Ik loop een beetje achter, dus post ik vandaag even twee maandoverzichten. Dat kan ook wel, want in augustus heb ik slechts 49 keer een spel gespeeld. Het vaakst speelde ik Dominion (13 keer) en Taipan (9 keer).
Hieronder staan de vier spellen die voor het eerst op tafel kwamen, met de beste zoals gewoonlijk voorop.
The Climbers
In The Climbers bouwen de spelers aan een hoge toren. Iedere beurt moet een speler eerst een blok verplaatsen, en daarna mag hij met zijn pion over het bouwerk lopen. Maar daarbij mag de pion alleen op zijn eigen kleur of op de neutrale kleur lopen. Iedere zijde van een blok heeft namelijk een andere kleur. Bovendien kan een pion geen grote hoogteverschillen overbruggen.
Bij The Climbers moet je proberen zo hoog mogelijk te eindigen, en tegelijk de weg omhoog te blokkeren voor je tegenstanders. Maar doe je dat te goed, dan eindig je misschien wel alleen op een blok, terwijl je tegenstanders aan een andere kant van de toren samenwerken om zo nog hoger te komen.
Helaas is dit spel in Nederland niet te koop, voor zover ik weet. Jammer; het exemplaar waar ik mee gespeeld heb, was van iemand anders, en ik zou het best willen hebben. Het moet in het buitenland besteld worden, tegen hoge verzendkosten, want het is een zwaar spel. Ik zal eens kijken of ik het in Essen te koop zie liggen.
Lino
Om de beurt leggen beide spelers een van hun stenen op het onregelmatig gevormde bord. Wie een rij helemaal afmaakt, krijgt daar punten voor, en aan het eind verdien je nog punten voor een ononderbroken rij in je eigen kleur. Deze twee manieren om punten te scoren zorgen voor een gezonde dosis spanning in het spel. Als je bijvoorbeeld een rij van 6 van jouw stenen hebt, met in diezelfde rij nog 2 open plekken, leg je dan die 7e steen aan, in de wetenschap dat je tegenstander dan steen nummer 8 kan neerleggen om de rij vol te maken?
Lino is een bijzonder geslaagd spelletje, dat niet te lang duurt maar wel je hersens laat kraken. Omdat het speelveld iedere keer een andere vorm heeft, vermoed ik dat het een behoorlijke wederspeelbaarheid heeft.
Ombatu
Een klein abstract spelletje voor maximaal 6 spelers. Iedere beurt gooit een speler een dobbelsteen, die aangeeft hoever hij een van zijn 3 speelstukken moet verplaatsen. Daarbij mag een speelstuk ook bovenop andere speelstukken terecht komen, maar als het stuk omhoog of omlaag verzet wordt, telt het hoogteverschil mee in het aantal zetten. Kan hij geen van zijn stukken verzetten, dan ligt hij uit het spel.
Ombatu is een onbekend spel met eenvoudige regels. Het is wel vrij chaotisch, en kan vrij lang duren terwijl de eerste spelers er al snel uit kunnen liggen. Daarom is het niet een van mijn favorieten deze maand, hoewel ik er geen bezwaar tegen heb om het nog eens te spelen.
Neuland
Door het plaatsen van je mannetjes op de verschillende lokaties op het bord kan je goederen verzamelen, daarna met die goederen nieuwe gebouwen bouwen, en met die gebouwen goederen in andere goederen omzetten. Welke goederen je hebt wordt aangegeven door de gebouwen waar je mannen op hebt staan. Uiteindelijk kan je gebouwen bouwen die punten geven; wie het eerst een bepaald aantal punten heeft, heeft gewonnen.
Dat klinkt simpel, maar de regels van Neuland zijn erg verwarrend. Het heeft voor mij minstens een half spel geduurd voordat ik een beetje door had wat er allemaal op het bord gebeurde. Daarna was het eindspel een teleurstelling: je kan een gebouw maar voor beperkte tijd bezet houden, en als je dan niet door kan gaan naar het volgende gebouw in de productieketen, dan moet je weer helemaal van voren beginnen. Het is dan ook voor de tegenstanders te makkelijk om iemand te blokkeren, zodat het spel helemaal vastloopt.
Neuland was voor mij geen positieve ervaring. Jammer, want het concept is niet onaardig.
En dan heb ik ook nog twee nieuwe uitbreidingen gespeeld:
Carcassonne: Kooplieden en bouwmeesters
Dit was de tweede uitbreiding van Carcassonne, en daarmee tegelijk ook de laatste die de moeite waard is. De bouwmeester geeft je een extra motivatie om je eigen steden of straten uit te breiden, maar de handelsgoederen geven je redenen om een stad van je tegenstander af te sluiten. De speler die de laatste tegel van een stad neerlegt, krijgt namelijk de goederen die in die stad zijn afgebeeld.
Zo maakt deze uitbreiding de keuzes waar je een tegel neer moet leggen een stuk lastiger. Kooplieden en bouwmeesters is net zoals de eerste Carcassonne-uitbreiding eigenlijk verplichte kost als je van Carcassonne een strategisch spel wilt maken.
Dixit Odyssey
Deze uitbreiding voegt een aantal speelwijzen toe aan Dixit, waaronder een voor 7 tot 12 spelers. Maar die heb ik allemaal niet geprobeerd; wij hebben alleen de nieuwe kaarten toegevoegd aan de trekstapel van Dixit en Dixit 2. Niets vernieuwends, dus; maar wel de moeite waard. De nieuwe tekeningen zijn van een andere artiest, maar sluiten goed aan bij de kaarten uit de eerdere edities.
