vrijdag 22 maart 2013

Two Tribes Go To War

Deze week speelde ik voor het eerst Twilight Struggle, al jaren de nummer 1 op BoardGameGeek. Het onderwerp van deze wargame is de Koude Oorlog. De twee spelers hebben hierin ieder de rol van een van de twee supermachten, de VS en de USSR. Door middel van het verkrijgen van invloed in andere landen over de hele wereld proberen zij de ander de baas te worden.
 
Het verloop van de oorlog wordt in Twilight Struggle bepaald door kaarten. Ieder van de ruim 100 kaarten in het spel stelt een historische gebeurtenis voor, zoals de oprichting van de NAVO en het Warschau-pact, het aantreden van De Gaulle of Allende, en de boycots van de Olympische Spelen. Er zijn 10 ronden, en in iedere ronde krijgt elke speler 8 of 9 kaarten, die op 1 na allemaal gespeeld moeten worden.
 
Elke kaart heeft ook een bepaalde waarde aan actiepunten, die je kan gebruiken om je invloed te verhogen in landen naar keuze of om coups te plegen in landen onder controle van de tegenstander. Bij het spelen van een kaart moet je dus kiezen of je de bijbehorende gebeurtenis wil uitvoeren, of dat je de actiepunten wil gebruiken. Tenminste, als de kaart gunstig is voor jouw kant. Als een kaart van toepassing is op de tegenstander, wordt de gebeurtenis altijd uitgevoerd; meestal heel vervelend.
 
 
Tijdens de eerste ronde worden het Verenigd Koninkrijk en Turkije gecontroleerd door de VS, Oost-Duitsland door de Sovjetunie. In de overige landen heeft geen van beide partijen nog voldoende invloed.
Ik speelde deze week de kant van de good guys, in dit geval: de Verenigde Staten. Meteen in de eerste ronde liep ik al achterstand op. Weliswaar was mijn eerste kaart, het Marshall-plan, een goede, maar daarna had ik vooral gunstige kaarten voor de USSR in mijn hand. Zo zou hij door de Koreaanse Oorlog en door Revolutie in Vietnam veel invloed in Azië krijgen. Bovendien had ik de waarderingskaart van Azië in mijn hand. Iedere regio wordt tijdens het spel namelijk een paar keer gewaardeerd, en de speler die de meeste landen onder controle heeft, verdient daar veel overwinningspunten mee. Het belangrijkst is de waardering van Europa: als je op dat moment alle battleground countries van Europa in bezit hebt, win je het spel direct.
 
Ik besloot om maar zo snel mogelijk Azië te waarderen, om zo weinig mogelijk punten weg te geven. Daarna moest ik toch diverse landen aan mijn tegenstander laten liggen, die zijn voorsprong in het vroege spel behoorlijk kon uitbreiden. Gelukkig bleef zijn invloed geografisch beperkt, omdat hij geen toegang kreeg tot Midden- en Zuid-Amerika, en tot Afrika.
 
De Fidel-kaart heeft een desastreus effect op mijn positie in Midden-Amerika.
Ik kon niet lang genieten van de rust, want ik werd op een gegeven moment gedwongen om de kaart "Fidel" te spelen. Door deze kaart namen de communisten de macht over in Cuba, en kregen daarmee voet aan wal aan mijn zuidkust. Ook in het Midden-Oosten en in zuidelijk Afrika wist de Sovjetunie de baas te worden in verschillende battleground countries.
 
Onder andere door het aantreden van Nasser in Egypte kregen de Russen de overhand in het Midden-Oosten. (De cijfers bij ieder land geven aan hoeveel invloed er nodig is om een land te controleren.)
Dat het zo voorspoedig ging voor de communisten is niet uitzonderlijk. In Twilight Struggle zijn beide partijen namelijk niet symmetrisch: de Sovjetunie is in de eerste fase van het spel sterker dan de VS. Naarmate het spel vordert, komen er meer kaarten bij die in het voordeel werken van de Amerikanen. Het is dus de bedoeling om als Amerikaanse speler de voorsprong van de Russen niet te hoog te laten worden, en aan het eind van het spel ze in te halen.
 
Halverwege het spel hebben de Russen 15 overwinningspunten.
Heel groot mag de voorsprong van de Sovjetunie niet worden, want als een speler op enig moment 20 punten heeft, dan wint hij onmiddelijk.
 
De situatie in Midden-Amerika verslechterde iedere ronde.
De Russische speler zag de bui al hangen, en probeerde zich in te graven in een aantal gebieden. Zo deed hij veel moeite om de overhand te krijgen in Afrika (wat net niet lukte), en breidde hij fors uit in Midden-Amerika en het Midden-Oosten. In die gebieden wist hij nog redelijk te scoren, waardoor zijn voorsprong niet echt veel kleiner werd.
 
Hij verwaarloosde echter zijn positie in Europa, waardoor ik daar enkele leuke overwinningen boekte. Polen viel redelijk gemakkelijk in mijn handen, mede door het aantreden van een nieuwe Paus. Toen ik vervolgens mijn invloed sterk kon vergroten in Oost-Duitsland, had ik bijna alle belangrijke landen in Europa onder controle. Gelukkig had ik ook nog voldoende waardevolle kaarten om Frankrijk en Italië aan mijn kant te krijgen. Het wachten was nu nog op een waardering van Europa.
 
Victory!
Mijn tegenstander trok de waarderingskaart van Europa in ronde 7, en zag de bui al hangen. De hele beurt probeerde hij nog voet aan wal te krijgen in Italië en Frankrijk, maar tevergeefs. Aan het eind van de ronde werd hij gedwongen de kaart te spelen, en kreeg ik de overwinning in de schoot geworpen.
 
