Posts tonen met het label endeavor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label endeavor. Alle posts tonen

zaterdag 4 september 2010

Augustus 2010

De afgelopen maand heb ik op 14 dagen in totaal 29 verschillende spellen gespeeld. Het vaakst speelde ik Dominion (14x), Taipan (8x), Pandemie (6x) en Fits (3x).

Van alle spellen die ik deze maand voor het eerst speelde was Forbidden Island het beste. Vergeleken met Pandemie, de grote broer, heeft Forbidden Island minder regels en dus minder complexiteit, maar niet veel minder spanning.

De eenvoudigere regels betekenen dat Forbidden Island voor andere gelegenheden geschikt is dan Pandemie. Bij cooperatieve spellen heb je al snel dat een van de spelers het spel domineert, omdat hij de regels beter kent. Bij Pandemie ben ik die speler vaak zelf, omdat ik het nogal eens met nieuwe spelers speel. Als ik het voor die andere spelers leuk wil houden, moet ik me erg inhouden om hun niet alles voor te zeggen, wat vaak inhoudt dat ze het (naar mijn mening) niet handig doet, en dat vind ik zelf dan weer niet leuk.

Goed dus, dat er nu een eenvoudiger spel is. Bovendien duurt het korter, en kan het dus vaker gebruikt worden als tussendoortje. Ik hoop dat Forbidden Island binnenkort ook hier in Nederland te koop zal zijn.

Mijn andere nieuwe spellen waren:
  • Pinguin, dat eruit ziet als een kinderspel, maar dat in werkelijkheid een stevig abstract spel blijkt. Het blijft ook leuk met meer dan 2 spelers (mijn eerste spellen waren met 3), wat niet voor alle abstracte spellen geldt.
  • Fits, de bordspelvariant van Tetris, en bijna net zo verslavend
  • Dungeon Lords, een bordspel dat minder ingewikkeld is dan de omvang van de spelregels doet denken. Ik heb me prima met dit spel vermaakt, maar vraag me af of het (zeker met 2 spelers) niet meer werk dan spel is. Maar nu ik de regels eenmaal onder de knie heb, wil ik het ook wel vaker spelen.
  • Tycoon, een niet onaardig ouder spel over het opbouwen van een zakenimperium. Zie mijn verslag elders op dit blog.
  • Endeavor, een goed eurogame met een weinig origineel thema. Ik heb er een blogje over geschreven.
  • Byzanz, een leuk veilingspelletje. De truc van het spel is dat er iedere ronden een aantal setjes kaarten ter veiling worden aangeboden. Aan het eind van iedere ronde worden de kaarten waarmee betaald is weer teruggegeven aan de spelers. De speler die de minste kaarten heeft gekocht op de veiling mag als eerste de kaarten kiezen die hij terugkrijgt. Zo moet je iedere ronde overwegen of je veel kaarten wilt kopen of dat je ervoor gaat om de beste kaarten terug te krijgen.
  • Havannah, een spel dat erg doet denken aan het spel Hex. In Havannah moet je drie zijkanten of twee hoeken van het zeshoekige bord met elkaar verbinden. Dat is nog best lastig. Een goed spel voor Go-spelers.
  • Avalam, nog een abstract spel. Probeer zoveel mogelijk torentjes van stenen te bouwen met jouw kleur bovenop. Het lijkt een makkelijk spel, maar tijdens het spelen kwam ik erachter dat het toch dieper is dan ik dacht.
  • Parade, een simpel kaartspelletje. Eigenlijk te simpel; het kon mij niet echt boeien.

dinsdag 31 augustus 2010

Eerste indruk: Endeavor

De laatste tijd heb ik een aantal middelzware spellen gespeeld die sinds eind vorig jaar zijn verschenen: Macao (een spel over scheepvaart en het opbouwen van een handelsimperium in het Verre Oosten); Vasco da Gama (een spel over ontdekkingsreizen en het ontwikkelen van handelsroutes naar de Oost); en het Koopmanshuis (een spel over handelsschepen en koopwaar uit verre landen). Alleen dat laatste spel kon mij boeien. Ik was daarna niet echt gemotiveerd om Endeavor te proberen, een spel over ontdekkingsreizen, kolonisatie en handel. Maar tijdens het spelen bleek ik er toch onverwacht plezier in te hebben.

