Posts tonen met het label carcassonne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label carcassonne. Alle posts tonen

zondag 30 juni 2013

Mei 2013

Mei was een topmaand, voor wat mijn gespeelde spellen betreft: maar liefst 92 keer kwam er een spel op tafel. Veel daarvan gebeurden tijdens het hemelvaartsweekend, toen ik met een aantal vaste tegenspelers van De Rode Dobbelsteen, de Haagse spellenclub, een paar dagen op de hei zat.
 
En wat heb ik zoal gespeeld? Natuurlijk het gebruikelijke: 9 keer Dominion, en 5 keer Family Fluxx, Hanabi, Tac en Pandemie. Maar er waren ook nieuwe spellen. Er zaten geen echte topspellen bij, maar de betere van de 6 spellen waren wel de moeite waard. Hieronder staan ze weer, op volgorde van hoe goed ik ze vond.
 
 
Op een eiland in Samoa komt iedere week een nieuwe groep toeristen aan. Elke speler heeft een hotel, en probeert de toeristen te lokken. Iedere ronde kies je tegelijk een kaart uit je hand met een kamerprijs. Hoe hoger de prijs, des te meer je verdient aan een toerist, maar de toeristen gaan natuurijk alleen naar de spelers met de laagste prijs. Als deze tenminste nog kamers vrij hebben, want alle gasten blijven meerdere weken, en pas als ze vertrokken zijn, kan je weer nieuwe toeristen toelaten.
 
Op de kaarten met de kamerprijs staat ook een bedrag waarvoor je een investering mag doen. Iedere ronde worden een paar investeringen opengedraaid: een extra kamer, of een zwembad. En de spelers met de hoogste biedprijs mogen als eerste zo'n investering kopen.
 
Ik heb mij vermaakt met Hotel Samoa. Je moet steeds alert blijven op wat andere spelers doen, hoeveel toeristen ze voor je weg kunnen kapen als je een hogere prijs vraagt voor je kamers. Het systeem met de komende en vertrekkende toeristen zit goed in elkaar, en alles bij elkaar is het een uitdagend (maar niet supercomplex) spel.
 
 
Dit is een obscuur werkverschaffingsspel, dat een medespeler uit Duitsland had meegenomen. Het opvallendst aan deze titel is het thema: de wetenschappelijke revolutie van de 17e eeuw. Iedere speler is een personage uit die tijd: Galilei, Newton, Leibniz, en zo voorts. Aan het begin van iedere ronde zetten zij om de buurt een "energie" in om een actie te ondernemen: invloed verzamelen, research, experimenteren, of publiceren.
 
In het midden van het bord is een aantal onderzoeksgebieden afgebeeld. Zo kan je research doen op bijvoorbeeld het gebied van de integraalrekening, of de zwaartekracht. Of dat slaagt, hangt af van een worp met de dobbelsteen. Als je later in een ronde aan de beurt bent, is daarbij de kans op succes groter. Daarna kan je experimenten doen; en als die slagen, dan kan je erover publiceren. Meerdere wetenschappers kunnen op hetzelfde traject bezig zijn, maar alleen de speler die het eerst publiceert, krijgt de punten. En daarna heeft iedereen kennis van de nieuwe theorie, en kan er aan de volgende ontdekking gewerkt gaan worden.
 
The New Science is een geslaagd spel over een interessante periode in de wetenschapsgeschiedenis. Het onderwerp is wat aan de droge kant, maar er zit genoeg spanning in de race om te kunnen publiceren.
 
 
Als je niet van Fluxx houdt, dan is dit kaartspelletje niets voor jou. Iedere kaart die je speelt kan iemand laten winnen of verliezen. Zo is er een kaart dat iedereen die niets blauws draagt, verliest, of iemand die "ja" of "nee" zegt. Het resultaat is een volledig chaotisch spel. Als je ervan houdt, dan is het hilarisch om een paar ronden te spelen. Gelukkig duurt een spelletje nooit erg lang, want voor je het weet ligt iedereen uit het spel.
 
 
Vergeleken met het echte Agricola is het 2-spelersspel sterk vereenvoudigd: er zijn nog maar een paar investeringen, geen ambachten, en je kan geen graan meer verbouwen of je familie uitbreiden. Je kan dieren krijgen en fokken, en je kan grondstoffen verzamelen voor het bouwen van hekken en stallen en zo.
Er zijn hier geen handenvol met kaarten, dus het toeval speelt vrijwel geen rol in dit spel. Wat dat betreft is dit het meest te vergelijken met de familie-variant van het "echte" Agricola. Zelf ben ik een liefhebber van het "gevorderde" Agricola, met de kaarten. Het twee-spelerspel vind ik daarom zelf wat te simpel. Natuurlijk, het duurt een stuk korter. Maar dan speel ik liever andere korte spellen.
 
 
In dit spel speelt de ene speler met jagers en houthakkers. Hij krijgt punten voor de dieren die hij schiet, en voor de bomen die hij omhakt. De andere speler speelt met vossen en beren, en wil juist de jagers en houthakkers opeten (met de beren). Iedere soort tegels heeft andere eigenschappen: een eigen manier van zetten, en andere soorten tegels die ze op kunnen eten. De beer is los! is dus een asymmetrisch spel, dat je eigenlijk twee keer moet spelen, waarbij de spelers halverwege van rol verwisselen.
 
Aan het begin van het spel liggen alle tegeltjes omgedraaid. In je beurt mag je kiezen: of je keert een tegeltje om, of je zet met een van je al omgedraaide tegels. Helaas kan je vantevoren niet zien welk tegeltje van jou is. Het kan dus gebeuren dat in het begin van het spel alleen tegels van een speler worden omgedraaid. Deze heeft dan voor de rest van het spel een groot voordeel. De keer dat ik het speelde, gebeurde dit allebei de keren in mijn voordeel, waardoor ik ruim won, maar dat had dus niets met mijn eigen goede spel te maken.
 
