verzamel je kaartjes van bedrijven, die iedere beurt geld opleveren; natuurlijk krijg je meer geld als je spoor hebt liggen in de steden waar deze bedrijven zich bevinden.
 
Daarnaast krijg je ook inkomsten door langeafstandsverbindingen (bijvoorbeeld als je zowel New York als Boston aangesloten hebt op je netwerk), en door de meeste steden per staat aangesloten te hebben.
 
De uitdaging in het vroege deel van het spel is om je uitgaven niet al te veel uit de hand te laten lopen; spoor bouwen is duur, en geld lenen kost ook geld. Naarmate het spel vordert lopen de inkomsten op, en kan je je leningen afbetalen. Hetzelfde principe als in bijvoorbeeld Age of Steam, al vind ik het in dat spel nog wat meer geslaagd.
 
RoNE smaakt zeker naar meer, maar de zijn forse speelduur is niet helemaal in evenwicht met de hoeveelheid speelplezier.
 
 
"Betaaldag" is een wat ouder kaartspelletje. Iedere speler bezit een aantal kaarten met werklui in vier soorten. Als je aan de beurt bent, mag je je hand wijzigen door een kaart af te leggen, om te ruilen, of te trekken. Daarna wordt een opdrachtkaart omgedraaid. Voor iedere opdracht is een bepaalde mix van werklui nodig. Elke speler bepaalt nu in een blinde bieding hoeveel geld ze vragen voor het vervullen van de opdrachtkaart. De speler die het minste vraagt, voert de opdracht uit, ontvangt het gevraagde bedrag, en is zijn werklui twee ronden lang kwijt.
 
Maar soms wordt in plaats van een opdracht, een betaaldagkaart omgedraaid. Nu moet iedereen salaris betalen aan de werklui die ze nog op de hand hebben. Je kan dus niet eindeloos je hand uitbreiden door iedere beurt een werkman te trekken; dan ga je geheid failliet.
 
Zahltag is een simpel spelletje, leuk als tussendoortje.
 
 
In deze doos zitten 60 houten staafjes, die gelijk verdeeld worden onder de spelers. Daarna mogen de spelers om de beurt een staafje op het bord leggen. Als je een staafje als een brug op twee andere staafjes legt, dan mag je gelijk nog een keer. Dat moeten wel twee staafjes op hetzelfde niveau zijn, en op ieder staafje mag maar een andere liggen.
 
De speler die het eerst al zijn staafjes kwijt is, heeft gewonnen. Het is dus zaak om je staafjes zo neer te leggen dat de volgende speler geen dubbele zet uit kan voeren. Het spel bevat daarmee wel enige strategie, maar wat mij betreft is het te simpel om echt leuk te zijn. Ik hou wel van echte behendigheidsspellen, maar ook dat aspect komt in Lakota niet goed uit de verf.
 
 
Een simpel race-spelletje. Voor elk van de drie paardenraces wijs je drie paarden aan die volgens jou gaan winnen. Daarna gooi je om de beurt met een dobbelsteen, en kies je een van de paarden uit om vooruit te zetten. Op de dobbelsteen staan verschillende symbolen, en voor ieder paard hoort bij een bepaald symbool een verschillend aantal velden dat 'ie vooruit mag. In theorie heb je dus de winstkansen in eigen hand.
 
In de praktijk heeft het geluk de overhand. Met 5 spelers is het spelverloop zo chaotisch, dat er van strategisch spel geen sprake is. Het spelplezier blijft beperkt tot wat leedvermaak, als je een paard van een andere speler slechts een of twee stapjes vooruit hebt gezet. Geen aanrader.
 