Het spel duurt 7 ronden. Aan het begin van iedere ronde kiest iedere speler een gebouw, en legt deze op zijn persoonlijke speelbord. De gebouwen doen denken aan die van Puerto Rico: op de meeste staan rondjes afgebeeld waar de eigenaar later een werkman naar toe kan sturen om een actie te nemen.

Na het bouwen krijgt iedere speler een aantal nieuwe werkmannen uit de voorraad. Bovendien keren iedere beurt een aantal werkmannen terug uit de gebouwen waar ze een vorige ronde zijn ingezet. Hierna begint de hoofdfase van het spel: het inzetten van al deze werkmannen. De spelers voeren om de beurt een van de acties uit in een van hun eigen gebouwen, net zolang tot de mannen op zijn. En nadat iedereen gepast heeft is de ronde voorbij.

Er zijn 4 verschillende acties in het spel, waarvan er een vanaf het begin mogelijk is: het "koloniseren". Hiervoor zijn twee werkmannen nodig: een daarvan wordt in een eigen gebouw gezet, en de ander in een van de forten op de wereldkaart op het spelbord. Ieder fort dat je aan het eind van het spel bezit is een punt waard. Ook iedere verbinding tussen twee forten van dezelfde speler is een punt.

Aan het begin van het spel is alleen Europa beschikbaar. Om forten te bouwen in andere werelddelen moeten deze eerst ontdekt worden. Dit gebeurt door de actie "uitvaren". Hiervoor plaats je weer een werkman in een gebouw, en een op een van de zes scheepstracks. Als een scheepstrack vol is, kan er op dat continent gebouwd worden, maar natuurlijk alleen door spelers die meegeholpen hebben het te ontdekken.

De derde actie kost zelfs drie werkmannen: het aanvallen en overnemen van het fort van een andere speler. Als laatste mogelijkheid kan je ook een kaart pakken van een van de stapels op het bord, maar alleen als je voldoende mannen in het desbetreffende werelddeel hebt staan.

Het spel gaat uiteindelijk om punten. Naast de al eerder genoemde punten die je voor forten krijgt, zijn er ook een viertal scoresporen. Bij ieder fort dat je inneemt, of plaats die je bezet op een scheepstrack, krijg je een fiche met een van de vier symbolen van de scoresporen. Die symbolen staan ook afgebeeld op de kaarten die je in een werelddeel kan krijgen. Ieder symbool dat je verzamelt is een punt waard (min of meer), maar brengt bovendien voordelen met zich mee: als je verder komt op het eerste scorespoor kan je aan het begin van een beurt betere gebouwen nemen. Het tweede scorespoor bepaalt hoeveel werkmannen je iedere beurt krijgt, en het derde bepaalt hoeveel werkmannen er iedere ronde terugkeren om opnieuw ingezet te worden. Het laatste scorespoor geeft aan hoeveel kaarten je in totaal voor je mag hebben liggen.

Het zijn geen wereldschokkende innovaties die Endeavor biedt. Maar er zit een goede vaart in het spel, omdat het een vast aantal ronden duurt. De ronden duren zelf ook niet al te lang. Wel krijg je steeds meer mannen ter beschikking, zodat je echt het idee hebt iets op te bouwen. Omdat je alleen acties kan doen in je eigen gebouwen, bepaalt iedere speler door zijn keuze van gebouwen zelf welke acties er mogelijk zijn. Het lijkt erop dat het bouwen van forten, het ontdekken van verre landen, het verzamelen van kaarten, en het oorlog voeren tegen de andere spelers allemaal geldige strategieen zijn om punten te verzamelen. Er is veel interactie tussen de spelers; vooral indirect, maar door het aanvallen van forten bevat het spel ook een behoorlijk hoeveelheid directe interactie.

Een minpuntje is dat het bouwen van de forten nogal abstract is. De forten zijn naamloos, wat vooral in Europa vreemd overkomt. Het is niet duidelijk wat de verbindingen tussen de forten thematisch gezien betekenen. Deze verbindingen zijn ook slecht aangegeven op de kaart: door hun witte kleur zijn ze moeilijk te zien, en doordat ze over de hele kaart kronkelen ook moeilijk te volgen. Maar dat zijn details.

Endeavor is voor mij geen absolute topper, maar goed genoeg om vaker te spelen. En dat is voor een spel over de handel met de Nieuwe Wereld geen vanzelfsprekendheid.