Posts tonen met het label agricola. Alle posts tonen
Posts tonen met het label agricola. Alle posts tonen

zondag 30 juni 2013

Mei 2013

Mei was een topmaand, voor wat mijn gespeelde spellen betreft: maar liefst 92 keer kwam er een spel op tafel. Veel daarvan gebeurden tijdens het hemelvaartsweekend, toen ik met een aantal vaste tegenspelers van De Rode Dobbelsteen, de Haagse spellenclub, een paar dagen op de hei zat.
 
En wat heb ik zoal gespeeld? Natuurlijk het gebruikelijke: 9 keer Dominion, en 5 keer Family Fluxx, Hanabi, Tac en Pandemie. Maar er waren ook nieuwe spellen. Er zaten geen echte topspellen bij, maar de betere van de 6 spellen waren wel de moeite waard. Hieronder staan ze weer, op volgorde van hoe goed ik ze vond.
 
 
Op een eiland in Samoa komt iedere week een nieuwe groep toeristen aan. Elke speler heeft een hotel, en probeert de toeristen te lokken. Iedere ronde kies je tegelijk een kaart uit je hand met een kamerprijs. Hoe hoger de prijs, des te meer je verdient aan een toerist, maar de toeristen gaan natuurijk alleen naar de spelers met de laagste prijs. Als deze tenminste nog kamers vrij hebben, want alle gasten blijven meerdere weken, en pas als ze vertrokken zijn, kan je weer nieuwe toeristen toelaten.
 
Op de kaarten met de kamerprijs staat ook een bedrag waarvoor je een investering mag doen. Iedere ronde worden een paar investeringen opengedraaid: een extra kamer, of een zwembad. En de spelers met de hoogste biedprijs mogen als eerste zo'n investering kopen.
 
Ik heb mij vermaakt met Hotel Samoa. Je moet steeds alert blijven op wat andere spelers doen, hoeveel toeristen ze voor je weg kunnen kapen als je een hogere prijs vraagt voor je kamers. Het systeem met de komende en vertrekkende toeristen zit goed in elkaar, en alles bij elkaar is het een uitdagend (maar niet supercomplex) spel.
 
 
Dit is een obscuur werkverschaffingsspel, dat een medespeler uit Duitsland had meegenomen. Het opvallendst aan deze titel is het thema: de wetenschappelijke revolutie van de 17e eeuw. Iedere speler is een personage uit die tijd: Galilei, Newton, Leibniz, en zo voorts. Aan het begin van iedere ronde zetten zij om de buurt een "energie" in om een actie te ondernemen: invloed verzamelen, research, experimenteren, of publiceren.
 
In het midden van het bord is een aantal onderzoeksgebieden afgebeeld. Zo kan je research doen op bijvoorbeeld het gebied van de integraalrekening, of de zwaartekracht. Of dat slaagt, hangt af van een worp met de dobbelsteen. Als je later in een ronde aan de beurt bent, is daarbij de kans op succes groter. Daarna kan je experimenten doen; en als die slagen, dan kan je erover publiceren. Meerdere wetenschappers kunnen op hetzelfde traject bezig zijn, maar alleen de speler die het eerst publiceert, krijgt de punten. En daarna heeft iedereen kennis van de nieuwe theorie, en kan er aan de volgende ontdekking gewerkt gaan worden.
 
The New Science is een geslaagd spel over een interessante periode in de wetenschapsgeschiedenis. Het onderwerp is wat aan de droge kant, maar er zit genoeg spanning in de race om te kunnen publiceren.
 
 
Als je niet van Fluxx houdt, dan is dit kaartspelletje niets voor jou. Iedere kaart die je speelt kan iemand laten winnen of verliezen. Zo is er een kaart dat iedereen die niets blauws draagt, verliest, of iemand die "ja" of "nee" zegt. Het resultaat is een volledig chaotisch spel. Als je ervan houdt, dan is het hilarisch om een paar ronden te spelen. Gelukkig duurt een spelletje nooit erg lang, want voor je het weet ligt iedereen uit het spel.
 
 
Vergeleken met het echte Agricola is het 2-spelersspel sterk vereenvoudigd: er zijn nog maar een paar investeringen, geen ambachten, en je kan geen graan meer verbouwen of je familie uitbreiden. Je kan dieren krijgen en fokken, en je kan grondstoffen verzamelen voor het bouwen van hekken en stallen en zo.
Er zijn hier geen handenvol met kaarten, dus het toeval speelt vrijwel geen rol in dit spel. Wat dat betreft is dit het meest te vergelijken met de familie-variant van het "echte" Agricola. Zelf ben ik een liefhebber van het "gevorderde" Agricola, met de kaarten. Het twee-spelerspel vind ik daarom zelf wat te simpel. Natuurlijk, het duurt een stuk korter. Maar dan speel ik liever andere korte spellen.
 
 
In dit spel speelt de ene speler met jagers en houthakkers. Hij krijgt punten voor de dieren die hij schiet, en voor de bomen die hij omhakt. De andere speler speelt met vossen en beren, en wil juist de jagers en houthakkers opeten (met de beren). Iedere soort tegels heeft andere eigenschappen: een eigen manier van zetten, en andere soorten tegels die ze op kunnen eten. De beer is los! is dus een asymmetrisch spel, dat je eigenlijk twee keer moet spelen, waarbij de spelers halverwege van rol verwisselen.
 