Deze ene keer spelen heeft een slechte nasmaak bij mij achtergelaten, en ik zal dit dus ook niet snel meer op tafel leggen. Jammer.
 
In dit kinderspel draai je een voor een kaarten om. Op de meeste kaarten staan appels, peren en wormen. Maar op sommige kaarten staat bijvoorbeeld een mandje met appels. Als zo'n kaart opengelegd wordt, moet je zo snel mogelijk roepen hoeveel appels (of peren, of wormen) er voorbij gekomen zijn. Wie het snelst het goede antwoord roept, wint dit punt.
Toffe peren is een kinderspel, maar ik zou het geen kind aan willen doen om dit te spelen. Ik hou niet bijzonder van snelheidsspellen, en dit is geen uitzondering.
 
 
 
 
Naast al deze spellen heb ik ook een paar nieuwe uitbreidingen gespeeld:
 
Dit is een variant op de klassieker 1830, die zich afspeelt in Nederland. Waar de meeste spellen binnen de 18xx-familie nieuwe regels introduceren, is 18Kaas alleen een nieuwe kaart; verder gebruik je al het materiaal van 1830. Het spel verloopt dan ook op de bekende manier, alleen kan je niet uitgaan van je ervaring welke spoorwegmaatschappijen het beste zijn.
 
 
Carcassonne wordt nog leuker als je er uitbreidingen aan toevoegt... maar dat moeten dan wel de juiste uitbreidingen zijn. Onderhand zijn er wel heel veel verschenen, en niet allemaal van de hoogste kwaliteit. In mei heb ik er drie geprobeerd die ik nog niet kende. Van deze drie ben ik vooral gecharmeerd van de mini-uitbreidingen.
 
Zowel de Veerboten als de Vliegtuigen zijn leuk, brengen extra keuzes in het spel, maar maken het niet veel langer. Ze bestaan dan ook elk maar uit een stuk of twaalf tegeltjes. Op de tegeltjes van de Veerboten-uitbreiding staan vijvers afgebeeld. Als je deze aanlegt, dan kan je houten stokjes gebruiken om op dee vijvers veerverbindingen te maken tussen wegen. Zo kies je dus zelf welke wegen doorlopen over deze tegels, en welke doodlopen.
 
Als je een tegel met een vliegtuig trekt, moet je deze aanleggen als een gewone tegel. Daarna mag je een van je poppetjes normaal op deze tegel zetten, of je kan er een vlieger van maken. Als je dat doet, mag je een dobbelsteen gooien, en verplaats je je vlieger zoveel tegels in een rechte lijn. Op de tegel waar het poppetje landt, mag je 'm laten staan in een niet-afgemaakt gebied (stad, weg, weiland, etc.). Is er zo'n gebied niet op die tegel, dan neem je je poppetje weer terug.
 
Vergeleken met deze uitbreidingen is Bruggen, Burchten en Bazaars te groot. Deze uitbreiding verlengt het spel teveel, en maakt het hier en daar te complex. Ik vond deze minder leuk dan de eerste twee grote uitbreidingen, die Carcassonne echt leuker maken.
 

vrijdag 13 april 2012

Vier Dobbelspellen

Als een spel succesvol is, dan komt er tegenwoordig al snel een versie met dobbelstenen uit. Het is allemaal begonnen met Risk Express, en andere spellen uit die serie (Monopoly Express, Levensweg Express, enzovoorts), maar het zijn nu ook de Duitse topspellen die een dobbelversie krijgen. De afgelopen paar dagen heb ik er 4 kunnen spelen, en het niveau bleek erg variabel. Maar er zaten enkele bij die de moeite waard zijn.


Boonanza: het dobbelspel
Op de 7 dobbelstenen staan, natuurlijk, verschillende soorten bonen. Je mag ze onbeperkt overgooien, zolang je na iedere worp maar minstens 1 dobbelsteen opzij legt. Zo probeer je combinaties te vormen die op je kaartje staan, te beginnen met de onderste. Na 3 combinaties heb je een muntje verdiend, en voor iedere verdere geslaagde combinatie krijg je nog een muntje meer. Je kan meerdere combinaties in 1 worp bereiken, maar als dat niet lukt, ga je de volgende beurt weer verder waar je gebleven was.

Omdat je op ieder moment kan besluiten de huidige kaart te converteren in punten, en omdat je volgende kaart altijd al zichtbaar is, sta je vaak voor de keuze of je op een gegeven moment al aan die nieuwe kaart wilt beginnen. Er is daarom zeker wat denkwerk voor nodig om het Boonanza-dobbelspel te spelen. Ook omdat de tegenstander ook kan meeprofiteren van jouw worpen.

Dit is een best aardig spelletje, dat de moeite van het spelen waard is. Met het oorspronkelijke spel heeft het echter niet veel gemeen.


Keltis: het dobbelspel
De zoveelste Keltis-variant, en het lijkt erg op het Keltis-bordspel en het kaartspel. Op 5 dobbelstenen staan de 5 bekende Keltis-symbolen, en het groene bonus-symbool. Je mag de dobbelstenen 1 keer overgooien, en daarna mag je 1 van de 5 symbolen uitzoeken, en op dat scorespoor net zoveel vakjes naar voren gaan als je gegooid hebt.

Voor ieder scorespoor waar je aan begonnen bent, krijg je aan het eind van het spel punten: strafpunten als je minder dan 4 stappen hebt gezet, en pluspunten als je verder bent gekomen. Ook voor de bonus-fiches krijg je natuurlijk punten.

Dat lijkt simpel, en in de praktijk is dat het ook. De keuzes die je moet maken zijn zelden moeilijk, en nooit echt pijnlijk: meestal kies je gewoon het symbool waar je de meeste van hebt, tenzij je steentje op een ander scorespoor precies op een kabouter zou belanden (want dan krijg je meteen nog een beurt). Het spel is qua strategische diepgang nog het best te vergelijken met Yahtzee, maar dan alleen met de bovenste helft van het scoreblok.


