maandag 16 mei 2011

Spellengek top 100

Vanavond heeft Peter Hein de bovenste 10 spellen  van de Top-100 2011 op Spellengek geplaatst. Daarmee is de Top-100 compleet, en kan ik de smaak van de gemiddelde Nederlander en Vlaming vergelijken met die van mij. Hebben jullie de beste spellen eruit weten te halen?

Dit was de top-20 die ik aan Peter Hein gestuurd heb. Tussen haakjes staat de positie in de Top-100.

1. Hoogspanning (2)
2. 1830 (-)
Voor liefhebbers van de stevige kost. De 18xx-spellen hebben ingewikkelde regels, maar als iedereen die kent, is het spelen een top-ervaring. 1830 is een 18xx waarbij de overwinning het meest afhangt van het bedenken en uitvoeren van een goede langetermijnstrategie.
3. Taipan (29)
4. Agricola (3)
5. Ra (22)
6. Dominion (4)
7. Go (93)
8. Le Havre (16)
9. Factory Fun (-)
Puzzelen! [Ik had dit commentaar met opzet kort gehouden, wetende dat Peter Hein dit spel nooit in de Top-100 toe zou laten.]
10. Bausack (-)
Door velen onterecht als een behendigheidsspel gezien. Is in werkelijkheid een puur veilingspel. Dat ik vrijwel onverslaanbaar ben, speelt in mijn waardering natuurlijk wel een beetje een rol.

11 t/m 20. Baltimore&Ohio (-), Boonanza (13), Diamant (-), Dixit (26), Glory to Rome (-), Intrige (-), Pandemie (5), Race for the Galaxy (14), Stef Stuntpiloot (-), Het Koopmanshuis Die Speicherstadt (-)

Voor mijn overige commentaar kan je terecht op Spellengek, want Peter Hein heeft rijkelijk uit mijn bijdrage geciteerd.

Tot mijn spijt hebben dus 3 van de spellen in mijn top-10 de Top-100 niet gehaald. Van mijn top-20 is zelfs bijna de helft niet uitverkoren. Maar mijn andere spellen staan vrijwel zonder uitzondering ergens bovenin de Spellengek-lijst.

Van alle 100 spellen in de Top-100 heb ik er 34 in bezit en 80 gespeeld. De andere 20 spellen ga ik proberen om het komende jaar op tafel te krijgen. Hieronder als geheugensteuntje voor mezelf een lijstje van de spellen:
  • Reef Encounter (60) heb ik zelf, al sinds Essen 2009. Dit spel zal zeker lukken om te spelen.
  • Tikal (17), Genoa (46), Hanze (55), Ticket to Ride Nordic Countries (57), Taj Mahal (61), Wikinger (67), Santiago (77), Torres (80), Through the Ages (84) en Chinatown (89) zijn klassiekers die waarschijnlijk geen enkel probleem zullen zijn.
  • Troyes (44), Noremberc (70), Brug naar de Hemel (76) en London (91) zijn nog vrij nieuw. Ik heb nog geen gelegenheid gehad ze te spelen maar dat komt nog wel. London wordt geregeld gespeeld bij Spelgroep Phoenix, en daar zal ik eens bij aanschuiven.
  • Memoir '44 (23), Jambo (62), Jaipur (72) en Mr. Jack (73) zijn 2-persoonsspellen, en die speel ik niet vaak. Hier zal ik moeite voor moeten doen.
  • Twilight Struggle (86) tenslotte is een 2-persoonsspel in een genre (oorlogsspel) dat ik helemaal niet speel. Ook is het behoorlijk lang. Vermoedelijk zal dit spel mijn grootste struikelblok zijn het komende jaar.

zondag 1 mei 2011

April 2011

In april kwam 63 keer een spel op tafel. Twintig keer betrof dat Dominion; de duidelijke koploper, want Glory to Rome speelde ik slechts 6 keer.

Hieronder staan alle spellen die ik in april voor het eerst gespeeld heb, met zoals gewoonlijk de beste weer voorop.


1860
Jawel, het is alweer een 18xx. Dit keer gaat het om de aanleg van een spoornetwerk op het Isle of Wight. Dit Zuid-Engelse eiland is slechts twee keer zo groot als Texel, maar heeft toch een rijke spoorweggeschiedenis. En die wordt redelijk natuurgetrouw nagespeeld in 1860.