Posts tonen met het label dixit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dixit. Alle posts tonen
maandag 17 oktober 2011
Augustus 2011
Labels:
carcassonne,
dixit,
lino,
maandoverzicht,
neuland,
ombatu,
the climbers
dinsdag 28 december 2010
De beste spellen van 2010: #4 Dixit
2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? Tot nieuwjaar laat ik mijn top-10 zien. Vandaag de nummer 4: Dixit.
Dit is mijn lijst; ik bepaal de regels. Dixit is al uitgegeven in 2008, maar ik heb er dit jaar pas voor het eerst van gehoord. Net zoals de rest van de wereld, want het is pas eind 2009 uitgebracht buiten Frankrijk. En het heeft de Spiel des Jahres gewonnen in 2010. En daarom vind ik het een 2010 spel. En nog een van de beste ook.
Het basisprincipe van Dixit lijkt erg op dat van Appels en Peren: een van de spelers (de verteller) geeft een omschrijving; de andere spelers spelen een kaart die zo goed mogelijk aan die omschrijving voldoet. En wie dat het beste doet, krijgt de meeste punten. Het grootste verschil met Appels en Peren is dat in Dixit de omschrijving niet vastligt, maar door de verteller zelf gekozen wordt. En daar komt heel wat creativiteit bij kijken.
Iedere speler heeft een aantal kaarten in zijn hand. De verteller verzint bij een van zijn kaarten een woord, een zin, een verhaaltje, of wat hij maar wil. Alle andere spelers kiezen uit hun hand een kaart; alle kaarten worden midden op tafel gelegd, en iedereen kiest de kaart waarvan hij denkt dat de verteller 'm neergelegd heeft. Nu is het voor de verteller niet moeilijk om een kaart duidelijk te omschrijven, maar als iedereen het goed heeft, krijgt hij geen punten. En als iedereen het fout heeft, ook niet natuurlijk. Het is dus de kunst om een omschrijving te vinden die precies goed genoeg is dat sommige medespelers 'm doorgronden.
De afbeelding bovenaan dit bericht is trouwens afkomstig uit een prijsvraag die ik op BoardGameGeek gehouden heb. Deze tekening van de voorkant van de doos heb ik zelf gemaakt, en werd nog door een verrassend hoog aantal deelnemers herkend. De plaatjes in het spel zelf zijn van een veel hoger niveau, en de tekenares heeft knap werk verricht. Bij de meeste plaatjes zijn enorm veel omschrijvingen te bedenken van het juiste vaagheidsniveau.
De meeste party-spellen zijn geen echte uitdaging. Je speelt ze om gezellig bezig te zijn; niet om je hersens eens flink te laten werken, zoals veel andere spellen. Dixit is anders: je moet hier wel degelijk je best voor doen om dit te spelen. Maar dit keer gaat het niet om taktiek en strategie: bij Dixit gaat het om je creativiteit. Dit spel gaat mij in ieder geval niet snel vervelen.
Dit is mijn lijst; ik bepaal de regels. Dixit is al uitgegeven in 2008, maar ik heb er dit jaar pas voor het eerst van gehoord. Net zoals de rest van de wereld, want het is pas eind 2009 uitgebracht buiten Frankrijk. En het heeft de Spiel des Jahres gewonnen in 2010. En daarom vind ik het een 2010 spel. En nog een van de beste ook.
Het basisprincipe van Dixit lijkt erg op dat van Appels en Peren: een van de spelers (de verteller) geeft een omschrijving; de andere spelers spelen een kaart die zo goed mogelijk aan die omschrijving voldoet. En wie dat het beste doet, krijgt de meeste punten. Het grootste verschil met Appels en Peren is dat in Dixit de omschrijving niet vastligt, maar door de verteller zelf gekozen wordt. En daar komt heel wat creativiteit bij kijken.
Iedere speler heeft een aantal kaarten in zijn hand. De verteller verzint bij een van zijn kaarten een woord, een zin, een verhaaltje, of wat hij maar wil. Alle andere spelers kiezen uit hun hand een kaart; alle kaarten worden midden op tafel gelegd, en iedereen kiest de kaart waarvan hij denkt dat de verteller 'm neergelegd heeft. Nu is het voor de verteller niet moeilijk om een kaart duidelijk te omschrijven, maar als iedereen het goed heeft, krijgt hij geen punten. En als iedereen het fout heeft, ook niet natuurlijk. Het is dus de kunst om een omschrijving te vinden die precies goed genoeg is dat sommige medespelers 'm doorgronden.
De afbeelding bovenaan dit bericht is trouwens afkomstig uit een prijsvraag die ik op BoardGameGeek gehouden heb. Deze tekening van de voorkant van de doos heb ik zelf gemaakt, en werd nog door een verrassend hoog aantal deelnemers herkend. De plaatjes in het spel zelf zijn van een veel hoger niveau, en de tekenares heeft knap werk verricht. Bij de meeste plaatjes zijn enorm veel omschrijvingen te bedenken van het juiste vaagheidsniveau.
De meeste party-spellen zijn geen echte uitdaging. Je speelt ze om gezellig bezig te zijn; niet om je hersens eens flink te laten werken, zoals veel andere spellen. Dixit is anders: je moet hier wel degelijk je best voor doen om dit te spelen. Maar dit keer gaat het niet om taktiek en strategie: bij Dixit gaat het om je creativiteit. Dit spel gaat mij in ieder geval niet snel vervelen.
Abonneren op:
Posts (Atom)



