maandag 27 juni 2011

Tulipmania 1637

Scott Nicholson is een bekend bordrecensent, die een zekere beroemdheid heeft verworven met zijn enthousiaste video-recensies. (Zijn review van de 18xx-serie is een mooie toegankelijke introductie van het genre.) Dus toen hij een spel had ontworpen dat gedeeltelijk op 18xx gebaseerd was, en dat over een interessant onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis, was ik benieuwd naar het resultaat. Vorig jaar lag het spel in de aanbieding op Spiel, en afgelopen maand heb ik het eindelijk kunnen spelen.

Tulipmania 1637 gaat over de tulpengekte die in dat jaar in Nederland woedde. Speculanten dreven de prijzen van tulpenbollen torenhoog op, totdat opeens de markt in een paar dagen volledig instortte. In Tulipmania 1637 ben je een handelaar die probeert zoveel mogelijk geld te verdienen aan deze handel voordat de zeepbel barst.

Iedere speler begint met 1 tulp van elk van de 5 kleuren. De beginwaarde van iedere tulp is 50 gulden. Om de beurt moeten de spelers nu een van hun tulpen in de verkoop doen. De andere spelers bepalen nu tegelijk of ze deze tulp willen kopen. Als minstens een van hen de tulp wil hebben, betaalt deze de huidige prijs aan de verkoper, en daarna stijgt de prijs.

In plaats van een normale koopactie kunnen de spelers ook speculeren op latere koerswinst. Bij een speculatie-actie betaalt de koper meer dan de tulp waard is, maar dan stijgt de prijs meteen ook flink. Een tulp die 50 gulden waard is, stijgt bij een normale koop naar 75 gulden. Maar als de tulp verkocht wordt aan een speculant, dan betaalt deze 150 gulden, en stijgt de koers naar 250.

Aan het begin van het spel zijn de tulpen nog betaalbaar. Maar ze worden snel duurder, en na enkele beurten hebben de meeste spelers niet voldoende geld meer om de aangeboden tulpen zelf te betalen. In dat geval kunnen ze beroep doen op een aantal kopers in hun kennissenkring. Elke speler heeft een paar kaarten in de hand met kopers die geinteresseerd zijn in een bepaalde kleur tulp. Na het uitspelen van zo'n kaart wordt de aangeboden tulp gekocht door een externe koper; de prijs van de tulp wordt betaald door de bank, de tulp verdwijnt uit het spel, en de waarde van die tulp stijgt.

Op een gegeven moment zal een tulp een waarde bereiken van 3000 euro of meer. Dit is het sein dat de markt gaat instorten. De waarde van de tulp gaat nu in stappen zakken. Bij elke stap kan iedere speler een tulp verkopen tegen de huidige prijs: bijvoorbeeld eerst 3000 gulden, de volgende voor 2000, dan 750, 500, etc. Spelers die nog koperkaarten in hun hand hebben van de goede kleur, krijgen bij deze gedwongen verkoop voorrang. Wanneer de koers van alle 5 tulpen

Tulipmania 1637 onderscheidt zich van veel andere spellen doordat er een duidelijk verhaal in het spelverloop zit. Aan het begin gaat het spel eenvoudig voort: er is genoeg geld in het spel om te kopen wat je wilt. Maar al snel wordt het steeds moeilijker om tulpen te kopen, en alleen door gebruik te maken van je koperkaarten kan je uiteindelijk de prijs van een van de tulpen laten springen. Maar als de eerste tulp van het bord verdwenen is, zit er voldoende geld in het spel om de koersen van de andere tulpen ook tot grote hoogte te laten stijgen.

Het is een groot voordeel als je bij de eerste uitbetaling veel geld verdient; daarmee koop je daarna makkelijk veel van de aangeboden tulpen op. Het op het juiste moment inzetten van je koperkaarten is daarom cruciaal. Helaas begin je maar met 3 kaarten, en krijg je er in de loop van het spel slechts 3 bij.

Ik heb me goed vermaakt met Tulipmania 1637. Dit is een spel dat het niet moet hebben van complexe regels. Integendeel, de regels zijn snel uit te leggen. Toch heeft het spel een behoorlijke diepte, of althans, dat lijkt zo. Je hebt zelf je lot in handen, door het kiezen van de tulp die je verkoopt en van de tulpen die je van andere spelers koopt (en waarvan je zo de prijs laat stijgen). Daar moet ik bij aantekenen dat ik het spel nu nog niet doorgrond, en dat het mij dus nog niet duidelijk is hoeveel invloed de gekozen strategie heeft op je eindresultaat.