In 1860 kan je aandelen kopen in een van de acht spoorwegmaatschappijen die ooit op Wight gereden hebben. Na iedere aandelenronde krijgen de maatschappijen de kans om hun spoorwegnetwerk uit te breiden. Dit wordt, zoals in alle 18xx-spellen, uitgevoerd door de grootaandeelhouder, die als directeur van het bedrijf alle beslissingen neemt.

Anders dan in de meeste andere spellen in dit genre is het in 1860 niet mogelijk om bedrijven op andere spelers te dumpen. Er is namelijk geen vereiste dat ieder bedrijf in handen van een speler moet zijn. En dat is maar goed ook. De trainrush in 1860 gaat namelijk erg snel: er zijn maar weinig treinen beschikbaar, en daardoor verouderen ze erg snel. Het is goed mogelijk dat een bedrijf een trein van level 5 koopt, die voor de volgende beurt van dat bedrijf al verroest is.

De hoge frequentie waarmee bedrijven onrendabel worden en zelfs failliet gaan geeft 1860 een heel eigen identiteit. Het spel duurt ook niet onmogelijk lang: we waren in ons eerste spel in 6 uur klaar. En omdat je vanaf een bepaald moment niets meer aan je netwerk mag veranderen, gaan de laatste ronden snel voorbij. Dat is in sommige andere 18xx-en wel anders. Ook omdat 1860 goed met 3 spelers te spelen is, en naar verluidt zelfs met 2 (ik heb het nog niet geprobeerd), heeft het een streepje voor. Helaas zijn liefhebbers van het langere treinenspel nog redelijk zeldzaam. Voor wat betreft 1860 is dat in ieder geval ten onrechte.

Crokinole
Wie PitchCar al eens gespeeld hebt, die kent het basisprincipe van Crokinole al: het schieten van ronde houten schijfjes over een glad speelbord. Bij Crokinole is het de bedoeling om je schijven vanaf de rand van het bord zo dicht mogelijk bij het midden te krijgen. Valt er een steen in het gat in het midden, dan levert dat meteen 20 punten op. Verder worden er punten gescoord aan het einde van een ronde.

Dat betekent dat je de tegenstander nog goed dwars kan zitten nadat ze een steen in de buurt van het gat hebben geschoten. Je kan namelijk die steen nog van het bord schieten. Sterker nog, als je een steen schiet en er liggen nog stenen van de tegenstander op het bord, den ben je verplicht er een te raken, anders wordt je steen van het bord verwijderd.

Crokinole is een heel interactief spel. Ik heb de variant gespeeld waarin je met 2 tegen 2 speelt; ieder krijgt dan 6 stenen. Daarmee duurt een ronde lang genoeg dat een vroeg succes nog makkelijk gecompenseerd kan worden door de tegenstanders. Het schieten van de stenen is nog lastiger dan je denkt, en het helpt dus erg om dit spel regelmatig te spelen. En daar is Crokinole ook leuk genoeg voor. Probeer het dus eens, als je iemand met een bord kent. Zelf een bord kopen kan wel heel prijzig zijn: de beste Crokinole-borden uit Canada kosten enkele honderden dollars.

Tricoda
Bijzonder aardig deductiespel. Je krijgt drie tegeltjes, die iedereen kan zien behalve jij. Om de beurt trekt iedere speler een kaartje met daarop een vraag over alle voor hem zichtbare tegels. Dat levert dan informatie op over je eigen tegeltjes, en zo kom je er langzaam achter welke tegeltjes er op jouw standaard staan. Als je het zeker weet (of wil gokken), dan mag je het zeggen. Drie keer goed raden is voldoende om het spel te winnen.

Als je dit voor de eerste keer speelt, is het erg onduidelijk hoe je in vredesnaam ooit genoeg informatie kan hebben. In de loop van het spel blijkt dan dat de antwoorden die je krijgt meer dan voldoende zijn, als je de afgeleide informatie maar goed en duidelijk kan noteren.

Tricoda is een heruitgave van een ouder spel, Code 777. En dat deze klassieker weer op de planken van de spellenwinkels staat is volledig terecht.

Eurorails
Nog een treinenspel, maar dan wel een stuk simpeler dan 1860. Eurorails is een spel in de "crayon games" serie: met waskrijtjes, dus. Met die waskrijtjes maakt iedere speler een eigen netwerk op een grote kaart van (in dit geval) Europa.