Carcassonne: het dobbelspel
Het enige positieve dat ik over dit spel kan melden, is dat het in een wel heel grappig doosje zit. O ja, en het duurt maar kort.

Op iedere dobbelsteen zijn zwarte vormen afgebeeld, die overeenkomen met de stadsdelen op de tegels in het reguliere Carcassonne. Je mag 3 keer gooien, en na iedere worp mag je de gegooide stadsdelen in de vorm van een stad neerleggen. Na 3 worpen scoor je je stad, waarbij grote steden veel meer punten opleveren dan kleine steden.

Dan heb je ook nog katapult-symbolen; die dobbelstenen ben je meteen kwijt; en riddersymbolen. Met 3 ridders mag je ervoor kiezen om deze beurt niets te scoren, en dan telt je volgende beurt dubbel. Meestal is het echter beter om niet te gokken op een goede beurt, maar om gewoon iedere beurt een mooie stad te scoren.

De beslissingen in dit spel zijn eenvoudig, en er zit nauwelijks interactie in met de tegenstanders. Tijdens het spel zat ik me voornamelijk te vervelen. Dit is een absolute afrader.




Zooloretto: het dobbelspel
Dit is de dobbelversie van Zooloretto, dat in Nederland uitgebracht is als Burgers' Zoo. Van de hier besproken dobbelspellen blijft deze het dichtst bij de oorspronkelijke uitgave.

Op de 6 dobbelstenen staan 5 verschillende dieren afgebeeld, en een muntje. Als je aan de beurt bent, mag je 2 dobbelstenen gooien, en daarna op een van de vrachtwagens op het speelbordje leggen. Je mag in plaats daarvan ook een van de vrachtwagens uitkiezen, om dan die dobbelstenen te scoren.

Iedere speler heeft een scoreblok, waarop hij de verzamelde dieren kan afstrepen. Voor ieder dier is er maar een beperkt aantal plekken: zo hoef je in het hele spel maar 1 aap te verzamelen, maar wel maar liefst 5 olifanten. Als je er daarna nog een gooit, dan kost dat per diersoort 2 strafpunten, die je dan weer ongedaan kan maken door voldoende muntjes te verzamelen.

Het dobbelspel is wat eenvoudiger dan het Zooloretto-bordspel, en doet wel wat denken aan diens voorganger, het kaartspel Coloretto. Van alle hier genoemde spellen is Zooloretto de meest interactieve, en heeft het de interessantste beslissingen.


Het is mogelijk om een bordspel te converteren naar een leuke, korte dobbelvariant. Maar de ontwerpers van Carcassonne en Keltis zijn hier duidelijk niet in geslaagd. Boonanza is een leuk tussendoortje, maar de winnaar van deze vergelijkende test is overduidelijk Zooloretto. Later dit jaar komt de Nederlandse editie uit, naar het schijnt onder de naam "Dierentuin dobbelspel". Ik ga 'm in ieder geval kopen.

maandag 2 januari 2012

December 2011

Met een paar spellendagen in de kerstvakantie was december voor mij een van de spellenrijkste maanden van het jaar. In totaal heb ik 75 keer een spel gespeeld. Het vaakst kwam (zoals gebruikelijk) Dominion op tafel: 16 keer.

Zeven spellen waren nieuw voor mij. Zoals gewoonlijk heb ik geprobeerd ze te ordenen, met de beste voorop, maar dat was niet makkelijk, want er zaten geen slechte spellen tussen. Alleen het beste spel van de maand stak er hoog bovenuit:


Kingdom Builder
Deze titel kreeg wisselende kritieken na Essen, dus ik begon er met enige terughoudendheid aan, maar halverwege het spel was dat veranderd in enthousiasme: ik zat dit echt met plezier te spelen. Dit is dan ook een spel dat precies in mijn straatje past: een briljant puzzelspel.

Het spelverloop lijkt gedomineerd te worden door toeval: iedere beurt trek je een kaart, die oplegt waar op het bord je je huisjes mag plaatsen. Dit beperkt je mogelijkheden tot taktisch spelen. De kunst zit er dan ook in, om iedere beurt je opties zo open mogelijk te houden, welke kaart je volgende beurt ook trekt.

Kingdom Builder is het derde spel van Donald X. Vaccarino dat ik gespeeld heb (eerder speelde ik Nefarious en natuurlijk Dominion), en het is wat mij betreft weer een succes. Jammer van de prijs, die wat aan de forse kant is.


The City
Een klein kaartspelletje, dat duidelijk afgeleid is van de moderne klassieker Race for the Galaxy. Iedere ronde mag je 1 kaart voor je neerleggen, door het betalen van de prijs die in de rechterbovenhoek staat. Betalen doe je met kaarten uit je hand. Iedere kaart die je voor je hebt liggen levert aan het eind van iedere ronde een bepaald aantal kaarten en punten op, en als een speler de 50 punten gepasseerd is, eindigt het spel.

Met misschien maar 10 procent van de regels van Race is The City duidelijk veel geschikter voor de wat minder hardcore speler, maar ook de veelspeler kan best plezier beleven aan dit tussendoortje, dat maar een kwartier hoeft te duren.


Gipf
Een abstract spel, waarin je iedere beurt een zwarte of witte steen vanaf de rand het zeshoekige bord op schuift. Vorm je op die manier een rijtje van 5 stenen van 1 kleur, dan gaan die 5 stenen terug naar de vorraad van de eigenaar, en eventueel aangrenzende stenen van de andere kleur gaan terug in de doos. Zo verdwijnen langzaam alle stenen uit het spel. De eerste speler die geen steen meer in zijn voorraad heeft om op het bord te brengen, verliest.

Gipf is een spel van een behoorlijk hoog niveau. Door het verschuiven van de stenen verandert het bord iedere beurt behoorlijk, waardoor het lastig blijkt om een aantal zetten vooruit te voorspellen. Niettemin een behoorlijk goed spel, hoewel verschillende andere spellen in dezelfde reeks (Dvonn, Tzaar) waarschijnlijk mijn voorkeur hebben.