Aan het begin van het spel liggen alle tegeltjes omgedraaid. In je beurt mag je kiezen: of je keert een tegeltje om, of je zet met een van je al omgedraaide tegels. Helaas kan je vantevoren niet zien welk tegeltje van jou is. Het kan dus gebeuren dat in het begin van het spel alleen tegels van een speler worden omgedraaid. Deze heeft dan voor de rest van het spel een groot voordeel. De keer dat ik het speelde, gebeurde dit allebei de keren in mijn voordeel, waardoor ik ruim won, maar dat had dus niets met mijn eigen goede spel te maken.
 
Deze ene keer spelen heeft een slechte nasmaak bij mij achtergelaten, en ik zal dit dus ook niet snel meer op tafel leggen. Jammer.
 
In dit kinderspel draai je een voor een kaarten om. Op de meeste kaarten staan appels, peren en wormen. Maar op sommige kaarten staat bijvoorbeeld een mandje met appels. Als zo'n kaart opengelegd wordt, moet je zo snel mogelijk roepen hoeveel appels (of peren, of wormen) er voorbij gekomen zijn. Wie het snelst het goede antwoord roept, wint dit punt.
Toffe peren is een kinderspel, maar ik zou het geen kind aan willen doen om dit te spelen. Ik hou niet bijzonder van snelheidsspellen, en dit is geen uitzondering.
 
 
 
 
Naast al deze spellen heb ik ook een paar nieuwe uitbreidingen gespeeld:
 
Dit is een variant op de klassieker 1830, die zich afspeelt in Nederland. Waar de meeste spellen binnen de 18xx-familie nieuwe regels introduceren, is 18Kaas alleen een nieuwe kaart; verder gebruik je al het materiaal van 1830. Het spel verloopt dan ook op de bekende manier, alleen kan je niet uitgaan van je ervaring welke spoorwegmaatschappijen het beste zijn.
 
 
Carcassonne wordt nog leuker als je er uitbreidingen aan toevoegt... maar dat moeten dan wel de juiste uitbreidingen zijn. Onderhand zijn er wel heel veel verschenen, en niet allemaal van de hoogste kwaliteit. In mei heb ik er drie geprobeerd die ik nog niet kende. Van deze drie ben ik vooral gecharmeerd van de mini-uitbreidingen.
 
Zowel de Veerboten als de Vliegtuigen zijn leuk, brengen extra keuzes in het spel, maar maken het niet veel langer. Ze bestaan dan ook elk maar uit een stuk of twaalf tegeltjes. Op de tegeltjes van de Veerboten-uitbreiding staan vijvers afgebeeld. Als je deze aanlegt, dan kan je houten stokjes gebruiken om op dee vijvers veerverbindingen te maken tussen wegen. Zo kies je dus zelf welke wegen doorlopen over deze tegels, en welke doodlopen.
 
Als je een tegel met een vliegtuig trekt, moet je deze aanleggen als een gewone tegel. Daarna mag je een van je poppetjes normaal op deze tegel zetten, of je kan er een vlieger van maken. Als je dat doet, mag je een dobbelsteen gooien, en verplaats je je vlieger zoveel tegels in een rechte lijn. Op de tegel waar het poppetje landt, mag je 'm laten staan in een niet-afgemaakt gebied (stad, weg, weiland, etc.). Is er zo'n gebied niet op die tegel, dan neem je je poppetje weer terug.
 
Vergeleken met deze uitbreidingen is Bruggen, Burchten en Bazaars te groot. Deze uitbreiding verlengt het spel teveel, en maakt het hier en daar te complex. Ik vond deze minder leuk dan de eerste twee grote uitbreidingen, die Carcassonne echt leuker maken.
 

maandag 15 oktober 2012

Essenvoorbeschouwing 2012: de rest

Op Essen komen niet alleen nieuwe treinenspellen uit. Ook in andere genres zijn er spellen die mijn aandacht getrokken hebben. Het is altijd lastig om de krenten uit de pap te vissen, dus daarvoor ga ik de extra dagen gebruiken dat ik dit jaar langer op de beurs ben. Meer spelen, minder ongezien kopen dus. Of dat gaat lukken, is altijd nog maar de vraag.
 
In ieder geval is mijn verlanglijstje nog nooit zo kort geweest. Ik ben bij het doorspitten van de Essen-preview op Boardgamegeek maar weinig items tegengekomen die ik meteen moest hebben. Daarbij komt nog eens dat het percentage uitgaven dat 40 euro of meer moet kosten weer schrikbarend is gestegen. Tel daarbij op dat er weer meer vrienden en vaste medespelers dit jaar naar Spiel af zullen reizen, en dan begrijp je dat ik me niet verplicht meer voel om zomaar alles te kopen.
 
Welke spellen haalden het toch nog?
 
 
Fremde Federn
De laatste jaren vielen de nieuwe grote spellen van Friedemann Friese tegen. Hoogspanning: Fabrieksmanager viel nog wel mee, al is het weinig gespeeld. Maar Fürstenfeld en vooral Hoogspanning: De eerste vonken waren miskopen.
 
Toch ben ik weer heel benieuwd naar Fremde Federn. Voor dit spel heeft FF afgekeken bij een aantal topspellen. Het combineert een worker placement mechanisme waarin iedere beurt meer acties beschikbaar komen (zoals in Agricola) met een deck building element (à la Dominion). Het aanbod van kaarten die je kunt kopen doet dan weer denken aan Through the Ages.
 