Iedere speler heeft drie kaarten, met elk drie opdrachten, in de vorm van "bloemen naar Berlijn, voor 10 miljoen". Dan moet je met je trein naar Holland, waar het symbool "bloemen" afgebeeld staat; daar een bloemenfiche inladen, en deze vervolgens in Berlijn uitladen. Die kaart lever je dan in voor 10 miljoen euro, en dan krijg je een nieuwe. Zo simpel is het.

Iedere trein kan 2 goederen tegelijk vervoeren, en als je twee opdrachten hebt die vrijwel over hetzelfde traject gaan, dan heb je daar enorm voordeel van, vooral aan het begin van het spel. Als je aan het begin namelijk snel veel geld verdiend, kan je je trein snel opwaarderen naar een snellere en grotere, waardoor je nog sneller je opdrachten kan vervullen. De toevalsfactor is dus sterk aanwezig. Ook zitten er in de stapel opdrachtkaarten een aantal gebeurteniskaarten, die (volledig willekeurig) spelers beurten, geld en ladingen kunnen kosten.

Ondanks de grote rol die geluk speelt, vind ik Eurorails toch erg leuk. Grotendeels is dat waarschijnlijk gewoon omdat ik van treintjes houd. Je hebt echt het gevoel dat je je eigen bedrijfje aan het opbouwen bent. Wegens de vrij lange speelduur (3 uur minstens) en lage interactieniveau durf ik Eurorails niet aan iedereen aan te bevelen. Maar als je graag met treintjes speelt, moet je dit toch een keertje proberen.

Aloha
Ik ben een fan van Corné van Moorsel. Veel van zijn spellen worden gekenmerkt door eenvoudige spelregels, behoorlijk wat strategische diepte, en een beheersbare hoeveelheid chaos. Niet iedereen denkt er zo over; veel van zijn spellen krijgen op BoardGameGeek slechts een middelmatige waardering.

Aloha is zo een spel dat niet goed scoort. Maar ik vond het zeker de moeite waard. In iedere beurt draai je tegels aan, en legt die zo mogelijk aan op een van tevoren gekozen plaats. Lukt dat, dan mag je een krokodil strandstoel op de nieuwe tegel plaatsen. Lukt het niet, dan ben je alle strandstoelen die je deze beurt neergezet hebt, kwijt. Een aardige kruising van Carcassonne en Can't Stop.

Wij hebben Aloha met 2 personen gespeeld; mogelijk is het met meer spelers wat te toevalsafhankelijk. Maar met 2 is dit precies goed.

Automobile
Het bouwen van auto's blijkt in dit spel een hachelijke onderneming. Alle spelers zijn fabrikanten, en en als de productie hoger is dan de vraag, dan blijven ze met verlies zitten. Maar als de spelers de vraag hebben onderschat, dan verdienen ze niet voldoende geld.

Dit is een veelbelovend uitgangspunt, maar het proces komt in Automobile niet erg goed uit de verf. De regels zijn complex, maar de beslissingen die je moet nemen tijdens het spel blijven erg beperkt. Of je vervolgens geld verdient of verliest hangt dan erg van het toeval af, omdat de vraag naar auto's vrij willekeurig bepaald wordt.

De grafische vormgeving van Automobile mag vooral niet onvermeld blijven. De sepia tinten van het bord geven het spel precies de goede sfeer: die van de zwart-witte beginjaren van de 20e eeuw. Helaas is er niet voldoende aandacht besteed aan functionaliteit. Dit is vooral te zien aan de tegeltjes met de verschillende automakers, die ieder een andere eigenschap hebben. Zoals je op de bijgaande foto kan zien, bevatten de tegeltjes echter geen enkele geheugensteun over de bijbehorende eigenschap.

Ook andere design-beslissingen zijn niet goed doordacht. Zo had ik het hele spel problemen met het onderscheiden van auto's in de middenklasse en die in de goedkoopste klasse. Waarschijnlijk is dit omdat de verschillende prijsklassen worden aangeduid met goud-, zilver-, en bronskleurige vakken, waarbij de logische volgorde van zilver en brons is omgedraaid.

Helaas is Automobile door dit soort details lastig op te pikken. (Dat komt ook door het ontbreken van speelhulpjes en spelsamenvattingen. Die zouden standaard moeten zijn in een spel met zoveel verschillende fases.) Voor mij is het teveel moeite met te weinig beloning; het spel heeft voor mij te weinig inhoud om de aanzienlijke leercurve te compenseren.