Mr. Jack
In Mr. Jack neemt de ene speler de rol op zich van Mr. Jack, een crimineel die door de andere speler opgepakt moet worden. Op het bord bevinden zich 8 karakters, waarvan er 1 Mr. Jack is. Zijn identiteit is natuurlijk niet bekend bij de inspecteur. Om de beurt mogen de spelers zetten doen met deze karakters, en om de zoveel tijd moet Mr. Jack informatie geven: aan het eind van iedere ronde zegt hij of zijn personage "zichtbaar" is, dat wil zeggen: naast een ander karakter of een lantaarnpaal staat.

De inspecteur moet binnen een vastgesteld aantal beurten de identiteit van zijn tegenspeler achterhalen, en deze arresteren met behulp van een van de andere personen. Lukt dat niet, dan wint Mr. Jack.

Dit is een geslaagde variant op het Scotland Yard-principe. Op het eerste gezicht lijken beide partijen goed gebalanceerd, hoewel de rol van voortvluchtige voor een beginnende speler mij iets moeilijker lijkt. (Maar ik heb het spel pas 1 keer gespeeld, als Mr. Jack, dus ik ben misschien bevooroordeeld.)



Master Merchant
Iedere speler heeft een eigen deck met kaarten; door deze uit te spelen kan hij geld verdienen, waarmee hij nieuwe kaarten voor zijn deck koopt, die hij in een volgende beurt uit kan spelen, etcetera. Kortom: een soort Dominion. Maar bij Master Merchant trek je altijd je hele deck in je hand, om die vervolgens in een aantal beurten helemaal leeg te spelen. Zo heb je dus volledige controle over hoe je je kaarten speelt, zonder afhankelijk te zijn van of je de kaartencombinatie trekt die je nodig hebt, zoals in Dominion. Tenminste, zolang de andere spelers geen aanvalskaarten spelen (maar dat zullen ze waarschijnlijk wel doen).

Het resultaat is een taktisch gevecht voor 2 tot 4 spelers, dat soms wat onoverzichtelijk wordt door de vele mogelijkheden, maar met zijn korte speelduur niet verveelt.


Hau La
Ik heb al redelijk wat bouwspellen gespeeld, maar een als Hau La nog nooit. In plaats van met houten blokken, wordt dit spel gespeeld met schuimrubberen strookjes. In ieder strookje zitten gaten, waar andere strookjes in gestoken kunnen worden, en zo kan je een heel bouwsel bouwen. Om de beurt voegen de spelers een strookje toe, en het gaat er uiteindelijk om om zo hoog mogelijk te komen.

Omdat de strookjes van een buigzaam materiaal gemaakt zijn, kan je ze zo plaatsen dat het hele bouwwerk verwrongen wordt en de markers van de andere spelers naar beneden getrokken worden. Ik ben nog niet helemaal overtuigd dat dit een goed spel is, maar het is in ieder geval origineel, en met zijn korte speelduur zeker geschikt als avond-opener of afsluiter.


Jambo
In dit 2-persoonskaartspel gaat het om de aan- en verkoop van goederen. Op de meeste kaartjes in dit spel staan drie goederen afgebeeld. Als je zo'n kaart speelt, heb je de keus om al deze goederen te kopen, of om deze zelfde goederen te verkopen (tegen een hogere prijs, natuurlijk). Daarnaast zijn er een groot aantal kaarten die een speciale actie doen. Door het slim uitspelen van deze kaarten probeer je zo snel mogelijk een bepaald vermogen op te bouwen.

Jambo is een aardig spel, dat lekker wegspeelt, maar niet echt vernieuwend is. Ik zou het graag nog een keertje doen, maar het zal bij mij de honderd keer lang niet halen (zoals bij sommige bekenden van mij wel het geval is).


Daarnaast heb ik ook een aantal nieuwe uitbreidingen uitgeprobeerd:

Carcassonne: Die Schule
Carcassonne: De Toren
De Graaf van Carcassonne
Deze drie uitbreidingen heb ik allemaal tegelijk gespeeld in een spel mega-Carcassonne, waar verder ook de eerste Uitbreiding en The Cult aan toegevoegd was. Met zoveel uitbreidingen werd het spel behoorlijk topzwaar. Er waren zoveel dingen om rekening mee te houden, dat het een echte breinbreker werd. Jammer, want Carcassonne moet het hebben van zijn eenvoud.

De voornaamste schuldige was De Toren. Op sommige tegels kan je torens bouwen; doe je dat, dan kan je naburige poppetjes gevangen nemen. Het is daarom erg onaantrekkelijk om torens naast bestaande torens aan te leggen; dit maakt het spelen vaak erg lastig. Maar als je een tegel met een toren trekt, dan kan je vaak een goed scorende pop van een tegenstander wegjagen. Het toevallig trekken van zo'n tegel heeft een (voor mij) onaanvaardbaar grote invloed op het spel.

De Graaf is een kleine uitbreiding: 12 tegeltjes met daarop een stad. Deze stad vervangt de starttegel. Op de stad kan je poppen plaatsen, die later in het spel verplaatst kunnen worden naar een straat, stad, of weide die gescoord gaat worden. Ook deze uitbreiding maakt het spel gemener en lastiger, en niet echt leuker.

Die Schule is nog kleiner: twee tegeltjes die samen een school afbeelden, met 6 wegen. Als je een van deze wegen afsluit, dan krijg je de leraar, wat betekent dat je meeprofiteert van de volgende telling, ongeacht of je daar zelf een poppetje hebt ingezet. Deze uitbreiding is de enige van de drie die ik nog vaker zal gebruiken. Op Essen was ze samen met de Carcassonne-promokaarten voor Dominion te koop; een aanrader.