donderdag 31 januari 2013

December 2012

In de voorbije maand december heb ik 31 verschillende spellen in totaal 52 keer gespeeld. Daarmee was het een gemiddelde maand qua aantal gespeelde spellen. Dominion speelde ik het vaakst: maar liefst 12 keer, meestal met een prominente rol voor de nieuwste uitbreiding Dark Ages.
Van al die spellen had ik er twaalf nog niet eerder gespeeld. Zoals gewoonijk zet ik die hieronder op en rijtje. Het beste spel staat traditiegetrouw voorop, maar deze maand kon ik niet kiezen tussen de twee topspellen. Een ex equo eerste plaats dus. En daarmee waren dit gelijk ook mijn twee beste spellen van het hele jaar 2012.
Eigenlijk vreemd dat ik Age of Steam nog nooit eerder had gespeeld. Wel het jongere broertje, Steam. AoS heeft de reputatie een genadeloos spel te zijn, waarin de kleinste fouten worden afgestraft. Steam bleek daarvan een slap aftreksel te zijn, waarbij ik moet aantekenen dat ik alleen de meest eenvoudige regelvariant geprobeerd heb.
Het origineel blijkt wel aan mijn verwachtingen te voldoen. Dit is nu echt een spel waarbij je voortdurend moet blijven opletten . De eerste helft van het spel wordt je gedwongen leningen af te sluiten om te betalen voor je uitdijende netwerk. Door het afleveren van blokjes hoort je inkomen daarna snel te stijgen, zodat je tegen het einde een positieve cashflow hebt. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Je hebt je geld iedere ronde ook besteden aan de veiling voor de beurtvolgorde. Dat is een van de belangrijkste beslismomenten van het spel. Helaas mag je tijdens de veiling en tijdens de bouwfase geen geld meer bijlenen; dat mag alleen helemaal aan het begin van een ronde. Zodoende moet je dus je hele beurt al plannen voordat je weet wat de andere spelers zouden wilen gaan doen.
Age of Steam is een geweldig spel, dat ik nog vaak hoop te spelen. Er zijn stapels met uitbreidingen voor verschenen, zodat de kans klein is dat je er snel op uitgekeken raakt.
De andere winnaar van 2012 is er eentje uit een voor mij vertrouwder genre. 1846 gaat zoals alle 18xx-spellen over de handel in aandelen van een aantal treinmaatschappijen. Die maatschappijen proberen vervolgens winst te maken door rails aan te leggen, stations te bouwen en treinen te laten rijden.
1846 valt in dit genre op door een relatief korte speelduur (mijn eerste spel duurde minder dan 4 uur). Daarbij leek het spel nog een stuk sneller te gaan, omdat de maatschappijen al na een paar ronden behoorlijke inkomsten hadden. Het spel is vrij simpel gehouden, met niet al te complexe regels met weinig uitzonderingen.
De grootste complicaties zitten in de prive-maatschappijen, die aan het begin van het spel uitgedeeld worden. Deze privates hebben ieder een eigen karaktereigenschap, die het spel erg kunnen beĆÆnvloeden. In de doos zitten meer privates dan per spel gebruikt worden, en daarvan worden dan altijd een aantal getrokken waarmee gespeeld wordt. Zo is het spel altijd anders.
1846 is een topspel binnen zijn genre. Ik heb het spel in bestelling bij de uitgever, die het hopelijk dit jaar nog kan leveren. Ik kan niet wachten tot ik met mijn eigen exemplaar kan spelen.
En nog een spel over treinen. Nou ja, trams eigenlijk. En dat geeft al aan dat dit spel een stuk lichter is dan de vorige twee. Door tegeltjes met tramrails neer te leggen probeer je een route te maken langs een aantal tramhaltes op het bord. Als de route compleet is, wordt er een trammetje op de beginhalte geplaatst, en mag je 'm door dobbelen proberen zo snel mogelijk naar de eindhalte te brengen.
Linie 1 is niet heel zwaar en strategisch, al kan je elkaar wel lekker dwarszitten door de rails langs de verkeerde kant van de halten te sturen. Ik heb het echt met plezier gespeeld, en zou het graag vaker op tafel zien.
Saturn is een van mijn beste aankopen in de kringloopwinkel van het afgelopen jaar: op BoardGameGeek is het zelfs tot kringloopvondst van de week uitgeroepen. Dat komt voornamelijk doordat het zo'n mooi spel is. Het bestaat uit drie grote houten ringen, die zodanig op elkaar liggen dat ze onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. De spelers proberen nu om houten ballen in verschillende formaten op de ringen te leggen, zonder dat de ringen de tafel aanraken. Daarbij zijn ballen op de buitenste ring meer punten waard dan ballen op de binnenste ring, en grote ballen meer punten dan kleine ballen.
Ik hou wel van behendigheidsspellen. Saturn is niet het beste spel in dat genre; wat dat betreft zijn de keuzes die je iedere ronde maakt te eenvoudig. Maar de prachtige uitvoering van het spel compenseert daarvoor, en maakt dit spel tot een geslaagd tussendoortje.
Dit is een aardige variant op het bekende tegellegspel Carcassonne. Mayflower is gebaseerd op de kolonisatie van Amerika. Aan de rechterkant van de tafel ligt de al ontdekte oostkust, en van daaruit kan je door tegels aan te leggen de rest van het land ontdekken. Na het neerleggen van een tegel kan je er natuurlijk een mannetje op plaatsen, en daarna worden steden of wegen die helemaal af zijn geteld.
Er lopen ook twee landmeters over het bord. Deze beginnen aan de kust, en lopen bij iedere stad of weg die af is een kolom naar het westen. Dat is mooi, want als je punten krijgt voor een mannetje dat in dezelfde kolom staat als een van de landmeters, ontvang je daarvoor een bonus. Maar mannetjes die dichterbij de kust staan dan beide landmeters worden van het bord verwijderd. Het kan soms winstgevend zijn om nog even te wachten met het afsluiten van een weg totdat de landmeters in de buurt zijn, maar als je te lang wacht, krijg je helemaal geen punten. Vooral met een hoog spelersaantal kan dat makkelijk gebeuren.
Mayflower zal het basisspel niet uit mijn collectie verdringen. De oerversie is een ideaal licht spel om ook met niet-spelers te kunnen spelen. Mayflower biedt dan weer iets meer uitdaging voor de ervaren spellenspeler.
Take 10 (11 Nimmt)
Dit neefje van Take 5 (6 Nimmt, in het Duits) is een geslaagd tussendoortje, dat je zelfs met een grote groep spelers nog prima op tafel kan zetten. Net zoals in Take 5 speelt geluk een grote rol, maar dat stoort me in dit spel totaal niet. Hilariteit is verzekerd wanneer een speler gedwongen is om een stapel kaarten op te pakken die veel strafpunten waard is; al weer iets uit Take 5 dat in 11 Nimmt terugkomt.
Alien Frontiers is een leuk dobbelspel over de kolonisatie van een nieuwe planeet. Iedere beurt pak je je eigen dobbelstenen van het bord, en gooi je ze. Met de combinaties die je gooit, mag je daarna acties op het bord uitvoeren. Die variƫren van het pakken van grondstoffen tot het kopen van kolonisatieschepen of het stichten van een nieuwe kolonie op de planeet.
Door de vele mogelijkheden die je hebt om je dobbelstenen in te zetten, gaat het spel soms wat traag. Neemt niet weg dat Alien Frontiers zeker een geslaagd spel is.
De laatste jaren is er een explosie geweest in het aantal spellen dat gebruikt maakt van worker placement, het plaatsen van werkers op actievelden om daarna de bijbehorende actie uit te voeren (denk aan Agricola en Caylus). Ook Het Dorp valt in deze categorie. Maar het is uniek binnen dit genre door de mogelijkheid dat je werkers doodgaan.
Iedere actie die je uitvoert kost namelijk een bepaalde hoeveelheid tijd. Die tijd hou je bij op een soort scorespoor, en iedere keer als je een volledig rondje op dat spoor heb afgelegd, moet je een van je werkers laten overlijden. Natuurlijk is een van de acties het geboren laten worden van nieuwe poppetjes, zodat je nooit zonder werkers komt te zitten (als het goed is).
Als een werker doodgaat, blijft zijn nagedachtenis levend doordat hij wordt opgetekend in de dorpskronieken. De plaats waar de werker ten tijde van zijn heengaan stond, bepaald onder welke categorie dat gebeurt: zo is er in de kronieken bijvoorbeeld plaats voor een beperkt aantal geestelijken, die in de kerk zijn overleden. Zijn die plekken vol, dan komt een volgend slachtoffer uit de kerk in een anoniem graf terecht, en dat levert geen punten op.
Verder is Het Dorp tamelijk standaard. Acties leveren goederen op, die je kan gebruiken voor de aankoop van items als huifkarren en ploegen, en daar kan je punten mee verdienen. Het spel zit goed in elkaar, en door het doodgaan van je werkers komt er een aangenaam timings-element in. Het was voor mij in ieder geval vernieuwend genoeg dat ik blij was het gespeeld te hebben.
Met veel fanfare werd op Essen het nieuwste spel van Reiner Knizia aangekondigd. Mijn verwachtingen werden geheel beantwoord: Qin is een totaal vergetelijk spel. Door het aanleggen van tegels probeer je grote gebieden van een kleur te maken, en dat is het wel zo'n beetje. Helemaal doodsaai wil ik het niet noemen, maar vergelijkingen die wel eens gemaakt worden tussen Qin en Eufraat & Tigris gaan totaal mank.
Nog een worker placement, en weer een met een gimmick: de grote tandwielen in het midden van het bord. De acties die je met je werkers kan nemen, staan afgebeeld rondom de kleine tandwielen. De werkers zet je op die kleine tandwielen. Iedere beurt wordt het grote tandwiel in het midden een tandje gedraaid, waardoor je werkers ook doordraaien. Pas als je ervoor kiest om een werker van het bord te halen, voer je de bijbehorende actie uit; hoe langer je dus wacht, des te beter is de actie. Maar dat betekent dan wel dat je een van je poppen een tijd kwijt bent.
Klinkt leuk, maar helaas is het spel dat om de tandwielen heen gebouwd is zo'n opgewarmd kliekje van spelmechanismen die we al vaker gezien hebben, dat het mij in ieder geval niet kon boeien. De acties hebben nauwelijks een thematische betekenis, en er zit nauwelijks spanning in het spel. Jammer.
Een al wat ouder spel, waarin het de bedoeling is om door kaarten te spelen torens in ekaar te zetten, en die dan vervolgens in een van de districten op het speelbord te zetten. Na iedere ronde worden punten uitgedeeld aan de spelers met de meeste of hoogste torens in een district.
Capitol is met name bekend om de puntentellers: de stand wordt bijgehouden op een stel uitschuifbare kolommen, die erg onhandig in het gebruik zijn. Over het spel zelf kan ik kort zijn: niets bijzonders.
In Making Profit gaat het om winst maken, de naam zegt het al. Iedere speler heeft een fabriek, en van iedere fabriek zijn er aandelen in omloop. Iedere beurt mag je twee acties doen, waarbij je mag kiezen uit: een aandeel kopen, een aandeel verkopen, een kaart spelen, of produceren.
Door kaarten te spelen verhoog je zowel de aandelenkoers, de productie, als de winst van een bedrijf. De koers is namelijk gelijk aan het aantal kaarten dat bij een fabriek ligt. En op iedere kaart staat ofwel een bedrag voor de aandeelhouders ($1 of $2), ofwel een aantal kaarten (1 of 2) voor de eigenaar van de fabriek. Dat geld en die kaarten worden iedere keer uitgekeerd als een speler de actie "produceren" kiest.
Making Profit deed me aan Rolling Stock denken (behalve dan qua speelduur). Beide spellen zijn een vrij kale implementatie van een economisch systeem, waarin de spelers zelf bepalen hoeveel de aandelen van hun bedrijven waard zijn. Helaas lijkt Making Profit minder diepgang te hebben dan Rolling Stock, waardoor ik niet veel behoefte heb om het nog veel vaker te spelen.
Naast deze nieuwe spellen zijn er ook twee uitbreidingen die ik in december voor het eerst speelde:
De kaart waarop ik Age of Steam voor het eerst heb gespeeld. Ondertussen heb ik ook op een andere kaart gespeeld, en kan ik ze nu dus vergelijken. Las Vegas heeft een redelijk goedkope kaart, zonder bergen, en er is extra geld te verdienen voor het afleveren van bepaalde blokjes. Dat maakt dat er veel geld in het spel is, da er hoog geboden wordt bij de veiling voor de spelersvolgorde, en dat er daarom vaak geldgebrek was... Maar of dit aan de kaart ligt of aan de spelers, wie zal het zeggen.
Een nieuwe kaart voor een van mijn favoriete spellen. In Quebec speelt de windenergie een grote rol. Als een windmolen in de markt is verschenen, wordt hij niet meer verwijderd voordat een speler 'm gekocht heeft. Een kleine regelwijziging, die het spel niet wezenlijk verandert. Als je alleen geĆÆnteresseerd bent in uitbreidingen die een groot effect hebben, moet je andere Hoogspanning-kaarten kopen. Quebec is leuk voor de afwisseling, en niet meer dan dat.