Mag Blast
Met jouw ruimtescheepjes probeer je de vloot van de andere spelers uit te schakelen, als je tenminste de goede kaarten trekt. Dat laatste zegt het al, de geluksfactor is wel erg hoog. Als niemand echt goede kaarten trekt, dan kan het spel lang duren; de enige oplossing is dan om met z'n allen op dezelfde persoon te schieten, tot 'ie eruit ligt. Niet echt mijn type spel.

Leuk bedacht is de regel om te bepalen of een schot raak is. Als je tijdens het spelen van een kaart geen bijbehorend geluid maakt, is het schot mis. Door deze regel wordt het een heel melig spel, als iedereen tenminste de moeite wil nemen om creatieve geluidseffecten te bedenken. Helaas zagen mijn tegenspelers hier de lol niet zo van in.

Chicken Chase
Probeer zo snel mogelijk met 2 kippen bovenop de hooiberg te klimmen. Dat is het simpele idee achter dit spel. De uitwerking is wat ingewikkelder.

Als je aan de beurt bent, probeer je eerst kaarten te verzamelen. Dat doe je door 3 dobbelstenen te gooien, en daarna kuikens neer te zetten bij de getallen die je gegooid hebt. Daarbij mag je meerdere dobbelstenen combineren. Bijvoorbeeld, als je 1, 4 en 5 gooit, dan mag je 3 kuikens neerzetten (op 1, 4 en 5), maar ook 2 (op 4 en 1+5=6, of op 5 en 1+4=5), of 1 kuiken op 10. Als je ergens je derde kuiken neerzet, dan krijg je de bijbehorende kaart, en worden alle kuikens bij dat getal verwijderd, ook die van je tegenstanders. De kaarten die bij de hogere getallen liggen, zijn natuurlijk meestal meer waard dan die bij de lage getallen.

Daarna mag je een kaart uitspelen, en een van je kippen naar boven zetten. Komt je kip daarbij op een plaats waar al een kip staat, dan valt die kip naar beneden naar het eerste lege vakje.

Chicken Chase is een kinderspel, dus misschien ben ik niet de aangewezen persoon om het te beoordelen. Ik vond het in ieder geval geen geslaagd spel; het was erg chaotisch, en duurde (door de vele manieren om elkaar dwars te zitten) erg lang. Misschien dat kinderen de chaos wel kunnen waarderen, maar de regels zijn voor jonge kinderen wel erg complex, en er zijn heel gemene zetten mogelijk, dus ik zou het voor jonge kinderen niet aanraden.

Pipeline
Een prachtig spel, met plastic pijpleidingen in vier felle neon-kleuren. Helaas valt het als spel erg tegen. Met je pijpleidingen moet je de ene kant van het bord met de andere verbinden. Iedere beurt gooi je een dobbelsteen, die bepaalt welk stuk pijp je aan je bouwwerk mag toevoegen. Meestal is dat niet het stuk dat je wil, en dat zorgt (theoretisch) voor hilariteit. In de praktijk is het vooral erg frustrerend.

In principe is het mogelijk om andere spelers te blokkeren. Maar dat kan meestal alleen door een zet te doen die je zelf niets verder helpt, en dus profiteren de andere spelers daar het meeste van. Voor mij is dit geen blijvertje.

zaterdag 30 april 2011

Koninginnedag 2011

Het is Koninginnedag, en dus hebben ook in Den Haag veel mensen hun overbodige spullen op een kleedje op straat gezet. Ik ben vandaag 8 vrijmarkten afgeweest, en dit is mijn oogst:

Dat is dus: Cartagena, The Lord of the Rings: The Two Towers - het kaartspel, Bedriegers Bedrogen, Halli Galli (met de bel), ongeveer 200 Magic-kaarten (en twee kwartjes, die ook in deze doosjes zaten), My first Triominos, en 4 Yahtzee Juniors.

Verder heb ik onder andere gezien (en laten liggen): Stephensons Rocket, Kolonisten van Catan, Carcassonne, Genius, Boonanza, Elfenland, en nog 4 Yahtzee Juniors.

zaterdag 23 april 2011

Spoiler Alert! Volledige kaartenset uitgelekt!

De hele spellenwereld heeft het erover (zo lijkt het althans): de volledige kaartenset is nu al bekend. En dan heb ik het niet over Magic the Gathering, waarvan de nieuwe editie ook drie weken voor de officiële release op straat ligt. Nee, als je de auteur van dit blog een beetje kent, dan weet je dat het gaat over Dominion: Cornucopia.