Twilight Struggle is een leuk en thematisch erg rijk spel, dat ik met veel plezier gespeeld heb. Er is constante spanning door een combinatie van onwetendheid over de kaarten van de tegenstander en de kennis van rampzalige gebeurtenissen in je eigen hand die niet te voorkomen zijn.
Het thema wordt nog eens versterkt door de nucleaire dreiging, die door een aantal gebeurtenissen en acties steeds verder verhoogd wordt; de speler die uiteindelijk een nucleaire oorlog begint, verliest daarmee het spel, en daar zijn we deze week heel dicht bij geweest.
 
Ik hoop dat ik dit nog vaker zal spelen; in ieder geval heb ik afgesproken om binnenkort de terugwedstrijd te spelen tegen mijn tegenstander van laatst; maar dat keer speel ik dan met de nieuwe good guys: de Russen.
 

maandag 4 maart 2013

Allan B. Calhamer (1931-2013)

Vorige week maandag is Allan B. Calhamer overleden. Misschien niet een van de bekendere namen in de spellenwereld, want hij heeft maar een bekend spel ontworpen. Maar dat is dan wel een uniek spel: Diplomacy.

Aan de oppervlak heeft Diplomacy wel wat weg van Risk. Op een kaart van Europa strijden zeven grootmachten om de wereldheerschappij. Het aantal militaire eenheden (legers en vloten) dat een natie mag bezitten, hangt af van het aantal supply centers dat zij controleert. Iedere speler begint met drie of vier eenheden, en om te winnen heb je meer dan de helft van de 34 supply centers nodig.


Tot nu toe niet zo spannend, maar twee regels maken Diplomacy wat het is. Ten eerste kan er per land maar een eenheid staan. Om een land te veroveren heb je daarom altijd steun van andere eenheden in aangrenzende landen nodig. En dat kunnen eenheden van jezelf zijn, maar ook van andere spelers. Deze regel moedigt onderhandelingen aan. Alleen door samenwerken kan je het spel winnen.

De tweede belangrijke spelregel is dat alle spelers tegelijk hun zetten bepalen. In het geheim schrijft iedere speler een zet op voor iedere eenheid die hij bezit. Dan pas wordt duidelijk of je onderhandelingen succes hebben gehad, of dat je zogenaamde vrienden misbruik hebben gemaakt van je vertrouwen, en je in de rug aanvallen.

Hoewel Diplomacy de reputatie heeft dat het vriendschappen kapot maakt, heb ik aan dit spel een aantal vrienden danwel vaste medespelers overgehouden. Toen ik pas bij mijn huidige werkgever werkte, zo'n 10 jaar geleden, heb ik met zes collega's een aantal keren Diplomacy gespeeld. Niet op een speelbord, maar per email. Twee keer per week stuurden we onze zetten naar de spelleider, en in de tussentijd was er volop gelegenheid om te onderhandelen.

Ik was geen goede speler, hoewel ik vele strategieartikelen heb doorgewerkt. Helaas vertrouwden mijn medespelers mij nooit, zodat ik vaak na een paar zetten al uit het spel lag. Niettemin heb ik genoten van die tijd. Helaas is Diplomacy daarna nog zelden op tafel gekomen. Ik ben nog altijd van plan om een dezer dagen weer zeven spelers bijeen te zoeken om de Eerste Wereldoorlog weer na te spelen. Misschien moet het er nu eindelijk eens van komen.



Diplomacy was in de jaren vijftig een baanbrekend spel. Al snel nadat het verscheen, doken er tijdschriftjes op die aan dit spel gewijd waren, en die play-by-mail spellen organiseerden. Het was het favoriete spel van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger, en werd zelfs, naar men zegt, door president Kennedy gespeeld.

Allan B. Calhamer daarentegen bleef in de anonimiteit. Hoewel hij aan Harvard gestudeerd had, werkte hij 21 jaar als postbode in een buitenwijk van Chicago. Hoewel hij een graag geziene gast was op Diplomacy-toernooien, werd hij nooit bekend in de bredere spellenwereld. Vorige week overleed hij, op 81-jarige leeftijd.

De informatie over Calhamer komt uit dit artikel uit 2009, dat de moeite waard is om te lezen.

zaterdag 2 maart 2013

Februari 2013

Met 48 gespeelde spellen was februari een doorsnee maand voor mij. Het vaakst kwam Kingdom Builder op tafel: maar liefst 9 keer. Terecht, want het is een topspel. Het aantal nieuwe spellen was een stuk lager, en het was dan ook een fluitje van een cent om het beste spel van de maand te kiezen.
 
Mijn lijst van nieuwe spellen zag er als volgt uit:
 
De details van dit spel kan ik me niet meer herinneren. Het had iets te maken met grondstoffen, die je kon verhandelen voor geld, en daar kon je huisjes mee bouwen, en dat alles leverde overwinningspunten op. Het spel zat goed in elkaar, en we hebben het zonder problemen gespeeld. Laat ik het daarbij laten.
 
 
Laten we hopen dat er volgende maand meer en spannendere nieuwe spellen te bespreken zijn.
 

dinsdag 26 februari 2013

Januari 2012

In januari heb ik 46 keer een spel gespeeld, waaronder vier nieuwe. Ook speelde ik drie nieuwe uitbreidingen. Meest gespeeld deze maand waren Kingdom Builder en Tichu, elk zeven keer.
 
De nieuwe spellen van januari waren, van best naar minst goed bevallen:
 
Het is onmogelijk on Reef Encounter na een keer spelen al te beoordelen. Daarvoor is het spel te ondoorzichtig. De regels zijn niet eenvoudig, en weinig intuïtief. Maar tijdens het spelen had ik wel de indruk dat dit spel een behoorlijke diepgang heeft.
 