woensdag 2 januari 2013

Jaaroverzicht 2012

Tweeduizendtwaalf was op spellengebied weer een bijzonder geslaagd jaar. Regelmatig was ik te vinden op een spellenmiddag, -avond, of -dag, bijvoorbeeld met collega's. Maar ook heb ik het afgelopen jaar de spelavonden van Spelgroep Phoenix bezocht, vooral in Leiden maar incidenteel ook in Capelle aan den IJssel. En sinds een paar maanden is ook in Den Haag een spelgroep te vinden: de Rode Dobbelsteen, die eens per twee weken op een dinsdag bijeenkomt in een plaatselijk cafƩ. En ook buiten de cubs om heb ik in 2012 een aantal nieuwe spellenvrienden opgedaan.
 
Het totaal aantal spellen dat ik gespeeld heb is voor het derde opeenvolgende jaar afgenomen, van 748 in 2009 naar slechts 656 het afgelopen jaar. Maar het aantal verschillende spellen was nog nooit zo hoog: maar liefst 220. En daarvan was bijna de helft nieuw voor mij: 108, ook een record.
 
Gemiddeld speelde ik elk spel dus minder dan drie keer. Maar natuurlijk waren er uitschieters: er zijn in totaal 11 spellen die ik meer dan tien keer op tafel zag komen. En dat waren:
 
 
1. Dominion (92 keer)
Het is het meest besproken spel hier op deze site, en het zal dus geen grote verrassing zijn dat Dominion ook het meest gespeelde spel is, net zoals in 2011 en 2010. Vorig jaar speelde ik het bijna 150 keer, dus mijn Dominion-verslaving is wel minder geworden, maar komt de komende tijd nog niet tot een eind, vermoed ik.
 
Dominion is een graag geziene afsluiter van een spellenavond, maar zo nu en dan wordt er ook een speciale Dominion-avond georganiseerd. Met alle nieuwe uitbreidingen die uitgekomen zijn (in 2012 alleen Dark Ages) blijft het spel leuk, hoewel het einde daarvan wel in zicht komt.
 
 
2. Tichu (39 keer)
Tichu was lange tijd het vaste lunch-spel op mijn werk. Er was een vaste groep van zo'n 15 spelers, die altijd wel te porren waren voor een spelletje. In 2009 logde ik 188 spellen Tichu (of Taipan, de naam van de Nederlandse uitgave). De speelwoede is wat afgenomen de laatste jaren, en andere spellen hebben de plaats van Tichu geeltelijk ingenomen, maar Tichu staat in 2012 nog altijd op de tweede plaats.
 
 
3. Kingdom Builder (23 keer)
Het tweede spel van Donald X. in deze lijst. Net zoals Dominion is Kingdom Builder iedere keer anders door de variabele set-up. Hoewel het op het eerste gezicht misschien een geluksspel lijkt, blijkt het na een paar keer spelen toch een geraffineerd strategiespel, waarin de speler die zijn extra acties het best kan uitbuiten vrijwel altijd met de overwinning gaat strijken.
 
Kingdom Builder is makkelijk uit te leggen, wordt door veel mensen leuk gevonden, en is daarom een ideaal spel om naar diverse spelgroepen mee te nemen; daarom heb ik het het afgelopen jaar zo vaak gespeeld.
 
 
4. 7 Wonders (21 keer)
Nog een spel dat redelijk makkelijk uit te leggen is, en dat met iedereen te spelen is. Het is geen uitzonderlijk goed spel, maar het grote pluspunt van 7 Wonders is dat het met 7 spelers te spelen is, en dat het spel zelfs bij het maximale spelersaantal niet veel trager verloopt dan bij minder spelers.
 