Thurn und Thaxis: Alle Wegen führen nach Rom
In deze doos zitten twee kleine uitbreidingen voor T&T, waarvan we er een gespeeld hebben. Op een extra speelbord zijn een aantal wegen afgebeeld, die naar Rome leiden. Voor ieder land in het spel wordt er een postkoets neergezet aan het begin van een route. Alle spelers verdelen in het geheim hun reizigers (van waarde 1 tot 5) Elke keer als je een route afsluit, en je zet in een stad op die route geen huisje, dan mag je de postkoets van die kleur een stapje vooruit zetten. Alleen reizigers die voor het einde van het spel Rome bereiken, kunnen punten opleveren.

Deze uitbreiding is niet onaardig, maar voegt ook weer niet heel veel aan het spel toe. De eerste uitbreiding, Glanz und Gloria, is een stuk interessanter.

woensdag 7 december 2011

November 2011

Veel nieuwe spellen deze maand. Daar zitten voornamelijk nieuwe tussen, die pas in Essen verschenen zijn; andere zijn al wat ouder maar had ik nog nooit onder ogen gehad. Zoals gewoonlijk staan ze weer op volgorde, met de beste voorop.

Ora et Labora
Dit is duidelijk de opvolger van Le Havre. Ook dit is een spel met een enorme hoeveelheid grondstoffen: rond de 20. Met sommige acties kan je grondstoffen uit de voorraad krijgen; net zoals in Le Havre worden deze iedere ronde aangevuld, maar in Ora et Labora wordt daarvoor een rondeel gebruikt.

Je kan gebouwen bouwen, en deze vervolgens gebruiken om grondstoffen in andere grondstoffen om te zetten: bijvoorbeeld graan in meel of whiskey, meel in brood, of turf in kolen. Iedere speler heeft twee pionnen, die alleen op eigen gebouwen ingezet mogen worden. Maar je kan ook geld betalen aan een andere speler om een van zijn pionnen op een van zijn gebouwen te zetten; dan voer je zelf de bijbehorende actie uit. Vergeleken met Le Havre is hierdoor meer spelerinteractie mogelijk: niet alleen kan je een actie van een medespeler blokkeren door het bezetten van een gebouw; door het inzetten van een pion kan je het zelfs onmogelijk maken voor een andere speler om een actie te doen.

Punten worden gegeven voor het produceren voor een aantal goederen: boeken, ornamenten en relikwieën (het spel speelt zich af in een klooster). Ook ontvang je punten voor dorpen die je op je speelbord hebt gebouwd: deze geven punten voor alle 4 de omringende kaarten.

Ora et Labora is een lang spel: mijn eerste (en enige) spel duurde bijna 3 uur, en dat was de verkorte versie. Maar het heeft mij al die tijd kunnen boeien. Wat dat betreft heeft het ook veel weg van Le Havre, en ik heb dus alle hoop dat het ook op de lange duur veel plezier blijft geven. De kaartjes zijn wel erg klein, met priegelige tekst, en ik hoop daarom dat dit nog in het Nederlands zal verschijnen. Dan schaf ik dit spel zeker aan.


Nefarious
Een simpel maar vermakelijk tussendoortje. Zie mijn uitgebreidere recensie.

Overigens heb ik nu (in December dus) Kingdom Builder voor het eerst gespeeld, ook een nieuw spel van de auteur van Nefarious en Dominion. En het is nu wel heel duidelijk wat Donald X's handelsmerk is: heel simpele regels, waarbij de wederspeelbaarheid moet komen uit een willekeurige selectie van extra regels die per spel verschillen. Over een maandje zal ik laten weten hoe dit mij in Kingdom Builder bevallen is...


German Railways
Dit spel is erg verwant aan Samarkand, waar ik al eerder over geschreven heb. Het spel draait om 8 Duitse spoorwegmaatschappijen. Voor iedere maatschappij zijn er 3 aandelen beschikbaar, waarvan er 1 aan het begin van het spel wordt geveild. De andere aandelen kunnen in het verloop van het spel geveild worden, wanneer de spelers daarvoor kiezen. Het geld dat op de aandelen geboden wordt, komt in kas van de maatschappij; biedt dus niet te laag op een aandeel, want dan kan de maatschappij niet veel uitrichten.

Als je een actie mag doen tijdens het spel, kan je kiezen uit het aanwijzen van een aandeel voor veiling, of het uitbreiden van een spoorwegnetwerk; de kosten voor deze uitbreiding komen uit de kas van het bedrijf. Natuurlijk mag je alleen het netwerk uitbreiden van een maatschappij waar je aandelen in hebt. Maak je daarmee contact met het netwerk van een andere maatschappij, dan volgt er een uitbetaling. Alle 8 de maatschappijen keren op dit moment inkomsten uit aan hun aandeelhouders op basis van het aantal steden in hun netwerk; de maatschappij die deze uitbetaling veroorzaakt heeft, betaalt dubbel uit.

In tegenstelling tot Samarkand speelt het toeval in German Railways geen rol. Wat dat betreft is het dus een serieuzer, zwaarder spel. Toch zijn er niet veel regels, en voelt het spel niet zwaar aan. Helaas zijn de Nederlandse spelregels niet helemaal foutloos: bekijk voor het juiste startkapitaal liever een van de andere handleidingen. Maar als je eenmaal met de juiste regels speelt, dan is het een mooi spel dat draait om subtiele samenwerking tussen mede-aandeelhouders.


Hoogspanning: de eerste vonken
Deze vereenvoudigde versie van Hoogspanning (het beste spel ter wereld) is gesitueerd in de prehistorie. Je clan probeert voedsel te vinden met behulp van een aantal gereedschappen, zoals hengels (voor vis), bogen (voor beren) en speren (voor mammoeten). Met dit voedsel kan je je clan uitbreiden, en ook betere gereedschappen aanschaffen.