Tulipmania 1637 zal bij mij thuis nog wel een paar keer gespeeld worden. Dat zal dan waarschijnlijk met 5 spelers zijn. Met 3 of 4 spelers zitten niet alle tulpen in het spel, waardoor het spel te kort duurt. Met 5 spelers heb je ongeveer 45 minuten tot een uur nodig. Dat is te overzien, waardoor het spel leuk blijft, zelfs ook als het toeval uiteindelijk een grotere rol heeft dan ik op dit moment vermoed.

vrijdag 3 juni 2011

Mei 2011

In mei speelde ik 69 spellen, waaronder 8 keer Taipan, vroeger ook al vaak mijn meest gespeelde spel. Maar liefst 14 spellen waren er nieuw voor mij. Hieronder staan ze weer allemaal, met mijn spel van de maand voorop.

Container
Container is eigenlijk een heel eenvoudig spel. Er zijn niet veel regels, en tijdens een beurt heb je maar beperkte opties. Het gaat in dit spel dan ook niet om een handige manipulatie van het spelmateriaal, zoals bij veel andere spellen. Nee, het gaat om manipulatie van de tegenspeler.

Als je aan de beurt bent, mag je twee acties uitvoeren. Je mag bijvoorbeeld in je fabrieken goederen produceren; als je dit doet, bepaal je zelf de prijs die je graag voor deze goederen zou willen ontvangen. Je mag ook door andere spelers geproduceerde goederen kopen, tegen de door hun gestelde prijs; die goederen sla je dan op in je pakhuizen, en je bepaalt een nieuwe prijs (waarschijnlijk hoger dan wat je zelf voor de containers betaald hebt).

Iedere speler heeft ook een containerschip. Als actie kan je met je containerschip naar de haven van een andere speler varen en de goederen uit hun pakhuizen verschepen, natuurlijk na betaling. Met die containers vaar je tenslotte naar het centrale eiland. Daar worden ze geveild, waarbij iedere andere speler een blind bod mag uitbrengen. Je mag de lading dan verkopen aan de hoogste bieder, of zelf het hoogste bod betalen om de lading zelf te houden. Aan het eind zijn goederen op het eiland geld waard.

De kern van het spel is dus niet zo moeilijk. Goederen worden geproduceerd, verkocht, nog een keer verkocht, en tenslotte geveild. De kunst is ervoor te zorgen dat de andere spelers jouw goederen kopen. Dat probeer je voor elkaar te krijgen door de meest gewilde goederen te produceren of aan te kopen; door de prijs lager te houden dan die van de concurrenten; door veel goederen in de aanbieding te hebben zodat spelers acties kunnen besparen.

Uiteindelijk wint de speler die het beste zijn eigen spel af weet te stemmen op de behoeften van zijn medespelers en het gedrag van zijn tegenstanders het best in eigen voordeel weet te beïnvloeden.

Het spelmateriaal is zoals de regels: eenvoudig. De (naamloze) goederen worden voorgesteld door 5 kleuren containers, waarvan sommige erg op elkaar lijken. De schepen zijn groter dan je op grond van de foto's zou denken, en gemaakt van een keramisch soort plastic, dat ik niet eerder in een spel gezien heb.

Container is geen spel dat ik met iedereen zou willen spelen; onzorgvuldige uitgaven kunnen ervoor zorgen dat je halverwege het spel door je geld heen bent zonder mogelijkheden meer te verdienen. Erger nog, als iedereen veel geld uitgeeft aan fabrieken en pakhuizen, kan al het geld uit het spel verdwijnen, waarna het spel vastloopt.

Voor wie dat niet erg vindt, is Container een absolute aanrader. Voor mij is het een 9.


Taj Mahal
In het kader van mijn top-100 project (ik probeer zoveel mogelijk spellen uit de Spellengek Top-100 gespeeld te hebben) kwam Taj Mahal op tafel. Dit is een spel van Reiner Knizia uit de tijd dat hij nog goede zwaardere spellen ontwierp, in plaats van eenvoudige dobbel- en kaartspelletjes.