Ik zal de gels hier niet in detail uitleggen, al is het maar omdat ik ze zelf niet meer weet, een maand na spelen van het spel. Ze hebben in ieder geval te maken met een koraalrif, waarop verschillende soortenpoliepen uit kunnen groeien tot een groot stuk koraal. De koralen worden bewaakt door de garnalen van de spelers, en dat is nodig, want anders kan het ene koraal het andere opeten. Als je stuk koraal groot genoeg is, kan je je vis langssturen om het op te eten, en uiteindelijk scoor je punten voor die opgegeten koraaltegels.
 
De toevalsfactor in het spel is laag, de strategische mogeljkheden hoog, en er zit voldoende interactie in: je kan je medespelers enorm dwarszitten. Ik zou dit spel graag nog veel vaker spelen, want dan pas krijg je volgens mij een beetje door wat de te volgen taktieken zijn. Aanrader!
 
 
Een ouderwetse euro, over de begintijd van New York. Aan het begin van iedere ronde wordt er een veiling gehouden, waarin je verschillende types acties kan kopen. Daarna kan je die acties gebruiken om bijvoorbeeld gebouwen in de stad te bouwen. Die leveren punten op, en bonusacties. Andere acties kan je bijvoorbeeld gebruiken om dierenvellen te kopen van de indianen rond Nieuw Amsterdam, en deze te verschepen naar Europa voor punten.
 
Nieuw Amsterdam is geen onaardig spel. Niets bijzonders, maar ik heb het met plezier gespeeld.
 
 
Een simpel slagenspelletje. Na iedere slag mag de winnaar een speelkaart van een van de tegenstanders uitzoeken; daarna doet de nummer twee hetzelfde, enzovoorts. De kaarten die je hier verzamelt, kan je gebruiken om puntenkaarten mee te kopen. Deze liggen in het midden van de tafel, en kosten allemaal een bepaalde combinatie van speelkaarten. Heb je echter meer speelkaarten dan dat de puntenkaart kost, dan zijn die speelkaarten strafpunten waard.
 
Old Men of the Forest is een simpel kaartspelletje, dat niet boven de massa uitstijgt. Voor de meeste gelegenheden kan je betere spellen in dit genre vinden.
 
Weer zo'n prachtig houten behendigheidsspel. Zoals de naam al aangeeft, is dit een soort Mikado met kubusjes. Met twee stokjes probeer je blokjes uit een stapel te verwijderen zonder de andere blokjes te laten bewegen. Grote blokken zijn daarbij meer punten waard dan kleine blokjes.
 
Cubicado is leuk om een keertje te doen, maar is verder niet echt spannend genoeg om vaker te spelen. Er zit te weinig strategie in, en het is te lastig om aan het begin van het spel een goede hoge stapel te bouwen. Er liggen daarom te vaak blokjes gewoon aan de rand, en die zijn dan te makkelijk te verwijderen.
 
 
En de nieuwe uitbreidingen:
 
Het bijzondere aan deze versie van Age of Steam is natuurlijk dat het bord in twee delen verdeeld is. In Noord-Korea is het goedkoop om spoor aan te leggen, maar liggen maar weinig blokjes. In het zuiden liggen veel meer blokjes, maar zijn de bouwkosten erg hoog.
 
De kleuren steden zijn niet gelijkmatig verdeeld over het bord, waardoor je eigenlijk vaak een blokje van de ene kant naar de andere kant wil verplaatsen, maar het grensverkeer is beperkt. In sommige rondes is het verboden een blokje van noord naar zuid te vervoeren, in andere rondes is verkeer in noordelijke richting niet toegestaan.
 
Korea is een goede variatie op een fantastisch spel.
 
 
Deze verzameling van een stuk of 30 wonderen is ontworpen door een fan, en te downloaden via BoardgameGeek. Sommige van deze kaarten zijn gebaseerd op bestaande "wereldwonderen", zoals "Angkor Wat" en de kanalen van Venetië (?) . Andere verwijzen naar legendes ("Atlantis", "Brigadoon") of werelden uit de literatuur ("R'lyeh"), en zelfs is er een serie bordspellen ("Dominion", "Caylus").
 
Vergeleken met de wonderen uit het basisspel, zijn deze "verloren wonderen" complexer en creatiever. Zo zijn er meer wonderen met een afwijkend aantal bouwfases, en minder wonderen die slechts punten of geld opleveren. Of ze allemaal even goed gebalanceerd zijn als de oorspronkelijke zeven wonderen, daar kan je je twijfels over hebben, maar ze brengen een hoop variatie mee. Niet geschikt voor onervaren 7 Wonders-spelers.
 
 
Deze officiële 7 Wonders-uitbreiding is een stuk tammer dan Lost Wonders. De uitbreiding bestaat uit een set kaarten, die gewoon meedoen in de draft. Je krijgt ieder tijdperk daarom nu acht kaarten in plaats van zeven. En die nieuwe kaarten hebben nieuwe eigenschappen, al wijken ze niet zo heel veel af van de originele kaarten. In plaats van 5 geld krijg je bijvoorbeeld met een van de nieuwe kaarten 7 geld, en je buren ieder 2. Cities verandert het spel niet wezenlijk, en is niet echt de moeite waard.
 