De regels van dit spel zijn iets eenvoudiger dan die van het oude Hoogspanning, maar in de praktijk scheelt het niet veel. Er zijn nog steeds een paar regeltjes die je makkelijk vergeet. Wat dat betreft is het voordeel ten opzichte van het andere spel niet groot; vooral niet voor diegenen onder ons die Hoogspanning al zo'n 100 keer gespeeld hebben (zoals ik).

Het spel verloopt redelijk snel, maar mist een aantal spannende momenten. Ik heb bijvoorbeeld nog geen een keer echt in spanning gezeten of er een goed gereedschap van de trekstapel wordt omgedraaid, terwijl dit vaak het geval is tijdens de veiling van elektriciteitscentrales in Hoogspanning. Wat mij betreft biedt dit spel helaas te weinig nieuws, en speel ik toch altijd liever het origineel. Maar een slecht spel is het zeker niet.


King of Tokyo
Van de bedenker van Magic: the Gathering komt dit spel, dat een stuk eenvoudiger is. Het doet denken aan Yahtzee: je probeert in 3 worpen bepaalde combinaties te gooien met de 6 dobbelstenen.

Als je bijvoorbeeld een of meer klauwen gooit, dan val je het monster aan dat in Tokio staat, of juist alle monsters buiten Tokio als je de stad zelf in bezit hebt. Iedere klauw doet 1 schade, en bij de 10e schade ben je dood. Als het monster in Tokio na zo'n aanval besluit dat hij teveel schade heeft opgelopen, mag hij vrijwillig de stad verlaten, en komt de aanvaller voor hem in de plaats.

Je blijft het liefst zo lang mogelijk in Tokio staan, want je verdient veel punten als je een hele ronde in de stad blijft. Maar je kan daar niet eindeloos blijven. Op een gegeven moment zal je willen herstellen, en dat kan alleen buiten de stad, door hartjes te gooien.

Door een derde soort symbolen op de dobbelstenen kan je energie verkrijgen. Die kan je dan weer inwisselen tegen kaarten met speciale eigenschappen, die je aanval sterker maken, of je extra dobbelstenen of energie geven, etc.

King of Tokyo is nogal chaotisch, zoals je van een dobbelspel kan verwachten. Het is qua gewicht en lengte te vergelijken met Knizia's dobbelspellen (Regenwormen, Risk Expres), maar dan Ameritrash. Leuk om als tussendoortje te doen.


Strasbourg
Strasbourg introduceert een heel aardig nieuw spelmechanisme. In elk van de 5 speelronden zijn er 7 veilingen, waarin je kan bieden met een of meer biedkaarten, met waarden van 1 tot en met 6. Voor alle veilingen in het hele spel heb je in totaal 24 kaarten, en je mag zelf weten hoeveel kaarten je iedere ronde gebruikt om te bieden.

Aan het begin van iedere ronde trek je een voor een biedkaarten van je trekstapel, totdat je denkt dat je voldoende biedkracht hebt voor deze ronde. Daarna deel je de getrokken kaarten op in stapeltjes; ieder van deze stapeltjes kan je gebruiken voor een veiling. Zo bepaal je dus zelf in hoeveel veilingen je deze ronde meedoet, en hoe hoog je uiteindelijk wilt bieden. Het kan soms gunstig zijn om je kaarten gelijkmatig te verdelen, zodat je vaak tweede wordt in een veiling (de tweede plaats levert meestal ook nog een voordeel op); andere keren wil je graag zeker zijn dat je wint.

De veilingen voelen een beetje aan als die in het spel Ra: je hebt maar een beperkte keus uit waarden die je kan bieden. Maar hier mag je die waarden dus zelf bepalen. Je hebt voor het hele spel maar een klein stapeltje kaarten, dus het is vaak verstandig zuinig te zijn op je kaarten. Maar te zuinig zijn betekent dat je nooit iets wint. Al met al kan dit veilingmechanisme me wel bekoren.

Maar wat kan je in de veilingen winnen? Helaas is dat een stuk minder spannend. Je kan goederen verkrijgen; deze kan je vervolgens verkopen voor geld; ook kan je het recht winnen om je poppetjes op de stadskaart van Straatsburg te plaatsen. Ieder poppetje levert punten op, zeker als je er een duur gebouw bij kan plaatsen. O ja, en er zijn ook nog bonuskaarten, die punten opleveren als je aan bepaalde voorwaarden voldoet. Dit deel van het spel deed erg dertien-in-een-dozijn aan: we hebben dit wel vaker gezien.

Strasbourg koppelt zo een boeiend veilingmechanisme aan een weinig opwindend standaard euro-spel. Daarmee is het geen spel dat ik zou kopen, maar ik zou wel meespelen mocht het ooit nog op tafel komen.


Pirate Fluxx
Een zoveelste versie van dit kaartspelletje. Voor mij voegt dit spel niet veel toe aan de familie. Ben je een Fluxx-hater, dan zal dit spel niet kunnen overtuigen; ben je een liefhebber, dan kan je het beslist eens proberen, voor de afwisseling.


Cargo Noir
Het spelmateriaal is prachtig, en de doos is fors, maar eigenlijk is dit een simpel veilingspel. Als je aan de beurt bent krijg je alle smokkelwaar uit de havens waar alleen een van je eigen bootjes bij staat, en daarna kan je je bootjes weer uitsturen. Als je een boot ergens neerzet waar al een boot van de tegenstander staat, dan moet je natuurlijk wel hoger bieden dan hij. Dat doe je door een stapel muntjes onder je bootje te leggen.

Bepaalde verzamelingen van smokkelwaar kan je inwisselen tegen (gedeeltelijk onroerende) goederen, die punten waard zijn. Na een ronde of 10 heeft de speler met de meest waardevolle collectie gewonnen.

Cargo Noir is best aardig, alleen het voldoet eigenlijk niet aan de verwachtingen die de uitvoering van het spel opwekten. Nu ik weet wat ik kan verwachten, wil ik het echter best nog wel eens spelen.


Arkadia
Dit is een niet onaardig spel, dat al een jaar of 5 oud is, maar dat ik nog nooit gespeeld had.