Dit spel wordt gespeeld in 12 ronden, overeenkomend met de 12 regio's op het bord. Een ronde bestaat uit een veiling, waarbij de spelers om de beurt een kaart met symbolen uitspelen. Er zijn 6 verschillende symbolen, dus eigenlijk zijn er 6 veilingen tegelijk. Het leuke van de veiling is dat elke speler zelf bepaalt wanneer de veiling voor hem is afgelopen; dan wordt gekeken van welke symbolen die speler de meerderheid heeft, zonder af te wachten of andere spelers nog kaarten bij gaan spelen.

Heb je een meerderheid, dan krijg je (afhankelijk van het symbool) een fiche dat punten oplevert, of een paleisje dat je op het bord mag zetten. In dat laatste geval krijg je punten als dat paleisje verbonden is met paleizen in andere regio's. Zo zijn er dus twee heel verschillende manieren om punten te verdienen, die je goed in balans moet houden.

Taj Mahal wordt terecht gezien als een van Knizia's beste spellen. Mijn eerste kennismaking smaakte in ieder geval naar meer; een 8,5 is het zeker waard.


Rattus
Europa wordt getroffen door de pest, en de spelers proberen hun eigen bevolking daartegen te beschermen.

Iedere beurt breng je een paar nieuwe blokjes op het bord, en een paar rattenfiches. Daarna mag je de Zwarte Dood (een grote zwarte pion) verplaatsen; komt deze terecht in een gebied waar zowel blokjes als ratten liggen, worden de rattenfiches omgedraaid. Liggen er voldoende blokjes in dat gebied, breekt de pest uit, en moeten een aantal blokjes verwijderd worden. Op het fiche staat wie er blokjes kwijtraakt.

In een beurt kan je ook extra acties doen. Er zijn 6 rollenkaarten; aan het begin van de beurt mag je er een pakken, en die houd je dan tot een andere speler 'm van je afpakt. Iedere kaart geeft een andere actie: zo kan je met de koopman een paar blokjes naar een aangrenzende regio verplaatsen, en met de heks twee rattenfiches bekijken en omwisselen. Maar iedere rol die je hebt, verhoogt de kans dat juist jouw blokjes worden verwijderd als de pest ergens uitbreekt.

Aan het eind van het spel wint de speler met de meeste blokjes op het bord. Dat is dan meestal geen gevolg van een lange-termijnstrategie. Rattus is vooral een spel van taktiek: iedere beurt kijk je wat de beste acties zijn om die beurt zoveel mogelijk blokjes van de tegenstander van het bord te gooien. Vooral met wat meer spelers is het lastig om je eigen blokjes te beschermen, dus daar moet je maar het beste van hopen.

Rattus is een redelijk licht, maar toch interessant spel, dat lekker snel speelt. Ik zou het een ruime 8 geven.


Hermagor
Middeleeuwse fantasy-stad, goederen kopen, rondreizen, goederen verkopen, ik heb het allemaal eerder gezien. Maar Hermagor is een aanwinst voor het genre.

Het spel bestaat uit een beperkt aantal ronden. Aan het begin van iedere ronde is er een marktfase, waarin de spelers kunnen proberen een aantal goederenfiches te bemachtigen. Dit is meteen het lastigste deel van het spel, want de goederen bepalen welke acties je in de rondreisfase kan nemen. Voor het verdelen van de goederen is een leuk mechanisme bedacht: alle spelers plaatsen 4 handelaren in de markt; daarna wordt voor ieder fiche bekeken welke handelaren eromheen staan. De speler met de meeste handelaren wint het fiche. Daarbij telt een handelaar die maar op 1 fiche aanspraak maakt, zwaarder mee dan een handelaar die tussen 4 fiches in staat.

Als alle goederen verdeeld zijn, krijgt iedereen een paar acties om rond te reizen. Daarbij mag je in bepaalde dorpen handelsposten stichten, maar natuurlijk alleen in die dorpen waar je goederen voor hebt. Voor het neerzetten van je handelsposten verdien je geld; ook de spelers die al in dat dorp staan krijgen 1 geld. Heb je handelsposten in alle dorpen rond een gebied, krijg je nog een bonus.

Ook aan het eind van het spel wordt nog geld verdeeld; wie dan het meeste geld heeft, heeft gewonnen. In eerste instantie zijn de verschillende manieren om geld te verdienen vrij onoverzichtelijk, maar als je iets langer bezig bent, gaat het spel leven. Dan wordt ook de marktfase erg spannend, omdat meerdere spelers op zoek gaan naar dezelfde goederen.