Ik zal Fremde Federn wel meenemen. Het idee staat me erg aan, en het krijgt al een paar lovende kritieken. Bovendien, en dat is ook niet onbelangrijk, heeft een van mijn favoriete spelillustratoren, Maura Kalusky, weer een prachtig uiterlijk gegeven aan dit spel dat draait om een politieke campagne. Ik weet zeker dat de voorkant van de doos op de stand van 2F op metershoge affiches afgebeeld zal staan.
 
 
Hanabi
Een van de kleine hits van vorige Spiels was Habani & Ikebana, twee spellen die met hetzelfde materiaal gespeeld konden worden. Vooral het samenwerkingsspel Habani viel in de smaak. Dit jaar is er een nieuwe editie uitgekomen. Weliswaar alleen van Habani, maar dan wel in de reeks goedkope Amigo-kaartspellen, dus er is geen enkele reden om 'm te laten liggen.
 
 
Card City
Alban Viard is bekend geworden door zijn Age of Steam-kaarten, en dat betekent al dat hij een kundig spelontwerper is. Zijn eigen spel Town Center is ook goed ontvangen onder zijn fans, en omdat treinenspelers altijd goede smaak hebben, betekent dat automatisch dat ik ook geïnteresseerd ben. Helaas is Town Center vrijwel uitverkocht in de voorverkoop, maar Card City ziet er ook veelbelovend uit.
 
Zoals de naam al aangeeft, bouwt iedere speler in Card City een eigen stad uit kaarten. Iedere kaart laat een wijk zien, bijvoorbeeld een woonwijk, handelswijk, of industriegebied. Iedere ronde verdien je geld op basis van het aantal handelswijken in je stad, en aan het eind van het spel ontvang je punten van al je woonwijken.
 
Het meest interessante onderdeel van het spel is hoe de kaarten verdeeld worden. Iedere ronde trekt een van de spelers een aantal kaarten, en verdeelt deze in twee stapels: een van twee open kaarten, en een van twee andere open kaarten en een aantal dichte kaarten. De volgende speler mag dan kiezen voor de open kaarten, of mag de open kaarten aan de startspeler geven, om vervolgens op dezelfde manier de kaarten verder te verdelen. Door deze wijze van kaartenverdeling speelt bluf en het inschatten van wat een ander wil hebben een grote rol in Card City.
 
Als dit spel te koop is, schaf ik 'm zeker aan. De prijs speelt daarbij zeker een rol: met 18 euro valt die voor een spel van een kleine uitgever best mee, in vergelijking tot veel andere spellen.
 
 
Le Havre: Der Binnenhafen
De tweepersoonsversie van Agricola heb ik nog niet gespeeld, maar toch ben ik al nieuwsgierig naar de opvolger: de tweepersoons-Le Havre. Uit de spelregels blijkt dat deze versie iets abstracter is dan de oerversie van het spel, maar het ziet er niettemin interessant genoeg uit om mee te nemen.
 
Natuurlijk gaat het in dit spel er weer om om zoveel mogelijk goederen te verzamelen, om te zetten in waardevollere goederen, en dan voor veel geld te verkopen. Geen onbekend thema in hedendaagse spellen, maar de spellen van Uwe Rosenberg steken met kop en schouders boven de soortgenoten uit.
 
 
Mutant Meeples
Dit spel is geïnspireerd door de puzzel-klassieker Ricochet Robots, waarin je robots in zo weinig mogelijk zetten naar een bepaalde plaats op het bord moet verplaatsen. Alle spelers proberen tegelijkertijd een oplossing te vinden, en wie de kortste oplossing vindt, heeft de ronde gewonnen.
 
In Mutant Meeples zijn de robots vervangen door meeples, de houten poppetjes uit Carcassonne. Iedere meeple (er zijn er in totaal 8) heeft een eigen superpower: eentje kan door muren lopen, een ander kan een stapje opzij doen, enzovoorts. Maar als je met een meeple het einddoel hebt bereikt, mag je vanaf dat moment die meeple niet meer gebruiken, en worden de volgende puzzels voor jou lastiger om op te lossen.
 
Ik ben een groot fan van Ricochet Robots, en deze variant lijkt mij niet onaardig. Goed genoeg om te kopen? Dat weet ik nog niet. Vraag het me over een paar dagen nog eens...
 
 
The Resistance: Avalon
Dit is een nieuwe uitgave van The Resistance. In The Resistance moet "het verzet" een vijftal missies uitvoeren. Maar onder de spelers bevinden zich een aantal verraders, die de missies willen laten mislukken. Er wordt steeds gestemd over wie er mee mogen doen aan de missies, en uit die openbare stemmingen moeten de spelers proberen te achterhalen wie de trouwe verzetsleden zijn. Een spel in het genre van Weerwolven dus, maar dan nog leuker omdat er geen spelleider nodig is en alle spelers tot het einde toe meedoen.
 
Avalon is hetzelfde spel, maar nu gesitueerd aan het hof van Koning Arthur. Er zijn zes geheel nieuwe rollen aan het spel toegevoegd, waarvan het overigens nog onduidelijk is wat ze doen. En nu sta ik in dubio welke versie ik wil kopen. Het thema van het origineel bevalt me beter, en het spelmateriaal is vergelijkbaar van kwaliteit, nu er van The Resistance een nieuwe uitgave uit is. Maar die nieuwe rollen, die wil ik ook niet laten lopen. Ik denk dat ik in Essen pas beslis; misschien zelfs gewoon op basis van de prijs.
 
(Er komt ook een Nederlandse versie van The Resistance aan. Maar die heeft de minder sfeervolle naam "De Mol"... Bovendien heb ik altijd liever het origineel.)
 