De meeste van mijn 21 potjes speelde ik bij Spelgroep Phoenix in Leiden, waar aan het eind van de avond vaak nog een grote groep spelers over is, maar net niet genoeg om twee tafels te vullen, en er nog net tijd is voor een kort spel: de standaardoplossing is 7 Wonders.
 
 
5. Tac (18 keer)
Tac is een Mens-erger-je-niet-variant met partnerschappen, en is bij Phoenix Leiden enorm populair. Er zijn spelers die iedere week wel een of twee keer Tac spelen. En als zij tegenspelers nodig hebben, dan meld ik mij graag aan, en zo komt Tac op een respectabele 5e positie in deze ranglijst terecht.
 
 
6. Glory to Rome (17 keer)
Dit heerlijk chaotische kaartspel is een van de spellen die de rol van Tichu als lunchspel op het werk hebben verdrongen. Helaas niet de karakteristieke originele Engelse editie, die hiernaast afgebeeld staat, want mijn medespelers gebruiken liever de Duitse versie van het spel, met de saaie, minder duidelijke graphics. Eeuwig zonde. Maar het spel is er niet minder leuk om.
 
 
7. Hanabi (15 keer)
Het eerste en enige spel in deze lijst dat ik dit jaar voor het eerst speelde. Dat was in oktober, dus de 15 keer dat ik Hanabi speelde, vonden allemaal in ruim 2 maanden plaats. Ik ben nog steeds op zoek naar de perfecte score, maar hoe vaker ik het speel met dezelfde mensen, des te meer voelen we elkaar aan, dus ooit gaat dat lukken.
 
Ook Hanabi is een succes bij alle spelers en alle speelgroepen met wie ik het geprobeerd heb. Een aanrader dus.
 
 
7. Magic: the Gathering (15 keer)
In kringloopwinkels heb ik in de loop der jaren een aantal keren Magic-kaarten gekocht. Daar heb ik de beste 350 van uitgezocht, en die gebruiken we voor een cube-draft: iedere speler trekt 75 kaarten uit deze stapel, en maakt daarvan een Magic-deck om mee te spelen. Zo kan je Magic spelen zonder dat je veel geld uit moet geven aan de nieuwste en beste kaarten. Ok, de gemiddelde kwaliteit van mijn kaarten is niet zo hoog, maar daar hebben alle spelers evenveel last van; en het spelplezier is er niet minder om.
 
 
7. Race for the Galaxy (15 keer)
Voordat Dominion die rol overnam, was Race for the Galaxy de vaste afsluiter van de spellenavonden met collega's. Niet zo gek, want een van die collega's is Spellengek Peter Hein, de grootste fan van Race die in Nederland te vinden is.
 
Tegenwoordig spelen we Race tijdens de lunchpauze. As we geen vier spelers voor Tichu kunnen vinden, tenminste.
 
 
10. Hoogspanning (14 keer)
Zowel in 2010 als in 2011 speelde ik Hoogspanning meer dan twintig keer, en dan is het aantal van 14 keer nu wel een tegenvaller. Zeker omdat het in mijn persoonlijke top-3 van beste spellen staat. Er was bij Spelgroep Phoenix een vast groepje spelers dat wel te porren was voor een partijtje elektriciteit produceren, maar helaas komen die niet allemaal meer even vaak.
 
Ik hoop dat ik een aantal anderen kan interesseen voor dit spel, want het moet vaker op tafel komen. Ik heb niet voor niets alle kaarten aangeschaft. Ik ben trouwens nog steeds een keertje van plan om alle kaarten (het zijn er 16) achter elkaar te spelen, in een lange marathonzitting. Ik ben benieuwd of ik daar medespelers voor kan vinden...
 
 
11. Metropolis (13 keer)
Dit kaartspelletje dankt zijn plaats in deze lijst helemaal aan zijn korte speelduur. Er zijn niet veel spelletjes die je kan doen als je tien minuten overhebt aan het eind van een avond, of tussen twee spellen door. En natuurlijk is Metropolis ook gewoon een leuk spel, al is het misschien iets te geluksafhankelijk. Maar in een spel dat zo kort duurt, is dat makkelijk te accepteren.
 
 
Alle andere spellen speelde ik hooguit 8 keer. Een van de spellen die 8 keer op tafel kwamen wil ik wel even noemen: dat was 1830. Mijn voornemen voor 2012 was om meer 18xx-en te spelen, en dat is gelukt: in totaal heb ik 30 keer een 18xx gespeeld, waarvan 1830 en Steam over Holland het vaakst.
 
En dat brengt me bij mijn voornemens voor 2013, en dan vooral die op spellengebied (want dat ik dit jaar hoop twee marathons te gaan lopen, dat interesseert jullie natuurlijk niet). Op Boardgamegeek, Bordspelmania en spellenblogs zijn al heel wat goede voornemens te vinden, en een rode draad daarin is "minder": mensen willen minder spellen hebben en minder spellen kopen enzovoorts. Dat begrijp ik dus totaal niet: spellen spelen is de leukste hobby die er is, en daar horen spellen bij! Zelf ben ik dus van plan om vooral meer te doen: meer spellen spelen, met meer verschlllende tegenstanders, en meer leuke spellen kopen.
 
Concreet: laat ik eens proberen om in 2013 meer spellen te spelen dan ooit: meer dus dan de 748 uit 2009. Bovendien moeten daarvan meer dan 30 een 18xx zijn. Voor het kopen van spellen hoef ik geen getallen noemen, want dat worden er vanzelf meer dan ik vantevoren inplan...
 
Tot slot wil ik iedereen een voorspoedig en spellenrijk 2013 toewensen, en ik hoop dat ik met velen van jullie dit jaar aan een speltafel zal zitten. Gelukkig nieuwjaar allemaal.
 

maandag 31 december 2012

November 2012 (1)

Ik ga er geen gewoonte van maken, maar mijn maandoverzicht van november wordt weer een dubbele post. Het aantal nieuwe spellen was met 19 namelijk nauwelijks lager dan in oktober. Dat kwam alweer vooral door nieuwe Essen-aankopen, zowel van mijzelf als van regelmatige tegenspelers.
 
Hieronder dus de eerste helft van mijn nieuwe spelervaringen, zoals altijd weer geordend op hoe goes ze mij bevielen.
 
 
Escape: The Curse of the Temple
Dit is wat mij betreft het spel van de maand, en tegelijk ook een van de leukste spellen van Essen dit jaar. Een aantal avonturiers zijn opgesloten in een tempel, en moeten eerst samen een aantal schatten vinden, om daarna te kunnen ontsnappen. Daarvoor moet je samenwerken, want Escape is een coƶperatief spel. Om het spel te winnen, moeten alle spelers op tijd de tempel verlaten. En "op tijd" moet je hierbij letterlijk nemen: bij het spel hoort een tien minuten durende soundtrack, die aangeeft wanneer het spel afgelopen is.
 