Op het blog van Dale Yu, een van de ontwikkelaars van Dominion, zijn scans van alle kaarten verschenen. (Als je doorscrollt naar de opmerkingen, dan kan je de teksten zonder hoofdpijn lezen.) Zoals al eerder bekend was, beloont deze uitbreiding vooral diversiteit. Het verzamelen van veel verschillende soorten kaarten levert allerlei voordelen op.

Neem nu bijvoorbeeld eens deze kaart:
Menagerie: actie, kost 3
+1 actie
Laat je hand zien.
Als alle kaarten in je hand verschillend zijn, +3 kaarten.
Anders: +1 kaart.
Behalve dat de Menagerie een gespreid aankoopbeleid aanmoedigt, is het ook een mooie verdediging tegen aanvalskaarten als de Militie en de Vliegende Hollander. Je kan dubbele kaarten dan afleggen voordat je aan de beurt bent, zodat deze aanvallen je eerder helpen dan hinderen.

Natuurlijk zit er ook in deze uitbreiding een overwinningskaart, met een nogal voor de hand liggende waarde:
Kermis: overwinningskaart, kost 6
2 punten voor iedere 5 verschillende kaarten in je stapel (afgerond naar beneden).
Als je de promo-kaart Zwarte Markt nog niet had, dan is de Kermis alleen al een goede reden om daar $5 voor uit te geven... (De naam "Fairgrounds" slaat trouwens meer op een terrein voor een landbouwbeurs dan een kermis, maar ik wist even geen betere vertaling. De officiële vertaler van 999 Games zal er ongetwijfeld weer iets leuks van maken.)

Als ik alle kaarten van Cornucopia bekijk, dan valt deze uitbreiding toch een beetje tegen. De meeste kaarten lijken me een beetje gekunsteld: complex, maar niet echt heel interessant. Terwijl er zowel in Alchemy als in Prosperity meerdere spectaculaire kaarten zaten, heeft Cornucopia slechts 1 kaart waar ik echt enthousiast over ben:
Tournooi: actie, kost 4
+1 actie
Iedere speler mag een Provincie uit zijn hand tonen. Als jij dat doet, leg deze af en neem een prijs of een Hertogdom, en leg deze op je trekstapel. Als geen andere speler dit doet: +1 kaart, +1 geld.
Dat is geen slechte kaart! Er zijn 5 kaarten die je met dit tournooi kan winnen, en die zijn allemaal de moeite waard. Zo is de Zak met Goud een actiekaart die je iedere keer een Goud geeft, en de Diadeem is een geldkaart die ongebruikte acties in geld omzet.

Natuurlijk ga ik Cornucopia wel meteen kopen zodra ik 'm tegenkom. Zelfs als het waardeloze kaarten zouden zijn zou ik het niet erg vinden om wat extra geld naar de ontwerpers van Dominion te sturen, als beloning voor de al meer dan 250 keer dat ik dit spel gespeeld heb. En tot nu toe ben ik nog niet teleurgesteld door een Dominion-uitbreiding, dus ik vertrouw erop dat Donald X. Vaccarino mij ook dit keer weer aangenaam zal verrassen.

Cornucopia komt ergens in mei beschikbaar voor het grote publiek. Als je Dominion liever in het Nederlands speelt, haast je dan nu naar de winkel voor Welvaart (de vertaling van Prosperity); Cornucopia zal nog wel een paar maanden op zich laten wachten. Wil je nu al met de nieuwe kaarten spelen, dan kan dat vanaf vandaag online op de Isotropic Dominion server.

vrijdag 1 april 2011

Maart 2011

Afgelopen maand heb ik zo'n 50 keer een spel gespeeld. Wat dat betreft was het een heel gemiddelde maand. Het meest gespeelde spel was gelijk mijn beste nieuwe spel, en kwam maar liefst 17 keer op tafel. Daarmee liet het klassiekers als Taipan en Dominion ver achter zich.

Zes spellen heb ik in maart voor het eerst gespeeld. Er zaten deze maand geen echt slechte spellen bij, maar er zat wel verschil tussen. Hieronder staan ze allemaal, in aflopende volgorde van hoe ze mij bevallen zijn.


Glory to Rome
Een leuk maar chaotisch kaartspel in de traditie van Puerto Rico en Race for the Galaxy.

Een uitgebreide bespreking is in voorbereiding, dus die kan je binnenkort hier verwachten. Ondertussen kan je al wat over Glory to Rome lezen op Spellengek.