donderdag 31 januari 2013

December 2012

In de voorbije maand december heb ik 31 verschillende spellen in totaal 52 keer gespeeld. Daarmee was het een gemiddelde maand qua aantal gespeelde spellen. Dominion speelde ik het vaakst: maar liefst 12 keer, meestal met een prominente rol voor de nieuwste uitbreiding Dark Ages.
Van al die spellen had ik er twaalf nog niet eerder gespeeld. Zoals gewoonijk zet ik die hieronder op en rijtje. Het beste spel staat traditiegetrouw voorop, maar deze maand kon ik niet kiezen tussen de twee topspellen. Een ex equo eerste plaats dus. En daarmee waren dit gelijk ook mijn twee beste spellen van het hele jaar 2012.
Eigenlijk vreemd dat ik Age of Steam nog nooit eerder had gespeeld. Wel het jongere broertje, Steam. AoS heeft de reputatie een genadeloos spel te zijn, waarin de kleinste fouten worden afgestraft. Steam bleek daarvan een slap aftreksel te zijn, waarbij ik moet aantekenen dat ik alleen de meest eenvoudige regelvariant geprobeerd heb.
Het origineel blijkt wel aan mijn verwachtingen te voldoen. Dit is nu echt een spel waarbij je voortdurend moet blijven opletten . De eerste helft van het spel wordt je gedwongen leningen af te sluiten om te betalen voor je uitdijende netwerk. Door het afleveren van blokjes hoort je inkomen daarna snel te stijgen, zodat je tegen het einde een positieve cashflow hebt. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Je hebt je geld iedere ronde ook besteden aan de veiling voor de beurtvolgorde. Dat is een van de belangrijkste beslismomenten van het spel. Helaas mag je tijdens de veiling en tijdens de bouwfase geen geld meer bijlenen; dat mag alleen helemaal aan het begin van een ronde. Zodoende moet je dus je hele beurt al plannen voordat je weet wat de andere spelers zouden wilen gaan doen.
Age of Steam is een geweldig spel, dat ik nog vaak hoop te spelen. Er zijn stapels met uitbreidingen voor verschenen, zodat de kans klein is dat je er snel op uitgekeken raakt.
De andere winnaar van 2012 is er eentje uit een voor mij vertrouwder genre. 1846 gaat zoals alle 18xx-spellen over de handel in aandelen van een aantal treinmaatschappijen. Die maatschappijen proberen vervolgens winst te maken door rails aan te leggen, stations te bouwen en treinen te laten rijden.
1846 valt in dit genre op door een relatief korte speelduur (mijn eerste spel duurde minder dan 4 uur). Daarbij leek het spel nog een stuk sneller te gaan, omdat de maatschappijen al na een paar ronden behoorlijke inkomsten hadden. Het spel is vrij simpel gehouden, met niet al te complexe regels met weinig uitzonderingen.
De grootste complicaties zitten in de prive-maatschappijen, die aan het begin van het spel uitgedeeld worden. Deze privates hebben ieder een eigen karaktereigenschap, die het spel erg kunnen beïnvloeden. In de doos zitten meer privates dan per spel gebruikt worden, en daarvan worden dan altijd een aantal getrokken waarmee gespeeld wordt. Zo is het spel altijd anders.
1846 is een topspel binnen zijn genre. Ik heb het spel in bestelling bij de uitgever, die het hopelijk dit jaar nog kan leveren. Ik kan niet wachten tot ik met mijn eigen exemplaar kan spelen.
En nog een spel over treinen. Nou ja, trams eigenlijk. En dat geeft al aan dat dit spel een stuk lichter is dan de vorige twee. Door tegeltjes met tramrails neer te leggen probeer je een route te maken langs een aantal tramhaltes op het bord. Als de route compleet is, wordt er een trammetje op de beginhalte geplaatst, en mag je 'm door dobbelen proberen zo snel mogelijk naar de eindhalte te brengen.
Linie 1 is niet heel zwaar en strategisch, al kan je elkaar wel lekker dwarszitten door de rails langs de verkeerde kant van de halten te sturen. Ik heb het echt met plezier gespeeld, en zou het graag vaker op tafel zien.
Saturn is een van mijn beste aankopen in de kringloopwinkel van het afgelopen jaar: op BoardGameGeek is het zelfs tot kringloopvondst van de week uitgeroepen. Dat komt voornamelijk doordat het zo'n mooi spel is. Het bestaat uit drie grote houten ringen, die zodanig op elkaar liggen dat ze onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. De spelers proberen nu om houten ballen in verschillende formaten op de ringen te leggen, zonder dat de ringen de tafel aanraken. Daarbij zijn ballen op de buitenste ring meer punten waard dan ballen op de binnenste ring, en grote ballen meer punten dan kleine ballen.
Ik hou wel van behendigheidsspellen. Saturn is niet het beste spel in dat genre; wat dat betreft zijn de keuzes die je iedere ronde maakt te eenvoudig. Maar de prachtige uitvoering van het spel compenseert daarvoor, en maakt dit spel tot een geslaagd tussendoortje.
Dit is een aardige variant op het bekende tegellegspel Carcassonne. Mayflower is gebaseerd op de kolonisatie van Amerika. Aan de rechterkant van de tafel ligt de al ontdekte oostkust, en van daaruit kan je door tegels aan te leggen de rest van het land ontdekken. Na het neerleggen van een tegel kan je er natuurlijk een mannetje op plaatsen, en daarna worden steden of wegen die helemaal af zijn geteld.
Er lopen ook twee landmeters over het bord. Deze beginnen aan de kust, en lopen bij iedere stad of weg die af is een kolom naar het westen. Dat is mooi, want als je punten krijgt voor een mannetje dat in dezelfde kolom staat als een van de landmeters, ontvang je daarvoor een bonus. Maar mannetjes die dichterbij de kust staan dan beide landmeters worden van het bord verwijderd. Het kan soms winstgevend zijn om nog even te wachten met het afsluiten van een weg totdat de landmeters in de buurt zijn, maar als je te lang wacht, krijg je helemaal geen punten. Vooral met een hoog spelersaantal kan dat makkelijk gebeuren.
Mayflower zal het basisspel niet uit mijn collectie verdringen. De oerversie is een ideaal licht spel om ook met niet-spelers te kunnen spelen. Mayflower biedt dan weer iets meer uitdaging voor de ervaren spellenspeler.
Take 10 (11 Nimmt)
Dit neefje van Take 5 (6 Nimmt, in het Duits) is een geslaagd tussendoortje, dat je zelfs met een grote groep spelers nog prima op tafel kan zetten. Net zoals in Take 5 speelt geluk een grote rol, maar dat stoort me in dit spel totaal niet. Hilariteit is verzekerd wanneer een speler gedwongen is om een stapel kaarten op te pakken die veel strafpunten waard is; al weer iets uit Take 5 dat in 11 Nimmt terugkomt.