De bedoeling van dit spel is om gebouwen op het bord te plaatsen, en deze dan zo veel mogelijk te omringen met je eigen poppetjes. Iedere keer als een gebouw volledig is omringd (dit kan ook door andere gebouwen zijn), verdienen de omringende poppetjes munten van een bepaalde kleur (afhankelijk van welk gebouw het is).

De speler die ervoor gezorgd heeft dat deze waardering plaatsvond, mag vervolgens een torentje neerzetten in het midden van het speelbord. Op ieder torentje staat een gekleurde stip; het aantal stippen dat van een kleur zichtbaar is, bepaalt hoeveel punten een munt van die kleur waard is. De speler met de meeste punten heeft gewonnen.

Dat is in kort bestek hoe het spel verloopt. Het spel doet een beetje ouderwets aan, maar is de moeite van het spelen waard. Het is redelijk interactief, en de beslissingen die je tijdens je beurt moet nemen zijn niet vanzelfsprekend. Zo kan het soms de moeite waard zijn om een gebouw te waarderen waar alleen de andere spelers omheen staan, alleen om de koers van jouw muntjes omhoog te brengen. Ik vind het leuk om Arkadia eens gespeeld te hebben, en zou het niet erg vinden om het nog wel eens te doen.


Lifeboat
Een schip is gezonken, en er zitten nu een paar mensen in een reddingsboot in de hoop dat ze het vasteland kunnen bereiken. Je kan het spel natuurlijk alleen winnen als je tot het eind van het spel weet te overleven. Dan krijg je punten. Ook scoor je punten als je "geliefde" het overleeft; deze wordt aan het begin van het spel in het geheim bepaalt. Er zit ook iemand in de boot die je haat: als deze per ongeluk het loodje legt, dan krijg je daar ook punten voor.

Iedere ronde worden kaarten uitgedeeld met voorwerpen. Deze kunnen je helpen de tocht te overleven, of leveren aan het einde punten op. De speler op de voorste plaats in de boot mag als eerste iets uitzoeken; daarna de persoon op de tweede plaats, enzovoorts. De speler helemaal achterin de boot staat aan het roer. Aan het eind van iedere ronde trekt hij kaarten van de navigatiestapel, en kiest hij er een uit. Op die kaart staat onder andere aangegeven of je dichter bij land gekomen bent, en welke spelers er deze beurt overboord geslagen worden en schade oplopen.

De volgorde in de boot is dus belangrijk. Daarom krijgt iedereen elke ronde de kans om te vechten voor een betere positie in de boot. Je wint een gevecht als je sterker bent als de tegenstander; ben je dat niet, dan kan je proberen om andere spelers te hulp te vragen. De verdediger mag dat natuurlijk ook. Het gevaar is dat als je het gevecht verliest, je weer schade oploopt. Je kan ook proberen om door een gevecht voorwerpen van iemand af te pakken. Wil je niet vechten, dan kan je ook meehelpen roeien; in dat geval heb je invloed in de navigatiekaarten die deze beurt getrokken kunnen worden.

Het idee van Lifeboat is niet onaardig. Helaas heb je niet veel invloed op de gang van zaken te hebben. Ik had dan ook erg het gevoel dat de winnaar voornamelijk door toeval bepaald werd. Misschien dat dat bij herhaald spelen wel beter zou worden, maar dat ga ik waarschijnlijk niet meer proberen.


Shave a Sheep
Mooie wolf en schapen van Lego, maar het spel valt tegen. Gooi een dobbelsteen, en doe wat erop staat: plak een stukje wol op je schaap of jaag de wolf naar het schaap van je tegenstanders. Sommige kanten van de dobbelsteen zijn tweekleurig: dan mag je kiezen wat je doet.

Het grote pluspunt voor spellen van Lego is dat je ze naar eigen inzichten kunt aanpassen, maar bij Shave a Sheep beperkt zich dat tot het combineren van de kleuren op de dobbelsteen: als je genoeg hebt van de combinatie roze/zwart, dan kan je het zwate stukje ook combineren met bijvoorbeeld een groene. Gaap.



Ook heb ik een paar nieuwe uitbreidingen gespeeld:

Power Grid: The Robots
Deze uitbreiding bevat kunstmatige spelers voor Hoogspanning. Als je bijvoorbeeld met vier spelers bent, kan je 1 robot gebruiken, en moet je het spel dus spelen alsof je met 5 spelers bent.

De robot is voorgeprogrammeerd: voor iedere situatie is vastgelegd wat hij gaat doen. De regels die hij volgt worden willekeurig gekozen aan het begin van het spel. Bijvoorbeeld: voor de veiling van de elektriciteitscentrales is er een mogelijke regel die zegt dat de robot op alle centrales meebiedt; of alleen op een centrale die de goedkoopste grondstof verstookt; of alleen op de op-een-na-goedkoopste.

Omdat het gedrag van de robot vastligt, kan je daarop inspelen. Je kan bijvoorbeeld een centrale aanbieden waarvan je zeker weet dat de robot erop gaat bieden, om zo die centrale uit de markt te verwijderen. Deze uitbreiding voegt zo een hele nieuwe dimensie aan Hoogspanning toe.


Carcassonne - Die Kultstätte
Deze mini-uitbreiding voegt een klein aantal tegeltjes met tempels toe aan Carcassonne. Deze tegeltjes leveren op dezelfde manier punten op als de kloosters uit het basisspel, maar behoren tot een rivaliserende religie. Als een van deze tempels naast een klooster wordt gelegd (of andersom), dan verdient alleen degene die het eerste een van beide tegeltjes afmaakt de punten. Een pion op de andere, nog onaffe tegel wordt meteen verwijderd.