Tijdens die tien minuten is iedere speler continu aan de beurt. Je hoeft dus niet op de acties van de anderen te wachten, maar je kan (en moet, zelfs) blijven dobbelen om te proberen de juiste combinaties te gooien, zodat je kan bewegen of de schatten kan vinden. Daarbij moet je vaak samenwerken met andere spelers die op dezelfde locatie staan.
 
Je moet van chaos houden om dit spel te kunnen waarderen. Elke speler is de hele tijd aan het dobbelen, terwijl je moet blijven communiceren met de spelers in de buurt. Die hektiek geeft Escape een heel eigen sfeer, die met weinig andere spellen te vergelijken is. Ja, misschien met Space Alert. Maar Escape is een stuk makkelijker op tafel te krijgen. Maar dan ook weer niet te vaak achter elkaar...
 
 
18VA
Voor een 18xx-treinenspel is 18VA (de titel verwijst naar de Amerikaanse staat Virginia) aan de lichte kant: de regels zijn relatief eenvoudig, en de speelduur blijft beperkt tot 3 Ć  4 uur. Het spelplezier is er niet minder om.
 
De grootste regelwijziging in 18VA ten opzichte van de standaard 18xx-regels betreft de kolenmijnen. Iedere trein die je koopt, mag je gelijk omdraaien om als kolentrein te gebruiken. Dit levert extra inkomsten op als de route van deze trein een van de mijnen aan de westkant van het bord aandoet. Aan de westkant van het bord liggen havensteden, die ook veel geld op kunnen leveren.
 
18VA is geen heel bijzndere 18xx, maar is wel geschikt om op een avondje te spelen, wat je niet van alle spellen in dit genre kan zeggen.
 
 
Snowdonia
Nog een spel over treinen, maar nu van een heel ander type. Snowdonia is een worker placement spel, waarin de spelers samen een spoorweg aanleggen naar de top van de berg Snowdon in Wales.
 
Iedere speler heeft twee werkers, die hij in kan zetten om hout of ijzer te krijgen. Die grondstoffen kan je dan weer gebruiken om rails aan te leggen of stations te bouwen; ook dat kost natuurlijk een actie van een werker. Iedere bouwactie brengt de spoorlijn iets dichter bij de top, en dus het einde van het spel dichterbij.
 
Snowdonia zit goed in elkaar. De verschillende mogelijke strategieƫn om punten te scoren zijn goed in evenwicht, en strategisch spelen wordt beloond. Een aanrader.
 
 
Milestones
Nog zo'n solide spel uit de oogst van Spiel 2012. In Milestones leggen de spelers samen een netwerk aan van wegen. Op dit netwerk kunnen ze daarna mijlpalen of markten plaatsen, en dat levert punten op.
 
De innovatie van dit spel zijn de rondels, voor iedere speler een. Daarmee bepalen ze welke acties ze uit willen voeren. Voor ieder van de twee acties die je iedere beurt hebt, verplaats je je werker in de richting van de klok naar het bijbehorende actieveld, zoals grondstoffen pakken, wegen bouwen, of marktplaatsen bouwen. Je mag daarbij zoveel acties overslaan als je wilt, maar te snel rondlopen heeft wel een nadeel. Je bent namelijk iedere ronde verplicht te stoppen op het actieveld "Kasteel". Dat kost een actie, die je verder niets oplevert.
 
Milestones is een spel waarin het draait om timing. Je moet gebruik maken van de wegen die andere spelers aanleggen, om er zelf bijvoorbeeld mijlpalen te bouwen voor punten, en anderzijds de andere spelers natuurlijk niet van jouw eigen acties laten profiteren. Een spel dat ik nog wel een paar keer wil spelen.
 
 
Homesteaders
Homesteaders speelt zich af in het wilde westen. De spelers bouwen ieder een stadje op, en proberen daarmee zoveel mogelijk punten te vergaren.
 
Aan het begin van iedere ronde is er een veiling, waarin een aantal kaarten worden verkocht. Die kaarten geven het voorrecht een gebouw te bouwen. Er zijn minder kaarten dan dat er spelers zijn, dus iedere ronde is er een speler die geen kaart koopt; daar krijgt hij dan wel een kleine bonus voor. De andere spelers kiezen daarna om de beurt een gebouw uit, die grondstoffen opleveren of in andere grondstoffen omzetten, of unten geven.
 
Homesteaders is niet echt een vernieuwend spel, maar toch best aardig om te spelen.
 
 
Ginkgopolis
Nog een gloednieuw spel, dit maal over het bouwen van een stad in een ginkgo-boom. Een bizar thema, dat verder niets met het spel zelf te maken heeft.
 
Ginkgopolis is een spel over het spelen van kaarten om tegels aan de stad te kunnen leggen, of op de stad, over tegels van andere spelers heen. In plaats daarvan kan je dezelfde kaarten ook voor je op tafel leggen, zodat ze in een latere beurt extra voordelen opleveren bij een bouwactie.
 
De uitvoering is schitterend, het spelverloop is redelijk boeiend, en dat maakt ook Ginkgopolis tot een spel dat je absoluut een keer moet proberen.
 
 
Card City
Nog een spel over het bouwen van een stad. Iedere speler probeert een 5x5 veld te vullen met kaarten die samen een stad vormen. Door grote commerciƫle wijken te maken groeien je inkomsten, waardoor je harder kan groeien, en grote woonwijken leveren aan het eind van het spel punten op.
 
De kaarten worden steeds verdeeld door een wisselende actieve speler, die de kaarten in groepjes splitst. De volgende speler mag dan kiezen welk groepje hij neemt. Sommige kaarten blijven daarbij onbekend, zodat de keuze niet makkelijk is. Voor het verdelen van de kaarten is inzicht nodig in wat andere spelers willen hebben.
 
Card City is een vrij droog spel, waarvoor ik bij mijn tegenspelers niet echt de handen op elkaar kreeg. Zelf vond ik het wel aardig, maar ik moet het nog een keer proberen met serieuze spelers.
 
 
...aber bitte mit Sahne
De 'taartregel' wordt gebruikt bij het verdelen van taart: "ik snij, jij kiest". Hier is van die regel een spelletje gemaakt. Iedere ronde wordt een taart van 11 punten op tafel gelegd, waarna een van de spelers deze in een aantal stukken verdeeld. Dan kiest iedereen een deel van de kaart, en natuurlijk kiest de verdeler als laatste.
 
Je kan ervoor kiezen om je taartpunten meteen op te leveren; dat levert dan meteen punten op. Maar je kan ze ook tot het einde bewaren. Dan zijn ze namelijk meer waard, maar alleen als je de meerderheid van die smaak hebt.
 