Alien Frontiers is een leuk dobbelspel over de kolonisatie van een nieuwe planeet. Iedere beurt pak je je eigen dobbelstenen van het bord, en gooi je ze. Met de combinaties die je gooit, mag je daarna acties op het bord uitvoeren. Die variëren van het pakken van grondstoffen tot het kopen van kolonisatieschepen of het stichten van een nieuwe kolonie op de planeet.
Door de vele mogelijkheden die je hebt om je dobbelstenen in te zetten, gaat het spel soms wat traag. Neemt niet weg dat Alien Frontiers zeker een geslaagd spel is.
De laatste jaren is er een explosie geweest in het aantal spellen dat gebruikt maakt van worker placement, het plaatsen van werkers op actievelden om daarna de bijbehorende actie uit te voeren (denk aan Agricola en Caylus). Ook Het Dorp valt in deze categorie. Maar het is uniek binnen dit genre door de mogelijkheid dat je werkers doodgaan.
Iedere actie die je uitvoert kost namelijk een bepaalde hoeveelheid tijd. Die tijd hou je bij op een soort scorespoor, en iedere keer als je een volledig rondje op dat spoor heb afgelegd, moet je een van je werkers laten overlijden. Natuurlijk is een van de acties het geboren laten worden van nieuwe poppetjes, zodat je nooit zonder werkers komt te zitten (als het goed is).
Als een werker doodgaat, blijft zijn nagedachtenis levend doordat hij wordt opgetekend in de dorpskronieken. De plaats waar de werker ten tijde van zijn heengaan stond, bepaald onder welke categorie dat gebeurt: zo is er in de kronieken bijvoorbeeld plaats voor een beperkt aantal geestelijken, die in de kerk zijn overleden. Zijn die plekken vol, dan komt een volgend slachtoffer uit de kerk in een anoniem graf terecht, en dat levert geen punten op.
Verder is Het Dorp tamelijk standaard. Acties leveren goederen op, die je kan gebruiken voor de aankoop van items als huifkarren en ploegen, en daar kan je punten mee verdienen. Het spel zit goed in elkaar, en door het doodgaan van je werkers komt er een aangenaam timings-element in. Het was voor mij in ieder geval vernieuwend genoeg dat ik blij was het gespeeld te hebben.
Met veel fanfare werd op Essen het nieuwste spel van Reiner Knizia aangekondigd. Mijn verwachtingen werden geheel beantwoord: Qin is een totaal vergetelijk spel. Door het aanleggen van tegels probeer je grote gebieden van een kleur te maken, en dat is het wel zo'n beetje. Helemaal doodsaai wil ik het niet noemen, maar vergelijkingen die wel eens gemaakt worden tussen Qin en Eufraat & Tigris gaan totaal mank.
Nog een worker placement, en weer een met een gimmick: de grote tandwielen in het midden van het bord. De acties die je met je werkers kan nemen, staan afgebeeld rondom de kleine tandwielen. De werkers zet je op die kleine tandwielen. Iedere beurt wordt het grote tandwiel in het midden een tandje gedraaid, waardoor je werkers ook doordraaien. Pas als je ervoor kiest om een werker van het bord te halen, voer je de bijbehorende actie uit; hoe langer je dus wacht, des te beter is de actie. Maar dat betekent dan wel dat je een van je poppen een tijd kwijt bent.
Klinkt leuk, maar helaas is het spel dat om de tandwielen heen gebouwd is zo'n opgewarmd kliekje van spelmechanismen die we al vaker gezien hebben, dat het mij in ieder geval niet kon boeien. De acties hebben nauwelijks een thematische betekenis, en er zit nauwelijks spanning in het spel. Jammer.
Een al wat ouder spel, waarin het de bedoeling is om door kaarten te spelen torens in ekaar te zetten, en die dan vervolgens in een van de districten op het speelbord te zetten. Na iedere ronde worden punten uitgedeeld aan de spelers met de meeste of hoogste torens in een district.
Capitol is met name bekend om de puntentellers: de stand wordt bijgehouden op een stel uitschuifbare kolommen, die erg onhandig in het gebruik zijn. Over het spel zelf kan ik kort zijn: niets bijzonders.
In Making Profit gaat het om winst maken, de naam zegt het al. Iedere speler heeft een fabriek, en van iedere fabriek zijn er aandelen in omloop. Iedere beurt mag je twee acties doen, waarbij je mag kiezen uit: een aandeel kopen, een aandeel verkopen, een kaart spelen, of produceren.
Door kaarten te spelen verhoog je zowel de aandelenkoers, de productie, als de winst van een bedrijf. De koers is namelijk gelijk aan het aantal kaarten dat bij een fabriek ligt. En op iedere kaart staat ofwel een bedrag voor de aandeelhouders ($1 of $2), ofwel een aantal kaarten (1 of 2) voor de eigenaar van de fabriek. Dat geld en die kaarten worden iedere keer uitgekeerd als een speler de actie "produceren" kiest.
Making Profit deed me aan Rolling Stock denken (behalve dan qua speelduur). Beide spellen zijn een vrij kale implementatie van een economisch systeem, waarin de spelers zelf bepalen hoeveel de aandelen van hun bedrijven waard zijn. Helaas lijkt Making Profit minder diepgang te hebben dan Rolling Stock, waardoor ik niet veel behoefte heb om het nog veel vaker te spelen.
Naast deze nieuwe spellen zijn er ook twee uitbreidingen die ik in december voor het eerst speelde:
De kaart waarop ik Age of Steam voor het eerst heb gespeeld. Ondertussen heb ik ook op een andere kaart gespeeld, en kan ik ze nu dus vergelijken. Las Vegas heeft een redelijk goedkope kaart, zonder bergen, en er is extra geld te verdienen voor het afleveren van bepaalde blokjes. Dat maakt dat er veel geld in het spel is, da er hoog geboden wordt bij de veiling voor de spelersvolgorde, en dat er daarom vaak geldgebrek was... Maar of dit aan de kaart ligt of aan de spelers, wie zal het zeggen.
Een nieuwe kaart voor een van mijn favoriete spellen. In Quebec speelt de windenergie een grote rol. Als een windmolen in de markt is verschenen, wordt hij niet meer verwijderd voordat een speler 'm gekocht heeft. Een kleine regelwijziging, die het spel niet wezenlijk verandert. Als je alleen geïnteresseerd bent in uitbreidingen die een groot effect hebben, moet je andere Hoogspanning-kaarten kopen. Quebec is leuk voor de afwisseling, en niet meer dan dat.