 
Agricola-uitbreidingen
Er komen op Essen ook een aantal nieuwe uitbreidingen voor Agricola uit. Omdat ik de auteur ben van het naslagwerk over alle Agricola-kaarten, ben ik welhaast verplicht om al deze uitbreidingen te kopen (wat overigens geen straf is). Op het lijstje staan: het Wereldkampioenschapsdeck, het Nederland-deck (beide al wat langer uit), het België-deck, en het "pi-deck".
 
 
Er zijn nog veel andere spellen die ik zou kunnen noemen: Fleet, Escape, Seasons, enzovoorts. Maar ja, je kan niet alles kopen, en gelukkig zullen mijn vaste medespelers een groot aantal van deze spellen mee terug nemen. Als ze dan blijken te bevallen, is het nooit te laat om ze alsnog aan te schaffen.
 
Ik wens iedereen die de komende dagen naar Duitsland gaat een gezellige en leuke Spiel toe! En voor de anderen zal ik na afloop hier nog wel een verslagje plaatsen.
 

maandag 5 september 2011

Op weg naar Spiel 2011

Vorig jaar heb ik maar liefst 4 voorbeschouwingen op Spiel gegeven. Dit jaar zal dat waarschijnlijk een stuk minder zijn. Er zijn gewoon veel minder spellen die mijn interesse hebben gewekt. Het duurt natuurlijk nog wel anderhalve maand voordat de deuren van de Messe in Essen opengaan, dus misschien komt het allemaal nog goed. Maar vooralsnog denk ik dat ik een stuk minder geld ga uitgeven.

Laat ik eens op een rijtje zetten welke spellen ik ga kopen, en welke niet.

Allereerst is daar natuurlijk Dominion: Hinterlands. Tot nu toe hebben de Dominion-uitbreidingen me nog niet teleurgesteld, dus ik blijf ze kopen. Het thema van Hinterlands is "kaarten die direct iets doen als je ze koopt". Dat is een thema waar ik niet veel mee zou kunnen, als ik ontwerper was. Toch heeft Donald X. Vaccarino 26 verschillende kaarten bedacht; ik ben benieuwd!

Ik kan verder kort zijn over dit spel; als je van Dominion houdt, dan is dit een zekere koop, en als je uitgekeken bent op dit spelprincipe, dan zal deze nieuwe uitgave je waarschijnlijk ook niet overtuigen. Hierna komen er nog maar 2 uitbreidingen, dus het einde is in zicht.

Van dezelfde auteur komen in Essen nog 3 spellen uit, waarvan er al een aangekondigd is: Kingdom Builder. Dit is een bordspel, waarin de spelers om de beurt dorpen kunnen bouwen op een kaart. Door de dorpen in bepaalde figuren neer te zetten, kan je punten verdienen, maar ook extra acties waarmee je bijvoorbeeld je dorpen kan verplaatsen. Er is nog niet veel bekend over deze nieuwe uitgave van Queen, maar ik blijf dit zeker in de gaten houden.

Van Friedemann Friese heb ik de laatste jaren steeds zijn nieuwe grote spel meegenomen uit Essen, maar dat is dit jaar geen automatisme. Zowel Fabrikmanager als Furstenfeld komen nog maar zelden op tafel. Maar zijn nieuwste spel klinkt wel heel aantrekkelijk. Funkenschlag: Die ersten Funken is een nieuw spel in de Hoogspanning-familie. We gaan hiervoor ver terug in de tijd: in plaats van elektrische vonken gaat het nu over de vonken waarmee de mensheid in de prehistorie het eerste vuur maakte.

De elektriciteitscentrales zijn vervangen door stenen gereedschappen, de grondstoffen door voedsel, en de aan te sluiten steden door clanleden. Volgens de omschrijving op BoardGameGeek blijft het spelverloop vrij dicht bij dat van Hoogspanning, maar gaat het spel sneller, en zijn er meer belangrijke beslissingen. Dat laatste lijkt me sterk, want Hoogspanning blinkt daar al in uit, maar ik laat me graag door dit spel verrassen.

Dan heeft Friedemann op BGG laten doorschemeren dat er ook een nieuwe kaart voor Hoogspanning zou kunnen komen. Hier is nog niets over bekend, maar ik heb wel mijn vermoedens. In voorgaande jaren was de uitgave van Hoogspanning in een bepaald land de aanleiding voor een nieuwe kaart: de kaart van Midden-Europa kwam direct na de Poolse uitgave van het spel, de China/Korea-uitbreiding kwam tegelijk met de Koreaanse versie van Hoogspanning uit, enzovoorts. In 2011 is Hoogspanning in Noord-Europa op de markt gekomen, dus wie weet...?

De nieuwe van Uwe Rosenberg staat ook op mijn verlanglijstje, maar met een vraagteken erbij. Ora et Labora zou gebaseerd zijn op Le Havre, en dat klinkt goed. Le Havre is een stevig spel, dat ik steeds leuker begin te vinden. Als Ora et Labora dat niveau benadert, dan zal ik het zeker meenemen. Helaas werd hetzelfde gezegd van de vorige twee grote spellen van Rosenberg, Merkator en Loyang, en dat waren goede spellen maar geen uitschieters. Eerst maar eens de regels lezen, dus.