Hermagor duurde de eerste keer dat ik het speelde erg lang, maar dat kwam ook omdat je met zoveel factoren rekening moet houden. Ik heb me in ieder geval niet verveeld, maar hoop wel dat een tweede spel sneller zal gaan. Dan is dit spel voor mij zeker een 8 waard.


Bits
Deze opvolger van Fits gebruikt hetzelfde spelprincipe: er wordt een kaartje omgedraaid met een afbeelding van een speelstuk, en dan probeert iedere speler dat speelstuk op een zo voordelig mogelijke manier op zijn eigen speelbord te leggen. Daarbij worden (net als bij Fits) dezelfde regels gevolgd als bij het computerspel Tetris.

De speelstukken in Bits bestaan steeds uit twee gekleurde vierkantjes. Punten scoor je door bepaalde vormen te maken van één kleur. Andere vormen zijn minpunten waard. Aan het begin van ieder van de 4 ronden die het spel duurt komt er een score-regel bij.

Bits is een leuk spel, dat je aan iedereen uit kan leggen. Persoonlijk vind ik Fits iets leuker, omdat het spelverloop door de verschillende vormen van de speelstukken afwisselender is. Bovendien lijkt dat spel meer op Tetris. Toch krijgt Bits een ruime voldoende: een 7,5.


Mystery Express
Er is een moord gepleegd op de Orient Express. Voor de trein aankomt in Istanbul moeten de spelers erachter zien te komen wie de moord gepleegd heeft, hoe en waarom hij dat gedaan heeft, en waar en hoe laat het gebeurd is.

Voor ieder van deze vragen wordt het goede antwoord uit een stapel kaarten getrokken. Deze antwoorden worden tot het eind van het spel geheim gehouden, en de andere kaarten worden onder de spelers verdeeld. Helaas komt iedere mogelijke kaart twee keer voor, dus pas als je twee dezelfde kaarten gezien hebt, kan je een mogelijkheid elimineren. Iedere ronde worden er kaarten geruild en afgepakt, dus het is nog een hele klus om van alle kaarten bij te houden waar ze zitten, en welke je al gezien hebt.

De spelers bepalen trouwens zelf welke kaarten er geruild worden, en wanneer. In ieder van de 5 etappes van de reis krijgen de spelers namelijk een paar uur tijd. Die kunnen ze besteden voor acties: bijvoorbeeld kaarten bekijken van andere spelers, kaarten ruilen, kaarten doorgeven, enzovoorts. Een slim gebruik van  de acties verhoogt de kans aanzienlijk dat je de juiste oplossingen kan afleiden.

Mystery Express is duidelijk geinspireerd door Cluedo, maar wel een stuk leuker. Je hebt echt het idee dat je enige controle hebt over de aanwijzingen die je krijgt, maar ook over de aanwijzingen die je aan andere spelers laat zien. Dit is een van de betere deductiespellen: ik geef het een 7,5.


Bridge Troll
Dan zit je als trol onder een brug, en dan komen er gegoede burgers langs. Wat doe je? Eet je ze op of steel je al hun geld? Daar gaat het om in dit vlotte spelletje.

Iedere ronde worden er een aantal kaarten opengelegd. Elk van deze kaarten heeft twee waarden: een voedselwaarde en een hoeveelheid geld. Dan volgt er een blinde biedronde, waarin iedere speler een aantal "rotsblokken" (houten blokjes) biedt voor het voorrecht als eerste een kaart te mogen pakken. Je mag ook passen; in dat geval krijg je geen kaart, maar wel een groot aantal blokjes terug. In dat geval krijgt de hoogste bieder aan het eind van de ronde een extra kaart. Dat kan een nadeel zijn, want zijn kaarten met minpunten.

Als je een kaart wint, moet je die gelijk aan een kant van je brug leggen. Daarmee besluit je of je de persoon opeet, of dat je 'm laat gaan na betaling van een losgeld. Dat is een belangrijke beslissing, want je uiteindelijke score is die van de kant waar de minste punten hebt liggen. Zo wordt je gedwongen om beide kanten van de brug zo gelijk mogelijk te houden.

Bridge Troll is een aardig spelletje, dat zelfs met z'n zessen lekker snel speelt. Heel vernieuwend is het niet, maar het gaat snel genoeg dat dat niet stoort. Een 7.