Toen ik deze uitbreiding voor het eerst speelde, werd deze regel een keer toegepast. Hierdoor verloor ik de punten van een van mijn tempels, en uiteindelijk bleek ik daarom het spel verloren te hebben. Al is dit een kleine uitbreiding met weinig extra regels, het heeft dus wel degelijk invloed op het spel. Het is zeker geen onmisbare toevoeging aan het spel (zoals bijvoorbeeld de eerste Carcassonne-uitbreiding), maar wel een positieve (in tegenstelling tot sommige andere uitbreidingen, zoals de Prinses en de Draak...)

maandag 17 oktober 2011

Augustus 2011

Ik loop een beetje achter, dus post ik vandaag even twee maandoverzichten. Dat kan ook wel, want in augustus heb ik slechts 49 keer een spel gespeeld. Het vaakst speelde ik Dominion (13 keer) en Taipan (9 keer).

Hieronder staan de vier spellen die voor het eerst op tafel kwamen, met de beste zoals gewoonlijk voorop.

The Climbers
In The Climbers bouwen de spelers aan een hoge toren. Iedere beurt moet een speler eerst een blok verplaatsen, en daarna mag hij met zijn pion over het bouwerk lopen. Maar daarbij mag de pion alleen op zijn eigen kleur of op de neutrale kleur lopen. Iedere zijde van een blok heeft namelijk een andere kleur. Bovendien kan een pion geen grote hoogteverschillen overbruggen.

Bij The Climbers moet je proberen zo hoog mogelijk te eindigen, en tegelijk de weg omhoog te blokkeren voor je tegenstanders. Maar doe je dat te goed, dan eindig je misschien wel alleen op een blok, terwijl je tegenstanders aan een andere kant van de toren samenwerken om zo nog hoger te komen.

Helaas is dit spel in Nederland niet te koop, voor zover ik weet. Jammer; het exemplaar waar ik mee gespeeld heb, was van iemand anders, en ik zou het best willen hebben. Het moet in het buitenland besteld worden, tegen hoge verzendkosten, want het is een zwaar spel. Ik zal eens kijken of ik het in Essen te koop zie liggen.


Lino
Om de beurt leggen beide spelers een van hun stenen op het onregelmatig gevormde bord. Wie een rij helemaal afmaakt, krijgt daar punten voor, en aan het eind verdien je nog punten voor een ononderbroken rij in je eigen kleur. Deze twee manieren om punten te scoren zorgen voor een gezonde dosis spanning in het spel. Als je bijvoorbeeld een rij van 6 van jouw stenen hebt, met in diezelfde rij nog 2 open plekken, leg je dan die 7e steen aan, in de wetenschap dat je tegenstander dan steen nummer 8 kan neerleggen om de rij vol te maken?

Lino is een bijzonder geslaagd spelletje, dat niet te lang duurt maar wel je hersens laat kraken. Omdat het speelveld iedere keer een andere vorm heeft, vermoed ik dat het een behoorlijke wederspeelbaarheid heeft.


Ombatu
Een klein abstract spelletje voor maximaal 6 spelers. Iedere beurt gooit een speler een dobbelsteen, die aangeeft hoever hij een van zijn 3 speelstukken moet verplaatsen. Daarbij mag een speelstuk ook bovenop andere speelstukken terecht komen, maar als het stuk omhoog of omlaag verzet wordt, telt het hoogteverschil mee in het aantal zetten. Kan hij geen van zijn stukken verzetten, dan ligt hij uit het spel.

Ombatu is een onbekend spel met eenvoudige regels. Het is wel vrij chaotisch, en kan vrij lang duren terwijl de eerste spelers er al snel uit kunnen liggen. Daarom is het niet een van mijn favorieten deze maand, hoewel ik er geen bezwaar tegen heb om het nog eens te spelen.


Neuland
Door het plaatsen van je mannetjes op de verschillende lokaties op het bord kan je goederen verzamelen, daarna met die goederen nieuwe gebouwen bouwen, en met die gebouwen goederen in andere goederen omzetten. Welke goederen je hebt wordt aangegeven door de gebouwen waar je mannen op hebt staan. Uiteindelijk kan je gebouwen bouwen die punten geven; wie het eerst een bepaald aantal punten heeft, heeft gewonnen.

Dat klinkt simpel, maar de regels van Neuland zijn erg verwarrend. Het heeft voor mij minstens een half spel geduurd voordat ik een beetje door had wat er allemaal op het bord gebeurde. Daarna was het eindspel een teleurstelling: je kan een gebouw maar voor beperkte tijd bezet houden, en als je dan niet door kan gaan naar het volgende gebouw in de productieketen, dan moet je weer helemaal van voren beginnen. Het is dan ook voor de tegenstanders te makkelijk om iemand te blokkeren, zodat het spel helemaal vastloopt.

Neuland was voor mij geen positieve ervaring. Jammer, want het concept is niet onaardig.



En dan heb ik ook nog twee nieuwe uitbreidingen gespeeld:

Carcassonne: Kooplieden en bouwmeesters
Dit was de tweede uitbreiding van Carcassonne, en daarmee tegelijk ook de laatste die de moeite waard is. De bouwmeester geeft je een extra motivatie om je eigen steden of straten uit te breiden, maar de handelsgoederen geven je redenen om een stad van je tegenstander af te sluiten. De speler die de laatste tegel van een stad neerlegt, krijgt namelijk de goederen die in die stad zijn afgebeeld.

Zo maakt deze uitbreiding de keuzes waar je een tegel neer moet leggen een stuk lastiger. Kooplieden en bouwmeesters is net zoals de eerste Carcassonne-uitbreiding eigenlijk verplichte kost als je van Carcassonne een strategisch spel wilt maken.


Dixit Odyssey
Deze uitbreiding voegt een aantal speelwijzen toe aan Dixit, waaronder een voor 7 tot 12 spelers. Maar die heb ik allemaal niet geprobeerd; wij hebben alleen de nieuwe kaarten toegevoegd aan de trekstapel van Dixit en Dixit 2. Niets vernieuwends, dus; maar wel de moeite waard. De nieuwe tekeningen zijn van een andere artiest, maar sluiten goed aan bij de kaarten uit de eerdere edities.