Leuk strategisch tussendoortje.
 
 
Fundstücke
Iedere ronde worden een aantal voorwerpen opengedraaid, die de spelers daarna mogen oppakken. In welke volgorde ze dat mogen doen, bepalen ze door een kaart uit te spelen met een getal tussen de 1 en de 5. Dat getal geeft tegelijk ook aan hoeveel voorwerpen ze krijgen. Maar als er twee spelers hetzelfde getal hebben gespeeld, krijgt alleen degeen die het vroegst in de spelersvolgorde zit de kans om buit binnen te halen. Als troost wordt daarna de spelersvolgorde van de betreffende spelers omgedraaid.
 
In Fundstücke gaat het erom te gokken op hoe inhalig de andere spelers zijn, en dan precies het andere te doen. Of hetzelfde, als je graag een andere speler wilt blokkeren. Dit is ook een aardig tussendoortje.
 
 
Dampfross
Tenslotte nog een treinenspel. Niet mijn favoriete treinenspel, en dat komt vooral door de grote invloed van het geluk.
 
In de eerste fase van het spel bouwen de spelers ieder een eigen spoornetwerk op. Hoeveel rails je per beurt kan bouwen, bepaalt de dobbelsteen. Het bouwen gebeurt door met viltstift op een kaart te tekenen.
 
In de tweede fase van het spel worden iedere ronde twee steden uitgekozen. Daarna wordt er een race gehouden tussen deze twee steden. Elke speler die besluit om mee te doen aan de race, zet een trein in de beginstad, en daarna begint het dobbelen om te zien welke trein het eerst aankomt. Daarbij mag je over je eigen netwerk rijden, maar je mag ook gebruik maken van andermans netwerk - tegen betaling, natuurlijk.
 
Het spelprincipe van Dampfross is best aardig, zolang je niet al te veel strategie verwacht. Het duurt alleen wel een beetje lang tot alle steden een keertje in een race gezeten hebben. Een spel voor af en toe.
 
 
Binnenkort deel twee van de lijst, met de mindere ervaringen.
 

donderdag 29 november 2012

Oktober 2012 (1)

Oktober is de maand van Spiel, en dus de maand van de nieuwe spellen. Van alle spellen die ik speelde, waren er maar liefst 21 nieuw voor mij. Zo veel nieuwe spellen speelde ik nog nooit in een maand, en daarom is dit maandoverzicht erg lang; zo lang zelfs dat ik het in twee afleveringen post.
 
In totaal heb ik 83 spellen gespeeld, waarvan 12 keer Dominion en 8 keer Hanabi. Hieronder de beste spellen van de maand, met mijn persoonlijke nummer ƩƩn voorop.
 
 
1824
Heel verrassend is mijn keuze voor een 18xx spel als beste spel van de maand niet. Het zijn nu eenmaal mijn favoriete spellen. Maar 1824 is wel gewoon een goed spel, ook vergeleken met andere 18xx-en.
 
In dit geval gaat het om de spoorwegen in Oostenrijk-Hongarije. Bijzonder aan 1824 is het aantal maatschappijen dat aan het begin van het spel al gevormd wordt. Veel van die maatschappijen hebben namelijk maar ƩƩn aandeel, waardoor ze voor weinig geld op te starten zijn. Deze kleine maatschappijen zijn dan wel erg beperkt in hun mogelijkheden: ze hebben maar ƩƩn station, hebben geen aandelenprijs, en keren automatisch de helft van hun inkomsten uit aan de eigenaar.
 
Later in het spel worden de kleine maatschappijen omgewisseld voor aandelen in echte maatschappijen zoals we die uit andere 18xx-en kennen. De kunst zit er dus in, om met de kleine bedrijven een goed netwerk op te zetten voor de grote bedrijven, zodat die een running start hebben en meteen goed geld verdienen.
 
Met vijf uur zuivere speeltijd is 1824 nog een behapbaar spel voor een enkele avond, en ik voorzie dat het nog wel een paar keer bij mij op tafel gaat verschijnen.
 
 
Hanabi
Dit coƶperatieve kaartspelletje is misschien wel mijn beste aankoop van Essen. In dit spel probeer je samen je kaarten in de goede volgorde uit te spelen. En dat is best lastig, want je ziet je eigen kaarten niet! Gelukkig mag je tijdens je beurt een andere speler een hint geven over de kaarten in zijn hand, maar de inhoud van die hints is door de regels gelimiteerd, en per spel zijn er maar een beperkt aantal hints beschikbaar.
 
Niet alleen de inhoud van de hints is belangrijk, maar ook het moment waarop de hint gegeven wordt, en wie er allemaal geen hint krijgt, en waarom niet. Door logisch na te denken kan je zo best veel informatie verkrijgen over je hand, maar dan moet je wel op dezelfde golflengte zitten als de andere spelers, want communicatie is (buiten de hints natuurlijk) verboden.
 
Ik heb Hanabi al met een aantal verschillende groepen medespelers gespeeld, en nog nooit hebben we de perfecte score gehaald. Maar het spel viel wel bij vrijwel iedereen meteen in de smaak. Aanrader dus.
 
 
Andermans veren
Deze mix van Dominion, Agricola en Through the Ages bevalt een stuk beter dan je vooraf misschien kon vrezen. Hoewel geen enkel onderdeel van het spel origineel is, heeft Andermans veren toch een heel eigen karakter.
 
Of het iets toevoegt aan een spelverzameling waar bovengenoemde spellen al deel van uitmaken, tsja, dat zal iedereen voor zichzelf uit moeten maken, dus probeer dit een keer uit, zou ik zeggen. Ik vind het in ieder geval geslaagd.
 
 
Ascension: Chronicle of the Godslayer
Op de iPad heb ik Ascension al vaak gespeeld; vooral tegen de AI. Daar is het een leuk spel, maar ik betwijfelde sterk of het fysieke kaartspel mij ook zou bevallen. Het schudden van de kaarten en het bijhouden van de markt, dat op de computer vanzelf gaat, zou in real life wel eens vervelend kunnen gaan worden. Op Spiel kon ik het uitproberen, en wat blijkt: het valt reuze mee.
 
Ascension is een afstammeling van Dominion. Het grootste verschil met dat spel is dat veel meer verschillende kaarten zijn, die ieder spel allemaal gebruikt worden. Alle kaarten worden door elkaar geschud, en alleen de bovenste zes kaarten zijn beschikbaar. De meeste kaarten zijn helden, die je in kunt huren voor hun speciale eigenschap of voor de punten die ze waard zijn, maar er zitten ook kaarten met een monster in het deck. Die monsters kan je verslaan als je voldoende militaire kracht bezit, en ook daar krijg je punten voor.
 