En natuurlijk komt er ook dit jaar een Agricola-uitbreiding aan: het "Niederlande"-deck. Honderdtwintig kaartjes met een Nederlands thema. Dit deck is al een tijdje in ontwikkeling, en is al een tijdje op play-agricola.com te spelen. De kaarten vallen mij een beetje tegen, eerlijk gezegd; ik zou denken dat er wel meer van dit thema te maken is dan enkel een stapel kaartjes met verwijzingen naar Nederlandse grootheden als Rudi Carell en Herman van Veen. Maar ja, dat is wat men in Duitsland van ons kaaskoppen weet...

En dat is het op dit moment wel. Eigenlijk bevat mijn lijstje tot nu toe niets nieuws: de nieuwe Dominion, de nieuwe 2F, de nieuwe Rosenberg, en een paar uitbreidingen. Een mager resultaat. Ik zal de komende tijd nog veel handleidingen door gaan bladeren om te zien of er nog leuke spellen uit onbekendere hoek te verwachten zijn.

Ik wil tenslotte nog wijzen op twee nieuwe uitgaven die ook erg de moeite waard zijn, maar intussen niet meer op mijn lijstje staan. Ankh-Morpork is een aanrader voor wie (net als ik) fan is van Terry Pratchetts Schijfwereld-boeken. Ik heb hier lang naar uitgekeken, en dit weekend op Spellen aan Zee al gekocht. Binnenkort kan je hier een berichtje verwachten met mijn ervaringen.

De topper van Essen 2011 is wat mij betreft echter de heruitgave van 1830. Dit is waarschijnlijk het beste spel uit de 18xx-serie, en een echte aanrader voor de doorgewinterde spellenspeler. Als je een groepje spelers hebt die niet bang is voor een spel waar je een hele avond mee bezig bent, moet je deze beslist proberen. Kijk er op Essen eens naar; en wacht daarna zo nodig op de Nederlandse vertaling, want 999 Games brengt 'm ook uit! Zelf zou ik de Engelse versie op Essen meteen gekocht hebben, als ik twee weken geleden niet...

zondag 5 december 2010

Oktober 2010

Ja, ik weet het, ik ben erg laat met dit maandoverzicht. December is intussen ook al begonnen, maar dit zijn pas de nieuw gespeelde spellen van oktober. De afgelopen weken heb ik gewoon veel te veel tijd besteed aan het spelen van de nieuwe spellen uit Essen, en te weinig aan het schrijven op dit blog. Daar heb ik trouwens niet veel spijt van, want er zitten een paar hele goede spellen tussen.

In oktober heb ik maar liefst 12 nieuwe spellen gespeeld, en 2 nieuwe uitbreidingen. Hier zijn ze, te beginnen met de beste:

Baltimore & Ohio
Ik houd van zware treinenspellen, zoals ik hier misschien al eens gezegd had. Vooral de 18xx-spellen kunnen mij erg bekoren. Baltimore and Ohio lijkt in sommige opzichten erg op een 18xx: ook in B&O kan iedere speler aandelen kopen in een aantal spoorwegmaatschappijen. De grootaandeelhouder van iedere maatschappij bouwt vervolgens namens het bedrijf een spoornetwerk op. De hiermee vergaarde winst kan vervolgens aan de aandeelhouders worden uitgekeerd (met koerswinst als gevolg), of door het bedrijf in kas gehouden worden om verdere investeringen mee te doen.

Vergeleken met een echte 18xx is het bouwen van het netwerk in B&O een stuk eenvoudiger. Het biedt ook minder mogelijkheden om een andere maatschappij dwars te zitten of te blokkeren (hoewel het mij bij mijn tweede spel toch aardig lukte). Daarom blijft B&O minder lang boeien dan, bijvoorbeeld, een 1825. Maar dat hoeft ook niet, want Baltimore and Ohio duurt (behalve voor het eerste spel) slechts krap 3 uur.

Om het spel goed te spelen, moet je van begin tot eind geconcentreerd op alle details blijven letten. Je moet zowel de aandelen van de juiste maatschappijen kopen, als de aandelenkoersen van je eigen maatschappijenzo manipuleren dat deze in de juiste volgorde aan de beurt komen. Baltimore and Ohio is een van de weinige langere spellen die ik eigenlijk iedere week wel zou willen spelen.


Sun, Sea & Sand
In dit spel ben je een beheerder van een vakantiepark op een zonnig eiland. Met je 5 familieleden probeer je je park zo mooi mogelijk te maken, en zo zoveel mogelijk touristen te trekken.

Iedere ronde kan je met je beschikbare familieleden een actie uitvoeren. De belangrijkste actie is het ophalen van de touristen, die acht weken lang met een boot op het eiland arriveren. Maar eerst moet je met een ander familielid de bungalows bouwen waarin ze kunnen overnachten.

In principe blijft iedere tourist 1 week (1 speelronde dus) in je vakantiepark. Als je wilt dat ze nog een week langer blijven (en dus voor een tweede keer geld opleveren), dan zal je je park aantrekkelijker moeten maken door het bouwen van attracties. Iedere kleur tourist heeft zijn eigen wensen, en het is dus zaak de geboekte toeristen en de attracties op elkaar af te stemmen.

Sun, Sea & Sand is een heel aardig worker-placementspel. Het thema past heel goed bij het gekozen spelmechanisme. Er zit totaal geen geluksfactor in het spel (op de voorbereiding na), maar iedere speler heeft voldoende opties in elke beurt dat het spel niet uitnodigt tot te lang nadenken. De grafische vormgeving is wat mij betreft geslaagd, hoewel er ook mensen zijn die het wat te simpel en te cartoon-achtig vinden..