woensdag 2 januari 2013

Jaaroverzicht 2012

Tweeduizendtwaalf was op spellengebied weer een bijzonder geslaagd jaar. Regelmatig was ik te vinden op een spellenmiddag, -avond, of -dag, bijvoorbeeld met collega's. Maar ook heb ik het afgelopen jaar de spelavonden van Spelgroep Phoenix bezocht, vooral in Leiden maar incidenteel ook in Capelle aan den IJssel. En sinds een paar maanden is ook in Den Haag een spelgroep te vinden: de Rode Dobbelsteen, die eens per twee weken op een dinsdag bijeenkomt in een plaatselijk café. En ook buiten de cubs om heb ik in 2012 een aantal nieuwe spellenvrienden opgedaan.
 
Het totaal aantal spellen dat ik gespeeld heb is voor het derde opeenvolgende jaar afgenomen, van 748 in 2009 naar slechts 656 het afgelopen jaar. Maar het aantal verschillende spellen was nog nooit zo hoog: maar liefst 220. En daarvan was bijna de helft nieuw voor mij: 108, ook een record.
 
Gemiddeld speelde ik elk spel dus minder dan drie keer. Maar natuurlijk waren er uitschieters: er zijn in totaal 11 spellen die ik meer dan tien keer op tafel zag komen. En dat waren:
 
 
1. Dominion (92 keer)
Het is het meest besproken spel hier op deze site, en het zal dus geen grote verrassing zijn dat Dominion ook het meest gespeelde spel is, net zoals in 2011 en 2010. Vorig jaar speelde ik het bijna 150 keer, dus mijn Dominion-verslaving is wel minder geworden, maar komt de komende tijd nog niet tot een eind, vermoed ik.
 
Dominion is een graag geziene afsluiter van een spellenavond, maar zo nu en dan wordt er ook een speciale Dominion-avond georganiseerd. Met alle nieuwe uitbreidingen die uitgekomen zijn (in 2012 alleen Dark Ages) blijft het spel leuk, hoewel het einde daarvan wel in zicht komt.
 
 
2. Tichu (39 keer)
Tichu was lange tijd het vaste lunch-spel op mijn werk. Er was een vaste groep van zo'n 15 spelers, die altijd wel te porren waren voor een spelletje. In 2009 logde ik 188 spellen Tichu (of Taipan, de naam van de Nederlandse uitgave). De speelwoede is wat afgenomen de laatste jaren, en andere spellen hebben de plaats van Tichu geeltelijk ingenomen, maar Tichu staat in 2012 nog altijd op de tweede plaats.
 
 
3. Kingdom Builder (23 keer)
Het tweede spel van Donald X. in deze lijst. Net zoals Dominion is Kingdom Builder iedere keer anders door de variabele set-up. Hoewel het op het eerste gezicht misschien een geluksspel lijkt, blijkt het na een paar keer spelen toch een geraffineerd strategiespel, waarin de speler die zijn extra acties het best kan uitbuiten vrijwel altijd met de overwinning gaat strijken.
 
Kingdom Builder is makkelijk uit te leggen, wordt door veel mensen leuk gevonden, en is daarom een ideaal spel om naar diverse spelgroepen mee te nemen; daarom heb ik het het afgelopen jaar zo vaak gespeeld.
 
 
4. 7 Wonders (21 keer)
Nog een spel dat redelijk makkelijk uit te leggen is, en dat met iedereen te spelen is. Het is geen uitzonderlijk goed spel, maar het grote pluspunt van 7 Wonders is dat het met 7 spelers te spelen is, en dat het spel zelfs bij het maximale spelersaantal niet veel trager verloopt dan bij minder spelers.
 
De meeste van mijn 21 potjes speelde ik bij Spelgroep Phoenix in Leiden, waar aan het eind van de avond vaak nog een grote groep spelers over is, maar net niet genoeg om twee tafels te vullen, en er nog net tijd is voor een kort spel: de standaardoplossing is 7 Wonders.
 
 
5. Tac (18 keer)
Tac is een Mens-erger-je-niet-variant met partnerschappen, en is bij Phoenix Leiden enorm populair. Er zijn spelers die iedere week wel een of twee keer Tac spelen. En als zij tegenspelers nodig hebben, dan meld ik mij graag aan, en zo komt Tac op een respectabele 5e positie in deze ranglijst terecht.
 