Ascension is een heel aardig lid van de deck building familie. Als je de kaarten eenmaal kent, speelt het lekker vlot weg. Of ik het ooit zou kopen, geen idee. De app op de iPad bevalt goed, en voorziet op het moment volledig in mijn behoefte. Maar als ik het spel een keertje tegen een zacht prijsje tegenkom, wie weet...
 
 
Call to Glory
Een simpel kaartspelletje, waarin het de bedoeling is om sets van kaarten met gelijke waarden uit te spelen. Als een andere speler later een grotere set van dezelfde waarde uitspeelt, dan moet je jouw kaarten afleggen. Er wordt doorgespeeld totdat een speler drie setjes op tafel heeft, en dan worden de punten geteld. Voordat de ronde begint, kiest iedere speler ook nog een bepaalde waarde uit, die aan het eind bonuspunten waard is.
 
Zoals ik zei, een eenvoudig, maar niet onaardig spel, waarin je elkaar zo af en toe lekker dwars kan zitten.
 
 
Cards against Humanity
Dit spel is een bijna exacte kopie van Appels en peren, een spel dat ik best kan waarderen. Ook in dit spel draait de spelleider een kaart open met (in dit geval) een vraag of omschrijving, en dan moeten de andere spelers een kaart uit hun hand kiezen die het best daarbij past; de spelleider is daaroor de enige scheidsrechter.
 
Vaak geeft de spelleider hierbij niet de punten aan de beste kaart, maar aan de grappigste kaart. En "grappigste" betekent in Cards against Humanity over het algemeen: "grofste". De kaarten zijn namelijk over het algemeen niet geschikt voor jeugdige spelers.
 
Helaas is er geen Nederlandse uitgave van Cards against Humanity, en daarmee gaat de speelbaarheid erg achteruit. Maar als je een groep hebt die houdt van laag-bij-de-grondse humor en bekend is met Engelse slang, dan kan je hier wel een laar leuke uurtjes mee doorbrengen. Maar nog erger dan bij Appels en Peren geldt: of je wint wordt nauwelijks bepaald door strategie of creativiteit, maar voornamelijk door het trekken van de beste, d.w.z. grofste kaarten.
 
 
Vegas
Een simpel dobbelspelletje: in zes casino's is geld te verdienen, en je krijgt acht dobbelstenen om over de casino's te verdelen. De speler met de meeste dobbelstenen in een casino wint het grootste bedrag, maar let op: eindigen twee spelers met een gelijk aantal dobbelstenen, dan krijgen ze allebei niets, en gaat de poet naar de nummer drie.
 
De naam van de auteur (Rüdiger Dorn, ontwerper van o.a. Goa) en de uitgever (Alea, van Puerto Rico en Ra) wekken de verkeerde verwachting dat het hier om een zwaar strategisch spel zou gaan. Integendeel, het is een licht tussendoortje, dat echter verrassend leuk is om te doen. Maar ook weer niet te vaak.
 
 
Hawaii
Hawaii is weer zo'n puntenverzamelspel dat op BoardGameGeek wel eens een "YASE" wordt genoemd: Yet another soulless Eurogame. Voor een uitleg wat daarmee bedoeld wordt, kan je het best naar de videorecensie van dit spel door Tom Vasel kijken.
 
Mijn mening over Hawaii is wat genuanceerder: inderdaad, er is hier weinig nieuws te vinden. Gedurende een aantal ronden verdien je voetjes en schelpen, die je kan betalen om over het bord te lopen en op diverse locaties gebouwen voor in je dorp te kopen. Die gebouwen brengen punten op, of nieuwe goederen (voetjes en schelpen, natuurlijk). Maar als je niet per se op zoek bent naar innovaties, maar gewoon een uurtje lekker wil spelen, dan kan je best plezier hebben van Hawaii.
 
 
Haas en schildpad
Deze Spiel des Jahres-winnaar had ik vroeger als kind al, maar toen heb ik het nooit gespeeld. Nu eindelijk wel, en dat is maar goed ook, want volgens mij is dit meer een spel voor volwassenen dan een kinderspel.
 
Haas en schildpad is een race om zo snel mogelijk bij het einde van het parcours te komen. Je beegt door het betalen van wortels, en hoe verder je in een beurt wilt bewegen, des te meer wortels betaal je. Je kan jezelf ook terug laten vallen, en dat levert dan weer wortels op. Aan het eind van het parcours mag je niet meer dan een bepaald aantal wortels over hebben; voor de leider in de wedstrijd is dat 10 wortels. Kortom, een heel gereken om goed uit te komen.
 
In Haas en schildpad zit geen geluk: je kiest helemaal zelf je eigen zetten, en wordt daarin alleen dwarsgezeten door je tegenstanders. Goed spel, zeker de moeite waard om te spelen.
 
 
Proxy Wars
Zie mijn verslag van Spiel
 
Principato
Ah, weer zo'n zielloze euro. Dit maal eentje die werkt met kaarten die grondstoffen opleveren, die je dan weer kan omzetten in punten. En alweer is het een spel dat best lekker wegspeelt, maar niet echt nieuw aanvoelt.
 
Probeer 'm gerust uit, als je van dit soort spellen houdt.
 
 
In mijn volgende post de rest van de nieuwigheden van oktober, maar dan dus de spellen waar ik minder of niet van heb genoten.
 

zaterdag 20 oktober 2012

Spiel 2012

Ik ben weer terug van Spiel, een vermoeiende trip van drie dagen naar de grootste spellenbeurs ter wereld. Een volledig verslag zou te lang worden, maar hier zijn wat highlights:
 
Het verblijf
Dit was de eerste keer dat ik meerdere dagen in Essen verbleef. Met een stel vrienden hadden we een appartement gehuurd, en dat is (mij) heel goed bevallen. Met drie dagen op de beurs kon ik het me veroorloven om rustig aan te doen (al heb ik dat niet echt gedaan), en had ik genoeg tijd om alles te zien wat ik wilde zien. Bonus was dat we 's avonds al enkele van de gekochte spellen hebben kunnen spelen.
 
Het enige minpuntje was dat de eigenaar van het appartement had begrepen dat we voor 2013 gereserveerd hadden, waardoor hij in allerijl een nieuw onderkomen moest zien te vinden. Maar dat probleem was gelukkig snel opgelost, en voor volgend jaar wil ik het zeker weer zo doen.
 
De drukte
Een van mijn medereizigers had me gewaarschuwd voor de zaterdag: een traditioneel drukke dag. Het bleek echter dit jaar mee te vallen. De donderdag en de vrijdag bleken ietsje drukker te zijn dan normaal, en op zaterdag was het opvallend rustig. Relatief, natuurlijk, want er waren nog altijd tienduizenden bezoekers. Misschien kwam de rust door het heerlijke weer, waardoor we heerlijk in het zonnetje konden zitten op het middenterrein.
 