Fürstenfeld
In het nieuwe grote spel van Friedemann Friese speelt iedere speler met een eigen stapel kaarten. Maar dat is dan ook gelijk de enige overeenkomst met Dominion. In iedere stapel zitten 6 paleisdelen; de speler die als eerste zijn paleis compleet heeft, wint het spel.

In het begin van het spel zal je vooral kaarten willen spelen die grondstoffen produceren. Die grondstoffen (water, hop en gerst) kan je dan verkopen aan een van de brouwerijen. Iedere grondstof die verkocht wordt, verlaagt de prijs die die brouwerij bereid is te betalen (hetgeen doet denken aan Friedemanns grootste hit, Hoogspanning). Het geld dat je verdient kan dan gebruikt worden om betere kaarten neer te leggen.

Fürstenfeld is een aangenaam maar niet al te lastig spel. Of het voldoende diepgang heeft om voor langere tijd te bekoren, moet de tijd uitwijzen. Gelukkig is er ook een variant voor gevorderden, waarin je aan het begin van het spel de volgorde van je trekstapel gedeeltelijk bepaalt. Die moet ik nog eens proberen. Voorlopig speel ik dit spel in ieder geval graag.

Gosu
"Goblin Supremacy", ofwel Gosu, heb ik op Spiel zelf al uitgeprobeerd. In dit kaartspelletje voor 2 tot 4 spelers probeer je een zo sterk mogelijk legertje met goblins op tafel te krijgen. Er zijn drie niveaus goblins, en je kan niet meer dan 5 goblins van het ieder niveau hebben. Om beurten kan je een kaart met een goblin spelen, of een speciale eigenschap van een van je kaarten gebruiken. Je kan ook passen; dan lig je voor deze ronde uit het spel. Als alle spelers gepast hebben, wordt de sterkte van ieder legertje geteld. De speler met het sterkste leger wint de veldslag, en drie gewonnen veldslagen winnen het hele spel.

Speciale eigenschappen, ik noemde ze al, daar draait het hele spel om. Iedere goblin heeft een unieke eigenschap, bijvoorbeeld om nieuwe kaarten te trekken. Dat is hard nodig, want hoewel je in de meeste beurten kaarten uitspeelt, trek je niet automatisch nieuwe kaarten aan het eind van je beurt. Al snel heb je daarom een ernstig gebrek aan kaarten. Goblins die je meer kaarten laten trekken zijn dus erg belangrijk. Ook kaarten die goblins uit andere legers kunnen afleggen zijn erg sterk.

De vele tekst op iedere kaart zijn tegelijk ook het voornaamste nadeel van het spel. Iedere kaart is anders, en het kost dus veel leeswerk voor je kan spelen. Ook is het spel erg onoverzichtelijk, de eerste keer dat je het speelt. Niettemin kreeg ik er in de loop van het spel wel plezier in. Eigenlijk vond ik het best jammer dat noch Peter Hein noch ik het gekocht hebben. Helaas heeft Gosu op onze spellenavonden concurrentie van een paar erg sterke kaartspellen met speciale eigenschappen, zoals Race for the Galaxy en Dominion. Jammer, ik zou het graag nog wel een paar keer willen spelen.


Merkator
Het nieuwe grote spel van Uwe Rosenberg wijkt in thema af van de vorige 3: het is een handelsspel geworden, waarin Hamburgse kooplieden hun waren slijten aan de verschillende strijdende partijen in de 30-jarige en 80-jarige oorlogen. De spelmechanismen zijn nieuw, maar het gevoel dat ik aan het spel overhoudt is hetzelfde als bij Voor de poorten van Loyang. Net zoals dat laatste spel heb je in het begin niet echt door waar je mee bezig bent, maar tegen het eind van het spel verandert dat wel.

Iedere beurt kan een speler naar een van de landen reizen die afgebeeld staan op het speelbord. In elk land zijn goederen te halen. Tegelijk kan je in dat land een contract vervullen door een bepaald aantal goederen in te leveren. Als beloning krijg je dan een nieuw contract, dat meer punten oplevert. Zo probeer je toe te werken naar de meest waardevolle contracten. Oude, goedkope contracten kan je verkopen voor geld, waarmee je bonuspuntkaaten kan kopen.

Merkator is mooi vormgegeven door Klemens Franz, dit keer in een heel andere stijl dan Agricola, Le Havre, en Loyang. Met 2 spelers is het spel op zijn best; bij meer tegenstanders verlies je al snel controle over het spelverloop. In vergelijking met Agricola en Le Havre heb je bij Merkator niet echt het idee dat je iets aan het opbouwen bent. Het spel moet het hebben van de taktische keuzes die je maakt, en veel minder van lange-termijnstrategiën. Daardoor begint het spel pas echt leuk te worden als je het een paar keer gedaan hebt.

Morgenland
Over dit al wat oudere spel kan ik nog niet zoveel zeggen. Ik heb het nog niet zo lang in mijn bezit, en het het pas een keer gespeeld. En dat was dan nog wel de verkorte variant voor beginners, die een aantal van de leukste elementen mist en ook wel erg snel voorbij was. Niettemin smaakte het wel naar meer, dus verwacht ik dat Morgenland op het standaardniveau absoluut de moeite waard is.

Dit waren de spellen waar ik een goed gevoel over had. De wat mindere spellen die ik in oktober voor het eerst gespeeld heb, waren:

Thunderstone
Een Dominion-kloon die in vergelijking met Dominion (voor mij althans) te willekeurig was, te lang duurde, en te weinig variatie om vaker te spelen. Zie verder een vorig berichtje op dit blog.