Vroeger of Later
Wat was eerder: de oprichting van de VARA, of Zwarte Donderdag? En kwam de Bataafse Republiek voor of na de Bataafse Opstand? In het spel Vroeger of Later moet je dit soort vragen beantwoorden.

Aan het begin van het spel krijg je 9 kaarten met historische gebeurtenissen, die je op de juiste volgorde moet toevoegen aan de rij kaarten in het midden van de tafel. Als je denkt dat een vorige speler een fout heeft gemaakt, dan draai je alle kaarten om, en krijgt de vorige speler een paar strafkaarten. Tenzij de tijdlijn correct was, natuurlijk; dan krijg jij er kaarten bij. Wie als eerste zijn kaarten kwijt is, heeft gewonnen.

Ik heb mijzelf heel goed vermaakt met Vroeger of Later. Er zitten zo'n 300 kaarten in het spel van verschillende moeilijkheidsgraden, en niemand zal alle gebeurtenissen kennen. Het best vond ik dit spel met twee personen, en dan vooral omdat mijn tegenspeler ongeveer evenveel van geschiedenis wist als ik. Er is ook ruimte om te bluffen; als je denkt dat je tegenstander een bepaalde kaart van jou niet weet te plaatsen, kan je 'm opzettelijk verkeerd neerleggen, om in je volgende beurt de kaarten om te draaien.

Vroeger of Later is al een wat ouder spel, dat ik onlangs voor een prikje in een kringloopwinkel heb gekocht. Jammer genoeg is het in Nederland niet zo'n groot succes als in het Duitse taalgebied. Daar zijn al meer dan 20 kaartensets verschenen in de Anno Domini serie.


Dvonn
Het vierde spel van de GIPF-serie lijkt sterk op de andere spellen die ik uit die serie heb gespeeld. Dvonn is dus een abstract, mooi uitgevoerd spel voor twee spelers. Met je eigen stenen kan je op andere stenen springen, en zo torens maken. Dat beperkt echter je bewegingsmogelijkheden. Iedere steen moet verbonden blijven met een van de drie speciale DVONN-stenen. Als geen van de twee spelers meer kan bewegen, is het spel afgelopen, en wint de speler met de grootste torens.

Dvonn is een goed spel. Ik had het al eens op internet gedaan (Dvonn is op BrettSpielWelt te vinden), maar in het echt lijkt het nog wel intenser.


Biblios
Mijn verwachtingen over Biblios waren hoog gespannen. Ik had goede verhalen gehoord over dit spel, maar het viel me wat tegen. Het is wel een aardig spelletje, maar niet zo bijzonder als de hype op BoardGameGeek wel deed denken.

In de eerste helft van het spel worden de kaarten verdeeld. Als je aan de beurt bent, trek je één voor één een aantal kaarten. Van iedere kaart moet je meteen bepalen wat je ermee doet, zonder de volgende kaarten te bekijken. Je mag een van de kaarten zelf houden, iedere tegenstander krijgt ook een kaart, en de laatste gaat op de aflegstapel.

De tweede helft van het spel bestaat uit een veiling van alle afgelegde kaarten. Aan het eind van het spel krijgt iedereen met de meerderheid in een van de vijf kleuren kaarten een aantal punten; de meeste punten winnen het spel.

Het verdelen van de kaarten is heel goed bedacht; dat vond ik al toen ik het jaren geleden voor het eerst tegenkwam in De Veilingmeesters van Amsterdam. De rest van het spel is wel heel erg doorsnee. Gelukkig duurt het maar een minuut of 20, dus is het prima geschikt als vlug tussendoortje.


Phoenicia
Het opbouwen van een beschaving gebeurt in Phoenicia helemaal door het kopen van kaartjes. Ieder kaartje verhoogt het inkomen dat je elke ronde krijgt, en geeft een aantal overwinningspunten. Daarnaast geven sommige kaartjes andere voordelen, zoals een grotere opslag voor je geld, of een korting bij de aankoop van latere kaarten. En dat is het.

Hoewel Phoenicia eruit ziet als een stevig bordspel, is het in werkelijkheid een behoorlijk licht kaartspel. Het zit wel goed in elkaar, natuurlijk—wat verwacht je anders van de maker van Race for the Galaxy. Maar het wordt nooit opwindend.


Elfenland+Elfengold
Elfenland is al een ouder spel, winnaar van de Spiel des Jahres 1998. Ik had het echter nog nooit gespeeld. Deze maand is het er toch van gekomen, en wel met de (tegenwoordig lastig te vinden) uitbreiding Elfengold.