 
6. Glory to Rome (17 keer)
Dit heerlijk chaotische kaartspel is een van de spellen die de rol van Tichu als lunchspel op het werk hebben verdrongen. Helaas niet de karakteristieke originele Engelse editie, die hiernaast afgebeeld staat, want mijn medespelers gebruiken liever de Duitse versie van het spel, met de saaie, minder duidelijke graphics. Eeuwig zonde. Maar het spel is er niet minder leuk om.
 
 
7. Hanabi (15 keer)
Het eerste en enige spel in deze lijst dat ik dit jaar voor het eerst speelde. Dat was in oktober, dus de 15 keer dat ik Hanabi speelde, vonden allemaal in ruim 2 maanden plaats. Ik ben nog steeds op zoek naar de perfecte score, maar hoe vaker ik het speel met dezelfde mensen, des te meer voelen we elkaar aan, dus ooit gaat dat lukken.
 
Ook Hanabi is een succes bij alle spelers en alle speelgroepen met wie ik het geprobeerd heb. Een aanrader dus.
 
 
7. Magic: the Gathering (15 keer)
In kringloopwinkels heb ik in de loop der jaren een aantal keren Magic-kaarten gekocht. Daar heb ik de beste 350 van uitgezocht, en die gebruiken we voor een cube-draft: iedere speler trekt 75 kaarten uit deze stapel, en maakt daarvan een Magic-deck om mee te spelen. Zo kan je Magic spelen zonder dat je veel geld uit moet geven aan de nieuwste en beste kaarten. Ok, de gemiddelde kwaliteit van mijn kaarten is niet zo hoog, maar daar hebben alle spelers evenveel last van; en het spelplezier is er niet minder om.
 
 
7. Race for the Galaxy (15 keer)
Voordat Dominion die rol overnam, was Race for the Galaxy de vaste afsluiter van de spellenavonden met collega's. Niet zo gek, want een van die collega's is Spellengek Peter Hein, de grootste fan van Race die in Nederland te vinden is.
 
Tegenwoordig spelen we Race tijdens de lunchpauze. As we geen vier spelers voor Tichu kunnen vinden, tenminste.
 
 
10. Hoogspanning (14 keer)
Zowel in 2010 als in 2011 speelde ik Hoogspanning meer dan twintig keer, en dan is het aantal van 14 keer nu wel een tegenvaller. Zeker omdat het in mijn persoonlijke top-3 van beste spellen staat. Er was bij Spelgroep Phoenix een vast groepje spelers dat wel te porren was voor een partijtje elektriciteit produceren, maar helaas komen die niet allemaal meer even vaak.
 
Ik hoop dat ik een aantal anderen kan interesseen voor dit spel, want het moet vaker op tafel komen. Ik heb niet voor niets alle kaarten aangeschaft. Ik ben trouwens nog steeds een keertje van plan om alle kaarten (het zijn er 16) achter elkaar te spelen, in een lange marathonzitting. Ik ben benieuwd of ik daar medespelers voor kan vinden...
 
 
11. Metropolis (13 keer)
Dit kaartspelletje dankt zijn plaats in deze lijst helemaal aan zijn korte speelduur. Er zijn niet veel spelletjes die je kan doen als je tien minuten overhebt aan het eind van een avond, of tussen twee spellen door. En natuurlijk is Metropolis ook gewoon een leuk spel, al is het misschien iets te geluksafhankelijk. Maar in een spel dat zo kort duurt, is dat makkelijk te accepteren.
 
 
Alle andere spellen speelde ik hooguit 8 keer. Een van de spellen die 8 keer op tafel kwamen wil ik wel even noemen: dat was 1830. Mijn voornemen voor 2012 was om meer 18xx-en te spelen, en dat is gelukt: in totaal heb ik 30 keer een 18xx gespeeld, waarvan 1830 en Steam over Holland het vaakst.
 
En dat brengt me bij mijn voornemens voor 2013, en dan vooral die op spellengebied (want dat ik dit jaar hoop twee marathons te gaan lopen, dat interesseert jullie natuurlijk niet). Op Boardgamegeek, Bordspelmania en spellenblogs zijn al heel wat goede voornemens te vinden, en een rode draad daarin is "minder": mensen willen minder spellen hebben en minder spellen kopen enzovoorts. Dat begrijp ik dus totaal niet: spellen spelen is de leukste hobby die er is, en daar horen spellen bij! Zelf ben ik dus van plan om vooral meer te doen: meer spellen spelen, met meer verschlllende tegenstanders, en meer leuke spellen kopen.
 
Concreet: laat ik eens proberen om in 2013 meer spellen te spelen dan ooit: meer dus dan de 748 uit 2009. Bovendien moeten daarvan meer dan 30 een 18xx zijn. Voor het kopen van spellen hoef ik geen getallen noemen, want dat worden er vanzelf meer dan ik vantevoren inplan...
 
Tot slot wil ik iedereen een voorspoedig en spellenrijk 2013 toewensen, en ik hoop dat ik met velen van jullie dit jaar aan een speltafel zal zitten. Gelukkig nieuwjaar allemaal.
 

maandag 31 december 2012

November 2012 (2)

En dit is de tweede helft van de nieuw gespeelde spellen. Hoewel dit de staart van de lijst is, zijn de eerste paar spellen van vandaag nog best aardig.
 
 
Skull & Roses
Een heel simpel bied- en blufspelletje, dat een beetje lijkt op het dobbelspel Bluff. Iedereen legt een aantal kaarten op tafel. Op de meeste kaarten staat een roos, maar iedere speler heeft ook een kaart met een schedel. En daarna gaan de spelers tegen elkaar opbieden hoeveel kaarten van zichzelf en van andere spelers ze in totaal kunnen omdraaien zonder tegen een schedel op te lopen. Als je toch een schedel opendraait, raak je een van je kaarten kwijt.
 