Hanzesteden
De eerste keer dat ik dit speelde, verliep erg desastreus. Dat kwam volgens mij omdat ik pas als 5e en laatste speler aan de beurt was, en dan moet je aggressief spelen. Daar kwam ik veel te laat achter, en dus eindigde ik met een grote achterstand laatste. Na afloop hield het spel me wel bezig, dus ik heb het met plezier nog een keer gespeeld. Dit keer was ik degeen die met grote voorsprong won.

Hanzesteden wordt gezien als een goed spel, en ik begrijp wel waarom. Maar volgens mij is dat vooral als je met een aantal ervaren spelers speelt die het spel en de mogelijke strategiën goed kennen. Met beginners is het niet gebalanceerd (vooral niet met veel spelers). En voor mij is het de moeite niet waard om er zoveel tijd in te steken, terwijl er zoveel andere goede spellen zijn. Jammer.

Onirim
Dit is een cooperatief spelletje voor 2 personen. Het doet een beetje denken aan Pandemie of Forbidden Island. Er is een trekstapel, waar een aantal "rampen" doorheen geschud zijn. Om de beurt trek je een paar kaarten, om bepaalde combinaties te vormen. Heb je voldoende van die combinaties voordat het spel op is, dan heb je (samen) gewonnen. Maar voor iedere ramp die je trekt, moet je kaarten afleggen.

Toen ik dit speelde, had ik niet echt de indruk dat ik invloed op het spel had. Het lag volgens mij vooral aan de kaarten of we het spel wonnen of verloren (in ons geval: het laatste). Gecombineerd met een nogal vaag thema (iets met dromen en nachtmerries?) maakt dit geen blijvertje. Zoals ik al zei, Pandemie doet hetzelfde maar dan veel beter en boeiender.

Recycle
Recycle is een simpel en kort kaartspelletje. Wel aardig, maar nu, na ruim een maand, zou ik niet eens precies meer weten hoe het gaat. Geen straf om te spelen, maar dus ook een spelletje om snel te vergeten.

Set: het Dobbelspel
Set was een van mijn favoriete spellen, totdat een collega mij volledig inmaakte. Voor Set is snelheid het belangrijkst: je moet meteen de winnende combinaties kunnen zien. Set: het Dobbelspel is volstrekt anders. Iedere speler gooit 5 dobbelstenen, en mag daarna op zijn gemak combinaties gaan zoeken. Omdat iedere speler zijn eigen dobbelstenen heeft, ben je erg geluksafhankelijk. De regels zijn hier en daar onduidelijk. Dit spel hoeft van mij daarom niet meer.

Score Four
Dit is een 3-dimensionale variant op vier-op-een-rij. Leuk om een keertje te doen, maar veel diepgang zit er niet echt in.

Dat waren ze dan, de nieuwe spellen van oktober. Maar ik heb ook twee nieuwe uitbreidingen gespeeld, en daar zit minstens 1 topper tussen:

Dominion: Prosperity
Deze vierde uitbreiding op Dominion brengt veel speelplezier aan tafel. Het belangrijkste criterium voor een uitbreiding om geslaagd te zijn is of ze het spel wezenlijk verandert, en Prosperity slaagt daar goed in. Sommige nieuwe kaarten maken hele nieuwe winnende strategien mogelijk, zoals Hoard en Bishop. Met Bishop kan je extra punten verdienen in de vorm van kleine metalen schildjes; deze zitten dus niet in de weg in je trekstapel. De Hoard geeft je een Goud als je een overwinningskaart koopt; hierdoor worden aan het begin van het spel meteen veel meer Hertogdommen gekocht, en zelfs Landgoederen.

Prosperity is de beste uitbreiding van Dominion tot nu toe. De dure kaarten in dit spel maken het wel langer, maar dat komt vooral omdat je meer beurten hebt; de beurten zelf blijven ongeveer even lang (in tegenstelling tot Alchemy).

Agricola: the Legendairy Forest-Deck
Ik zag eerlijk gezegd wel wat op tegen het spelen van "mijn" spel, het nieuwe Forest-deck voor Agricola. Het is een opvolger van het X-deck, en daar had ik geen goede herinneringen aan. Net zoals het X-deck maakt het Forest-deck Agricola veel chaotischer, maar omdat de kaarten veel vaker in het spel komen heeft iedereen daar ongeveer evenveel last van. We hebben we veel plezier gehad van deze kaarten. Hoewel... hilariteit is het beste woord.

Serieuze spelers kunnen het Forest-deck beter mijden; koop in plaats daarvan het Gamers' Deck, dat goede gebalanceerde kaarten bevat. Wie niet opziet tegen (soms extreme) onvoorspelbaarheid kan het Forest-deck goed gebruiken.

zondag 17 oktober 2010

Spiel 2010: vooruitblik 4

Ieder jaar komen er op Spiel ook een aantal uitbreidingen op bestaande spellen uit. Ik ben van nature een verzamelaar, dus een aantal van die uitbreidingen wil ik zeker hebben. Maar ik probeer me dit keer te beperken tot een paar uitbreidingen op spellen die ik vaak speel.

Power Grid: Russia & Japan.

Hoogspanning/Funkenschlag/Power Grid is mijn favoriete spel, en ik heb het dan ook al meer dan 50 keer gespeeld. Voor de variatie is het dus goed dat Friedemann Friese ieder jaar op Essen een tweetal nieuwe kaarten publiceert. Dit jaar zijn dat Rusland en Japan.