Gedurende 6 rondes probeer je alle steden op het bord langs te gaan. Hiervoor heb je kaarten nodig met vervoermiddelen erop. Maar als je een kaart uit wil spelen, moet op de bijbehorende route wel een fiche met hetzelfde vervoermiddel liggen. Die fiches worden geveild (de veilingen zijn de grootste toevoeging van Elfengold, want in het basisspel worden ze gewoon verdeeld) en daarna op het bord geplaats; met een beetje geluk kan je gebruikmaken van de fiches die iemand anders heeft neergelegd.

Elfenland was wel aardig, maar duurde wel erg lang voor zo'n licht spel met zo'n hoge toevalsfactor. Ik zou het graag nog eens met minder spelers willen proberen. Over de uitbreiding Elfengold waren de meningen verdeeld. Mijn medespelers die Elfenland al kenden waren niet lovend; zoveel zou het niet toevoegen, anders dan de langere speelduur. Zelf ben ik enthousiaster over Elfengold; of beter gezegd, ik ben bang dat ik Elfenland zonder deze uitbreiding wel een heel licht spel zou vinden.

vrijdag 4 maart 2011

Februari 2011

In februari heb ik 30 verschillende spellen gespeeld, bij elkaar 45 keer. Het meest gespeeld was, zoals al enkele maanden het geval is, Dominion.

Tussen die 30 spellen zaten slechts 4 nieuwe spellen. Hieronder staan ze, met de beste voorop:

Imperial 2030. Over 20 jaar zijn er 6 wereldmachten, die lijken te strijden om de heerschappij: de VS, Brazilië, de EU, Rusland, China, en India. Maar eigenlijk hebben enkele schatrijke figuren op de achtergrond de touwtjes in handen.

Imperial lijkt oppervlakkig op het aloude Risk, maar er zijn twee grote verschillen. Ten eerste speelt het toeval geen rol. Als je met een leger van 4 eenheden een landje met 2 eenheden aanvalt, wordt er niet gedobbeld, maar weet je van tevoren hoe het afloopt: aanvallers en verdedigers worden in gelijke hoeveelheden verwijderd, en dus blijven er 2 eenheden van de aanvallende partij over.

Maar een nog veel belangrijkere wijziging: het doel is niet om de wereld te veroveren. Nee, de spelers zijn aandeelhouders in de wereldmachten, en proberen zoveel mogelijk belastinggeld van de staatskas in hun eigen pocket te laten stromen. Daarvoor is het wel noodzakelijk om enig succes te hebben met veroveringen, maar als een imperium te groot wordt, wordt het instandhouden van je leger erg duur waardoor het land geen geld meer overhoudt.

Zo probeer je de balans te vinden tussen landen laten groeien, en ze uit te knijpen. En tijdig andere aandelen te kopen, als je eigen landje dreigt vast te lopen. Imperial duurt redelijk lang, maar boeit tot de laatste minuut.

The Great Fire of London: 1666. Het gevoel dat ik bij dit spel heb, lijkt wel op dat van Pandemie: de spelers werken samen om de brand te blussen die in 1666 in Londen uitgebroken is (waar gebeurd verhaal). Als je aan de beurt bent, moet je eerst een kaart spelen die het vuur uitbreidt naar nieuwe wijken; daarna krijg je een aantal acties die je kan gebruiken om de brand in een wijk te blussen.

Omdat het vuur zich wel iedere ronde uitbreidt, kan je niet heel Londen behoeden. In bijna iedere beurt gaan er weer huizen in vlammen op. Dat is natuurlijk erg, maar vooral als het je eigen huizen zijn. Iedere speler heeft namelijk 20 huizen op het bord, waarvoor hij aan het eind punten krijgt. Je moet dus proberen het vuur naar de huizen van je tegenstander te leiden. Als je het vuur liever wil tegenhouden, kan je soms ook een wijk opblazen met buskruit, zodat het vuur zich niet kan verspreiden. Deze inspanningen om Londen te behouden worden je echter niet altijd in dank afgenomen...

Great Fire is zeker geen coöperatief spel. Omdat je iedere beurt wel iemand aan kan vallen, is het zelfs een behoorlijk gemeen spel. Maar wel leuk. Helaas heb ik het de laatste keer niet helemaal goed gespeeld; geen wonder, want de regels zijn vrij ingewikkeld. Maar het is de moeite zeker waard.