Freibeuter
Dit is al een wat oudere titel. Het thema is piraterij in de Cariben, maar in wezen is dit een abstract spel. Met behulp van kaarten die een rij of een kolom van het bord aanwijzen mag je iedere ronde een piratenschip in een veld op het bord zetten. Je mag ook zonder een kaart uit te spelen een van jouw schepen op een scheepsfiche leggen.

Als alle vier de vakjes rond een scheepsfiche bezet zijn wordt dat fiche verwijderd. Als er een piratenschip op het fiche stond, krijgt de eigenaar van dat schip geld, maar daar moet hij een deel van betalen aan de omringende schepen. Zo zijn er twee manieren om geld te verdienen: direct door zelf schepen te kapen, en indirect door mee te helpen schepen te omsingelen.

Freibeuter is onbekend gebleven, en ik begrijp waarom. Het is geen topspel, en het spel verloopt zonder echte hoogtepunten of interessante gebeurtenissen. En toch heb ik me best aardig vermaakt. Een 7.


Wollie Bollie
Een eenvoudig dobbelspelletje, waarin je kaarten moet verzamelen door 3 dobbelstenen te gooien: eentje met 8 kanten, eentje met 10 en een met 12. Doet in de verte wel aan Regenwormen denken, maar in Wollie Bollie kan je geen kaarten van de andere spelers afpakken.

Wat wel nieuw is, zijn de biedrondes. De spelers proberen te voorspellen welk aantal ogen ze kunnen gooien. De speler met het hoogste bod mag als eerste dobbelen; als hij zijn bod haalt, mag hij als eerste de beste kaarten pakken.

Door de biedrondes is Wollie Bollie afwisselender dan vergelijkbare spellen. Maar het spel wordt er ook trager door. Ik geef de voorkeur aan de dobbelspelletjes van Reiner Knizia (Regenwormen, Sushibar, Risk Express), maar Wollie Bollie is geen slecht spel. Een 7.


Pergamon
Pergamon is een spel over archeologie: het opgraven en tentoonstellen van oude voorwerpen.De belangrijkste keuze die je iedere ronde moet maken zit aan het begin: hoeveel subsidie wil je ontvangen om opgravingen te doen. Als je veel geld wil verdienen, ben je als laatste aan de beurt. Als je genoegen neemt met weinig of helemaal geen geld, dan mag je als eerste kiezen welke kostbaarheden je verwerft.

Die kostbaarheden komen trouwens allemaal in twee stukken uit de grond, en op ieder tegeltje staan twee stukken van verschillende voorwerpen. Je hebt dus altijd 2 tegeltjes nodig om een voorwerp te maken, 3 tegeltjes voor 2 voorwerpen, enzovoorts.

Als je voldoende tegeltjes hebt verzameld voor een mooie collectie voorwerpen, kan je er een tentoonstelling van maken. Daar trek je bezoekers mee, zowel direct als bij een van de tussentijdse tellingen. Wie aan het eind van het spel de meeste bezoekers heeft gehad, wint.

Pergamon is een mooi vormgegeven spel, dat echter net iets te weinig inhoud heeft. Er is eigenlijk maar 1 belangrijke beslissing per ronde: de beurtvolgorde. Daarna ligt het iets te veel voor de hand wat je in je beurt moet doen. Ik vind het geen vervelend spel om te spelen, maar zal het zelf nooit voorstellen. Mijn cijfer: een 6,5.


The Resistance
In The Resistance zijn de meeste spelers lid van het verzet. Zij proberen gezamenlijk vijf opdrachten te vervullen; als daarvan de meerderheid lukt, winnen zij het spel. Voor iedere opdracht wijst de spelleider (deze rol wisselt voor iedere ronde) een paar spelers aan. Zij spelen vervolgens ieder een kaart om aan te geven of zij hun best gaan doen om de missie te doen slagen, of dat ze de boel gaan saboteren. Is er ook maar een speler die saboteert, mislukt de opdracht; anders slaagt deze.

Dat klinkt simpel, maar dat is het niet. Enkele van de spelers zijn namelijk infiltranten, en zij hebben er belang bij dat de opdrachten mislukken. Maar de identiteit van deze spionnen is niet bekend, behalve bij de spionnen zelf. Net zoals bij Weerwolven, dus.