De gespeelde spellen
Ieder jaar neem ik me voor om meer spellen te spelen tijdens de beurs. Helaas komt dat er niet van, omdat ik er de tijd niet voor heb, of omdat er geen tafels vrij zijn bij de spellen die me aanspreken. Dit jaar heb ik natuurlijk meer gespeeld dan anders, al zaten daar niet de echte publiekstrekkers van Spiel 2012 bij. Van die nieuwe toppers heb ik trouwens ook geen een meegenomen; die komen nog wel een keer.
 
Natuurlijk hebben we Tumblin Dice en Crokinole gespeeld. Deze spellen vielen bij de minder fanatieke spelers in onze groep erg in de smaak; zelf kan ik ze ook erg waarderen. Helaas heb ik ze allemaal verloren.
 
Proxy Wars was het eerste nieuwe spel dat ik geprobeerd heb. Het is een kaartspelletje over de strijd tussen het grootkapitaal en milieu-strijders. Je begint met een hele stapel kaarten, waarvan je er iedere beurt eentje in het spel mag brengen. Ook mag je personen in de strijd gooien, en ze van kaart naar kaart verplaatsen, zodat je de speciale eigenschappen van de kaarten mag gebruiken. Het spel begon een beetje stroef, omdat je zelf de kaart mag uitzoeken die je wil spelen, en je dus eerst alle kaarten moet bestuderen. Na een tijdje liep het al soepeler, en was het best een aardig spelletje. Helaas voor twee personen, en daarom uiteindelijk niet geschikt om te kopen.
 
Hanabi heb ik ongespeeld gekocht, en 's avonds uitgeprobeerd. Wat een geweldig spel zit er in dat kleine doosje! Met geen ander spel te vergelijken, een echte aanrader, en misschien wel mijn favoriet van de hele beurs dit jaar.
 
Schinderhannes, een wat ouder spel, bevat het (briljante) deductiemechanisme uit Tobago, maar laat alle overbodige fratsels (de over het bord bewegende pionnen, de bonusacties van de amuletten, enzovoorts) weg. Zo ontstaat een elegant deductiespel, waarin je kaarten speelt om erachter te komen waar de rover Schinderhannes zijn misdaden heeft gepleegd. Overigens is dit spel ouder dan Tobago, dus heeft dat laatste spel dit mechanisme eigenlijk van Schinderhannes geleend.
 
Kalua gaat over een tropisch eiland, waar verschillende godsdiensten strijden om aanhangers. De godsdienst die uiteindelijk alle families op het eiland aanhangen, die wint. Van iedere godsdienst wordt bijgehouden hoe gelukkig de aanhangers zijn. Aan het eind van de ronde lopen er families over van de ongelukkigste godsdiensten naar de gelukkigste godsdienst. Maar de ongelukkige aanhangers bidden wel meer tot hun goden, waardoor die spelers meer "bidpunten" kunnen besteden aan het spelen van kaarten. Aardig spelletje, maar voor mij te licht om de prijs te betalen die gevraagd werd.
 
The Resistance bleek in onze groep erg goed te werken. In een kroeg in Essen kwam het tot hele discussies, en werd iedereen op luide toon beschuldigd van bedrog. Het nieuwe materiaal is een stuk minder verwarrend dan de oude uitvoering van het spel. Overigens ben ik niet gegaan voor de "Avalon"-versie, omdat dat thema me toch minder kon boeien.
 
De 18xx-en
We waren donderdag lekkere vroeg aanwezig, zelfs nog voordat de beurs openging. Precies 58 seconden na het openen van de deuren stonden we dan al binnen. Meteen liep ik naar de stand in hal 4 waar ik de treinenspellen af kon halen, die ik van tevoren besteld had. Helaas had de auteur maar tijd gehad voor drie van de vier spellen, maar om kwart over tien had ik toch al de helft van mijn normale Essen-budget besteed.
 
Ik heb mijn ogen opengehouden voor andere 18xx-en die ik nog niet bezit, maar geen meer gevonden; tot zaterdag. De groothandelaar Heidelberger heeft op de beurs diverse stands waar ze in grote hoeveelheden en tegen forse kortingen uitgeversrestanten verkopen. Ik was helemaal door de stand heengelopen, niets gevonden, en toen zag ik achter de kassa een paar losse spellen staan, waaronder 1861! Een exemplaar maar, met een geĆÆmproviseerd prijskaartje van slecht 40 euro, een derde van wat ie normaal moet kosten! Hoe het mogelijk is dat zo'n spel daar terecht komt, dat begrijp ik niet, maar ik was er wel heel blij mee. Voor mij de vondst van het jaar!
 
De ruilactie
Op Boardgamegeek is ter gelegenheid van Essen een ruilactie gehouden, de Essen math trade. Iedereen kon een aantal spellen op een lijst zetten die hij of zij kwijt moest. Nadat de lijst was afgesloten (er stonden toen precies 2500 spellen op) kon je voor ieder spel aangeven welke spellen je daarvoor terug wilde krijgen. Tenslotte ging de computer aan het rekenen wie welke spellen aan wie door moest geven, zodat er zoveel mogelijk spellen doorgegeven konden worden en iedereen tevreden was.
 
Iedere dag was er op Spiel een bijeenkomst in een van de ruimtes tussen de hallen, waarop iedereen zijn spellen probeerde door te geven. Een heel chaotisch geheel, met veel heen en weer geloop met bordje met je naam erop.
 
Zelf ben ik bijzonder gelukkig met de uitkomst van de math trade. Ik heb vier spellen die ik dubbel had (De Kathedraal, Bamboleo, Elfengold, Java) geruild tegen vier spellen die ik erg graag wou hebben: Lunar Rails, Wings of War: Burning Drachens, Revolution en Kansas Pacific. Maar ik heb vooral genoten van de happening zelf. En het was leuk eens een aantal gezichten te zien die bij namen op de 'Geek horen.
 
De aankopen
Van links naar rechts, van boven naar beneden:
kaartenhoesjes voor Hoogspanning en Magic
18Rhl
18VA
kaartendoosjes
1861
Lunar Rails (geruild)
Kingdom Builder: Nomads
18Ruhr
Schinderhannes
Hanabi
Sutter's Mill
Agricola Belgiƫ-deck
Agricola Wereldkampioenschapsdeck
Agricola promo's
Agricola Nederland-deck
Agricola pi-deck
Hoogspanning: Quebec/Baden-Württemberg
Wings of War: Burning Drachens (geruild)
Wings of War: Flight of the Giants
Copycat
houten schijfjes voor 18xx-spellen
Revolution:The Dutch Revolt 1568-1648 (geruild)
Card City
The Resistance
Hoogspanning: Noord-Europa/Groot-Brittanniƫ en Ierland
Hoogspanning promo-kaarten
 
Al met al een veel grotere buit dan vorig jaar.