Japan is een onherbergzaam land, waarin het lastig is om alle steden aan hetzelfde netwerk te verbinden. Daarom kan je op deze kaart een keer in een spel een tweede netwerk beginnen, door een huisje te plaatsen zonder de verbindingskosten naar de rest van je netwerk te betalen.

Rusland heeft ook een paar regelveranderingen, die vooral voor de startspeler slecht uitpakken. In iedere veiling aan het begin van iedere ronde zijn maar 3 elektriciteitscentrales beschikbaar, maar er wordt steeds een nieuwe centrale toegevoegd zodra een speler past in plaats van een centrale ter veiling aan te bieden. Dit maakt het nog belangrijker om goed na te denken over de spelersvolgorde --- sowieso al het belangrijkste deel van het spel. Dit zou best eens een van de leukste borden kunnen worden.

(De illustratie is overigens niet van de officiële kaart, want daar zijn nog geen plaatjes van vrijgegeven. Dit is een onofficieel bord, ontworpen door Sergey Nelubin. Zie deze lijst voor meer kaarten.)

Funkenschlag: Lagerhalle.

Ieder jaar is er behalve een grote ook een kleine uitbreiding voor Hoogspanning te krijgen, en dit jaar is dat de Lagerhalle, het magazijn. Net zoals de Flux-Generator en het Transformatorhuisje is dit een kaart die door de stapel met elektriciteitscentrales geschud moet worden. Wie dit gebouw koopt, kan hier 3 willekeurige grondstoffen op opslaan. Dit is heel handig voor de spellen waarin de grondstoffenmarkt te snel opdroogt. Niet alleen kan je voor jezelf een voorraadje opbouwen, ook kan je je tegenspelers behoorlijk dwarszitten.

Naast het magazijn bevat deze uitbreiding nog twee kaarten die de grondstoffenmarkt direct beïnvloeden. Je kan 'm bij de stand van 2F-Spiele ophalen, en hij kost slechts een bijdrage voor het goede doel. (Mijn suggestie: koop 'm gelijk met de Rusland/Japan-kaart, en rond de prijs naar boven af op een tientje.)

Agricola: Gamers' Deck

De spelers van Play-Agricola.com zijn het laatste jaar druk bezig geweest om 120 kaarten te ontwikkelen voor Agricola. Ik ben zelf ook nauw betrokken geweest bij het ontwerp van deze nieuwe ambachten en investeringen. Helaas waren de door mij bedachte kaarten niet goed genoeg om geselecteerd te worden. Toch is iedere Agricola-uitbreiding voor mij een bijna verplichte aanschaf.

Rechts zie je een van de nieuwe kleine investeringen: de bijenkorf-oven. Dit is een van de kaarten waar ik aan meegewerkt heb. Voor deze kaart heb ik een paar suggesties gedaan om de tekst te verbeteren, maar vooral heb ik de naam van de kaart voorgesteld. (Oorspronkelijk was het een "Kleine Steenoven".)

Agricola: The Legendary Forest-Deck

Nog een Agricola-uitbreiding; de zoveelste. Het Forest-deck is aangekondigd als de opvolger van het X-deck, dat 2 jaar geleden gepubliceerd is. Het X-deck was meer een parodie dan een serieuze uitbreiding; ik heb het een paar keer aan Agricola toegevoegd, maar het bleek het spel erg uit balans te brengen. Dat klinkt niet als een aanbeveling voor het Forest-deck (hoewel er genoeg mensen te vinden zijn die het X-deck wel leuk vinden om mee te spelen).

Maar het Forest-deck is wel ontworpen door enkele van de meest vooraanstaande mensen uit de Agricola-wereld (zegt de uitgever). En een van die ontwerpers ben ik zelf. Hanno van Lookout-Games heeft me een paar maanden geleden uitgenodigd om een paar kaarten in te sturen, en een stuk of 3 van mijn ideeën zijn uiteindelijk geaccepteerd.

Ik mag helaas nog niets zeggen over de 24 kaarten in dit spel, behalve dat er best aardige kaarten tussen zitten. Het Forest-deck blijft echter in de eerste plaats een aardigheidje, en geen essentiële uitbreiding. Daarvoor moet je bij het Gamers' Deck zijn.

Le Havre: Le Grand Hameau.

Le Havre is een spel dat ik steeds beter begin te waarderen. Het leuke van het spel is dat er zo veel strategieen zijn met winstkansen. Doordat de voedingseisen bij Le Havre minder streng zijn dan bij Agricola, heeft een speler veel meer vrijheid om zelf een richting te kiezen in het spel. Daarbij wordt hij niet gedwongen door handkaarten, want die zijn er niet. Het enige element dat van spel tot spel varieert in Le Havre, zijn de speciale gebouwen. Le Grand Hameau bevat een 30-tal nieuwe speciale gebouwen. Eigenlijk heb ik nog lang niet alle speciale gebouwen uit het basisspel gezien, maar voor zo'n goed spel is iedere uitbreiding welkom.


DIt is de laatste vooruitblik op Spiel 2010. Ongetwijfeld ga ik aanstaande donderdag spellen kopen die ik niet genoemd heb, en zal ik er ook een paar laten liggen die wel op het lijstje staan. Volgende week zal ik laten zien wat ik gekocht heb. Dan heb ik hopelijk ook al de eerste beoordelingen, want zaterdag gaan we een hoop van de nieuwe spellen spelen.

Iedereen die ook naar Essen gaat: goede reis, en veel spelplezier daar!