In de paar spellen die ik tot nu toe gespeeld heb, blijkt het erg moeilijk te zijn geweest om de spionnen tegen te houden. Het lijkt erop dat de verzetsleden nooit op tijd voldoende informatie kunnen verzamelen om de echte verzetsleden te identificeren. Maar misschien verandert dat nog als ik het spel vaker speel.

Voorlopig geef ik The Resistance een 6, maar het is goed denkbaar dat dit cijfer erg gaat stijgen als ik het nog een paar keer speel. Als het spel goed werkt, zou het een goede vervanging zijn voor als er niet voldoende spelers zijn voor Weerwolven.


Norenberc
Koop goederen, ruil ze in tegen bonustegels of verkoop ze in een latere ronde tegen een hogere prijs, en ontvang beloningen voor meerderheden. Dat is kort gezegd de inhoud van dit spel.

Helaas is Norenberc niet zo simpel als deze korte samenvatting doet denken. Het bevat een groot aantal regeltjes, met een bijpassende hoeveelheid uitzonderingen, waardoor het spel totaal niet soepel loopt. Natuurlijk heeft de uitgever aan speloverzichten gedacht, maar deze helaas niet bij het spel toegevoegd. Zo blijf je gedurende het hele spel continu vragen, wat gebeurde er nu ook al weer.

Het spelverloop zelf rechtvaardigt al die regels niet. Er zit geen enkele opwinding in, en daardoor gaat het spel erg traag. Dit is geen spel voor mij; ik vind het niet meer dan een 5 waard. De verschillende houten figuurtjes (bier, laarzen, taartjes, enzovoorts) zijn wel heel leuk.


Spookslot
Aan dit kinderspel wil ik niet al te lang uitweiden. Dagmar heeft al laten zien hoe mooi het speelbord eruit ziet. Het spel zelf is een stuk minder: in het hele spel kan je een keer een beslissing nemen, of je een stuk van de route af durft te snijden. Verder bepaalt de dobbelsteen de winnaar. Vooruit, een 4, want voor een keertje is het best leuk om met het bord te spelen.


My First Triominos
Dit was een van mijn aankopen op Koninginnendag. Triominos heb ik veel gespeeld. Deze junior-versie heb ik daarom voor een habbekrats gekocht om aan mijn kleine nichtje te geven.

Zelf heb ik het ook een keer uitgeprobeerd. Helaas valt het spel erg tegen, en is het voor de oudere spelers niet echt de moeite waard. Het originele Triominos is al behoorlijk geluksafhankelijk. Dat is bij My First Triominos nog meer het geval door het kleine aantal tegeltjes.

Deze doos kan nu de kast in. Over 3 jaar, als mijn nichtje oud genoeg is, zal ik het met plezier nog een keer proberen. Maar als spel voor volwassen spelers verdient het niet meer dan een 2.

maandag 16 mei 2011

Spellengek top 100

Vanavond heeft Peter Hein de bovenste 10 spellen  van de Top-100 2011 op Spellengek geplaatst. Daarmee is de Top-100 compleet, en kan ik de smaak van de gemiddelde Nederlander en Vlaming vergelijken met die van mij. Hebben jullie de beste spellen eruit weten te halen?

Dit was de top-20 die ik aan Peter Hein gestuurd heb. Tussen haakjes staat de positie in de Top-100.

1. Hoogspanning (2)
2. 1830 (-)
Voor liefhebbers van de stevige kost. De 18xx-spellen hebben ingewikkelde regels, maar als iedereen die kent, is het spelen een top-ervaring. 1830 is een 18xx waarbij de overwinning het meest afhangt van het bedenken en uitvoeren van een goede langetermijnstrategie.
3. Taipan (29)
4. Agricola (3)
5. Ra (22)
6. Dominion (4)
7. Go (93)
8. Le Havre (16)
9. Factory Fun (-)
Puzzelen! [Ik had dit commentaar met opzet kort gehouden, wetende dat Peter Hein dit spel nooit in de Top-100 toe zou laten.]
10. Bausack (-)
Door velen onterecht als een behendigheidsspel gezien. Is in werkelijkheid een puur veilingspel. Dat ik vrijwel onverslaanbaar ben, speelt in mijn waardering natuurlijk wel een beetje een rol.

11 t/m 20. Baltimore&Ohio (-), Boonanza (13), Diamant (-), Dixit (26), Glory to Rome (-), Intrige (-), Pandemie (5), Race for the Galaxy (14), Stef Stuntpiloot (-), Het Koopmanshuis Die Speicherstadt (-)

Voor mijn overige commentaar kan je terecht op Spellengek, want Peter Hein heeft rijkelijk uit mijn bijdrage geciteerd.