Memo Street. Reiner Knizia maakt nu vooral dobbelspelletjes. Een paar jaar geleden kwam echter deze variant van Yahtzee op de markt, waarin hij de dobbelstenen helemaal weggelaten had. In plaats daarvan zijn er een groot aantal tegeltjes gekomen, met de nummers 1 tot en met 6. Die worden ondersteboven neergelegd, zoals bij Memory.

Iedere beurt draait een speler 3 tegeltjes om, en probeert daarmee een (yahtzee-)combinatie te maken. De tegeltjes die hij daarvoor gebruikt, legt hij op zijn speelbord, en de rest wordt weer teruggelegd. Volgende spelers kunnen daar vervolgens gebruik van maken, als ze nog weten welke tegeltjes het waren en waar ze liggen.

Helaas wordt dit spel nooit echt spannend. Welke tegeltjes je omdraait is voornamelijk geluk; bekende tegeltjes worden namelijk meestal al heel snel gebruikt, zodat je toch vrij vaak 3 onbekende tegeltjes moet proberen. Ik zie dit spel niet snel meer op tafel komen.

Gladiator. Nog een oude, mij tot nu toe onbekende Knizia. Dit keer stuur je groepjes gladiatoren de arena in om elkaar te bevechten. En dat beviel mij slecht. Doordat ik aan het begin van het spel al een paar gevechten verloor, stond ik er zwak voor, en kon ik nauwelijks nog gevechten winnen. Eigenlijk zat ik mij erg te vervelen. En dat was niet eens mijn eigen schuld, want in dit spel hebben de dobbelstenen de hoofdrol.

Het enige interessante van het spel is het opbouwen van je gladiatorenteams. Helaas is het in je eerste spel totaal niet duidelijk hoe goed verschillende combinaties van gladiatoren zijn, zodat ook dit deel van het spel erg random voelt. Dat zou misschien veranderen als je het vaker zou spelen, maar daar heb ik helemaal geen behoefte aan.

Appeltjes plukken. Dit kinderspel heb ik op verzoek van Dagmar meegenomen naar een spellendag. Het stond al sinds mijn vroegste kinderjaren bij mijn ouders, en ik zal het daar ook weer terugbrengen. Want Appeltjes plukken verdient geen plaats in mijn spellenkast. Omdat je totaal geen beslissingen hoeft te nemen, is dit spel alleen interessant voor de allerkleinste kinderen. Zelfs de dochter van Peter Hein, die qua leeftijd toch in de doelgroep van dit spel valt, vond er niet echt veel aan.

dinsdag 1 maart 2011

Appeltjes en Peertjes

Vanmiddag ben ik weer langsgeweest bij de kringloopwinkel. Tot mijn grote blijdschap zag ik daar het party-spel Appels en Peren liggen. Ik heb dat spel al een paar keer gespeeld, en vind het echt een leuk spel om te spelen, dus die doos heb ik mee naar huis genomen. En over die doos wil ik het nu even hebben, want daar is iets mis mee.

Appels en Peren heeft een doos van A4-formaat. Dat moet ook wel, want er zit heel wat in: 300 kaarten, een plastic kaartenhouder, en een stuk roze karton. Maar voor het spel heb je alleen die 300 kaarten nodig. En die zijn samen een stuk kleiner.

Als je de overbodige rotzooi uit de doos laat, dan zie je dat de doos een heel stuk kleiner gekund had. In feite koop je 80% lucht met dit spel. Het is heel begrijpelijk dat een fabrikant zijn spel graag zo groot mogelijk verpakt. Dan valt het immers in de winkel meer op, en je kan er ook een hogere prijs voor betalen. Maar voor mij is het vervelend. Met zo'n 230 spellen zit mijn spellenkast zowat vol, dus ik stel een grote doos niet erg op prijs als het niet echt nodig is. het moment dat ik spellen moet gaan verkopen omdat ik anders geen plaats heb voor nieuwe komt snel dichterbij.

En daarom heb ik de schaar in de doos gezet. Een beetje aarzelend, want het doet toch een beetje pijn om een spel te verminken, zelfs al is het een tweedehandse van de kringloopwinkel. Maar het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf. Mijn Appels en Peren zit nu in een schattig klein doosje, dat voor 90% vol zit met kaarten. Zo heeft het wel een plaatsje op de plank verdiend.

Ik heb nog wel meer spellen die te ruim in hun jasje zitten. Binnenkort gaat Gepakt en gezakt onder het mes. Op deze manier kan ik makkelijk nog wel 200 spellen kwijt.