De regels zijn simpel, maar het is nog best lastig te spelen. Winnenkan alleen door de andere spelers te misleiden, en zelf de andere spelers goed in te schatten. Leuk café-spel, ook omdat de kaarten op bierviltjes lijken.
 
 
Family Fluxx
Een eenvoudige versie van Fluxx. Moet ik nog meer zeggen? Ideaal voor wie van Fluxx houdt, en het een keer wil spelen met kinderen of niet-spelers voor wie bijvoorbeeld de "X=X+1" kaart te moeilijk is. Niet geschikt voor Fluxx-haters.
 
 
Love Letter
Met slechts 16 kaarten is Love Letter een van de kleinste spellen die ik ooit gespeeld heb. En ook de regels van het spel zijn overzichtelijk: je begint met een kaart in je hand, en iedere beurt pak je er een bij en leg je er een af. Wie aan het eind de kaart met de hoogste rang in handen heeft, heeft gewonnen. Als er meerdere spelers het eind van het spel halen, tenminste. Want iedere kaart heeft een bijbehorende actie, die je moet uitvoeren als je hem aflegt. En die acties elimineren vaak andere spelers, of (als je niet oplet) jezelf.
 
Love Letter speelt snel en makkelijk, en is heel aardig. Maar het blijft een heel licht tussendoortje.
 
 
Old Town
Old Town is een iets oudere versie van Schinderhannes, een spel dat ik vorige maand voor het eerst speelde. En mijn oordeel is ook hetzelfde: een alleraardigst en goed gevonden spelconcept, maar in de praktijk valt het een beetje tegen.
 
 
Maharani
Tegeltjes pakken en aanleggen, en zo grote vlakken in een kleur proberen te maken; het spelidee van Magarani is zeker niet nieuw. De uitwerking is prima in orde, maar het blijft een spel van dertien in een dozijn.
 
 
Guildhall
In Guildhall is het de bedoeling om ambachtslieden in een aantal verschillende gildes te verzamelen. In je beurt kan je kaarten trekken, kaarten spelen om ambachtslieden toe te voegen aan je gildes, of een gilde activeren. Hoe groter je gilde is, des te sterker wordt de bijbehorende actie: denk aan extra kaarten pakken, of kaarten stelen van andere spelers. Heb je een gilde met vijf kaarten, dan kan je die inwisselen voor punten.
 
Guildhall is geen straf om te spelen, maar ontstijgt de middelmaat niet.
 
 
Spectaculum
De eigenaar van dit spel prees het aan met de woorden "Knizia's versie van een 18xx". Dat viel tegen. Het spel gaat over rondreizende circussen, waarin je aandelen mag kopen. In je beurt mag je dan ook een drietal circussen uitbreiden, waardoor de aandelenkoers stijgt of daalt.
 
Helaas blijkt Spectaculum qua spelplezier niet in de buurt te komen van een echte 18xx. De acties die je in een beurt mag nemen, zijn willekeurig, en het aantal aandeeltransacties dat je mag doen per beurt is te beperkt. Daardoor krijg je geen moment het gevoel dat je controle hebt over je aandelenpositie. Ook wordt volledig willekeurig bepaald welke circussen je mag uitbreiden. En zo hou je eigenlijk geen spel over.
 
 
Zombie Dice
Een dobbelspelletje, waarin het de bedoeling is om zoveel mogelijk breinen te eten zonder dat je neergeschoten wordt. Op de dobbelstenen staan schotwonden, breinen en voetstappen afgebeeld. Iedere keer gooi je met 3 dobbelstenen. Breinen en schotwonden leg je opzij, en dobbelstenen met voetstappen pak je op. Als je besluit verder te spelen, vul je je hand weer aan tot 3 dobbelstenen, en dan gooi je weer. Maar als je op enig moment 3 keer bent beschoten, dan ben je af, en scoor je geen punten deze beurt.
 
Kortom, een pretentieloos, dom spelletje waar ik niet warm voor kan worden. Nooit meer spelen.
 
 
Tokaido
Maar het kan altijd erger. Ook Tokaido is een dom, vrijwel inhoudsloos spel, maar zeker niet pretentieloos. Het zit in een grote doos, heeft de speelduur van een middelzwaar spel, en de vormgeving is prachtig (maar weinig functioneel). Het belooft dus veel goeds, waarna de teleurstelling over het spel zelf des te groter is.
 
In dit spel reizen alle spelers van punt A naar punt B. Die route is verdeeld in een stuk of vijftig stappen, met allemaal een bijbehorend actieveld. Iedere actie levert daarbij een paar punten op. De speler die achteraan staat op het spoor, mag zijn pion naar voren zetten. Daarbij mag je zelf weten hoe ver je reist, maar als je stappen overslaat, geef je andere spelers de kans om die overgeslagen velden te gebruiken, en zo een beurt meer te krijgen dan jijzelf. Daarom zet je vrijwel altijd je pion op het eerste vrije veld, en bevat het spel nauwelijks interessante beslissingen.
 
Dan speel ik nog liever Zombie Dice. Dat is een stuk korter, en je begint tenminste niet met de illusie dat er een goed spel op tafel ligt.
 
 
En zoals gewoonlijk eindig ik met mijn nieuw gespeelde uitbreidingen. Dze maand kan ik weinig zinnigs over deze uitbreidingen zeggen; beide zijn namelijk voor spellen die ik deze maand voor het eerst speelde, en die ik nog nooit zonder uitbreidingen heb gespeeld. Dan is het lastig beoordelen hoe ze het spel veranderen. Maar voor de volledigheid:
Escape: Illusions
Maharani promotegels