Tot mijn spijt hebben dus 3 van de spellen in mijn top-10 de Top-100 niet gehaald. Van mijn top-20 is zelfs bijna de helft niet uitverkoren. Maar mijn andere spellen staan vrijwel zonder uitzondering ergens bovenin de Spellengek-lijst.

Van alle 100 spellen in de Top-100 heb ik er 34 in bezit en 80 gespeeld. De andere 20 spellen ga ik proberen om het komende jaar op tafel te krijgen. Hieronder als geheugensteuntje voor mezelf een lijstje van de spellen:
  • Reef Encounter (60) heb ik zelf, al sinds Essen 2009. Dit spel zal zeker lukken om te spelen.
  • Tikal (17), Genoa (46), Hanze (55), Ticket to Ride Nordic Countries (57), Taj Mahal (61), Wikinger (67), Santiago (77), Torres (80), Through the Ages (84) en Chinatown (89) zijn klassiekers die waarschijnlijk geen enkel probleem zullen zijn.
  • Troyes (44), Noremberc (70), Brug naar de Hemel (76) en London (91) zijn nog vrij nieuw. Ik heb nog geen gelegenheid gehad ze te spelen maar dat komt nog wel. London wordt geregeld gespeeld bij Spelgroep Phoenix, en daar zal ik eens bij aanschuiven.
  • Memoir '44 (23), Jambo (62), Jaipur (72) en Mr. Jack (73) zijn 2-persoonsspellen, en die speel ik niet vaak. Hier zal ik moeite voor moeten doen.
  • Twilight Struggle (86) tenslotte is een 2-persoonsspel in een genre (oorlogsspel) dat ik helemaal niet speel. Ook is het behoorlijk lang. Vermoedelijk zal dit spel mijn grootste struikelblok zijn het komende jaar.

zondag 1 mei 2011

April 2011

In april kwam 63 keer een spel op tafel. Twintig keer betrof dat Dominion; de duidelijke koploper, want Glory to Rome speelde ik slechts 6 keer.

Hieronder staan alle spellen die ik in april voor het eerst gespeeld heb, met zoals gewoonlijk de beste weer voorop.


1860
Jawel, het is alweer een 18xx. Dit keer gaat het om de aanleg van een spoornetwerk op het Isle of Wight. Dit Zuid-Engelse eiland is slechts twee keer zo groot als Texel, maar heeft toch een rijke spoorweggeschiedenis. En die wordt redelijk natuurgetrouw nagespeeld in 1860.

In 1860 kan je aandelen kopen in een van de acht spoorwegmaatschappijen die ooit op Wight gereden hebben. Na iedere aandelenronde krijgen de maatschappijen de kans om hun spoorwegnetwerk uit te breiden. Dit wordt, zoals in alle 18xx-spellen, uitgevoerd door de grootaandeelhouder, die als directeur van het bedrijf alle beslissingen neemt.

Anders dan in de meeste andere spellen in dit genre is het in 1860 niet mogelijk om bedrijven op andere spelers te dumpen. Er is namelijk geen vereiste dat ieder bedrijf in handen van een speler moet zijn. En dat is maar goed ook. De trainrush in 1860 gaat namelijk erg snel: er zijn maar weinig treinen beschikbaar, en daardoor verouderen ze erg snel. Het is goed mogelijk dat een bedrijf een trein van level 5 koopt, die voor de volgende beurt van dat bedrijf al verroest is.

De hoge frequentie waarmee bedrijven onrendabel worden en zelfs failliet gaan geeft 1860 een heel eigen identiteit. Het spel duurt ook niet onmogelijk lang: we waren in ons eerste spel in 6 uur klaar. En omdat je vanaf een bepaald moment niets meer aan je netwerk mag veranderen, gaan de laatste ronden snel voorbij. Dat is in sommige andere 18xx-en wel anders. Ook omdat 1860 goed met 3 spelers te spelen is, en naar verluidt zelfs met 2 (ik heb het nog niet geprobeerd), heeft het een streepje voor. Helaas zijn liefhebbers van het langere treinenspel nog redelijk zeldzaam. Voor wat betreft 1860 is dat in ieder geval ten onrechte.

Crokinole
Wie PitchCar al eens gespeeld hebt, die kent het basisprincipe van Crokinole al: het schieten van ronde houten schijfjes over een glad speelbord. Bij Crokinole is het de bedoeling om je schijven vanaf de rand van het bord zo dicht mogelijk bij het midden te krijgen. Valt er een steen in het gat in het midden, dan levert dat meteen 20 punten op. Verder worden er punten gescoord aan het einde van een ronde.

Dat betekent dat je de tegenstander nog goed dwars kan zitten nadat ze een steen in de buurt van het gat hebben geschoten. Je kan namelijk die steen nog van het bord schieten. Sterker nog, als je een steen schiet en er liggen nog stenen van de tegenstander op het bord, den ben je verplicht er een te raken, anders wordt je steen van het bord verwijderd.

Crokinole is een heel interactief spel. Ik heb de variant gespeeld waarin je met 2 tegen 2 speelt; ieder krijgt dan 6 stenen. Daarmee duurt een ronde lang genoeg dat een vroeg succes nog makkelijk gecompenseerd kan worden door de tegenstanders. Het schieten van de stenen is nog lastiger dan je denkt, en het helpt dus erg om dit spel regelmatig te spelen. En daar is Crokinole ook leuk genoeg voor. Probeer het dus eens, als je iemand met een bord kent. Zelf een bord kopen kan wel heel prijzig zijn: de beste Crokinole-borden uit Canada kosten enkele honderden dollars.

Tricoda
Bijzonder aardig deductiespel. Je krijgt drie tegeltjes, die iedereen kan zien behalve jij. Om de beurt trekt iedere speler een kaartje met daarop een vraag over alle voor hem zichtbare tegels. Dat levert dan informatie op over je eigen tegeltjes, en zo kom je er langzaam achter welke tegeltjes er op jouw standaard staan. Als je het zeker weet (of wil gokken), dan mag je het zeggen. Drie keer goed raden is voldoende om het spel te winnen.

Als je dit voor de eerste keer speelt, is het erg onduidelijk hoe je in vredesnaam ooit genoeg informatie kan hebben. In de loop van het spel blijkt dan dat de antwoorden die je krijgt meer dan voldoende zijn, als je de afgeleide informatie maar goed en duidelijk kan noteren.

Tricoda is een heruitgave van een ouder spel, Code 777. En dat deze klassieker weer op de planken van de spellenwinkels staat is volledig terecht.

Eurorails
Nog een treinenspel, maar dan wel een stuk simpeler dan 1860. Eurorails is een spel in de "crayon games" serie: met waskrijtjes, dus. Met die waskrijtjes maakt iedere speler een eigen netwerk op een grote kaart van (in dit geval) Europa.

Iedere speler heeft drie kaarten, met elk drie opdrachten, in de vorm van "bloemen naar Berlijn, voor 10 miljoen". Dan moet je met je trein naar Holland, waar het symbool "bloemen" afgebeeld staat; daar een bloemenfiche inladen, en deze vervolgens in Berlijn uitladen. Die kaart lever je dan in voor 10 miljoen euro, en dan krijg je een nieuwe. Zo simpel is het.

Iedere trein kan 2 goederen tegelijk vervoeren, en als je twee opdrachten hebt die vrijwel over hetzelfde traject gaan, dan heb je daar enorm voordeel van, vooral aan het begin van het spel. Als je aan het begin namelijk snel veel geld verdiend, kan je je trein snel opwaarderen naar een snellere en grotere, waardoor je nog sneller je opdrachten kan vervullen. De toevalsfactor is dus sterk aanwezig. Ook zitten er in de stapel opdrachtkaarten een aantal gebeurteniskaarten, die (volledig willekeurig) spelers beurten, geld en ladingen kunnen kosten.

Ondanks de grote rol die geluk speelt, vind ik Eurorails toch erg leuk. Grotendeels is dat waarschijnlijk gewoon omdat ik van treintjes houd. Je hebt echt het gevoel dat je je eigen bedrijfje aan het opbouwen bent. Wegens de vrij lange speelduur (3 uur minstens) en lage interactieniveau durf ik Eurorails niet aan iedereen aan te bevelen. Maar als je graag met treintjes speelt, moet je dit toch een keertje proberen.

Aloha
Ik ben een fan van Corné van Moorsel. Veel van zijn spellen worden gekenmerkt door eenvoudige spelregels, behoorlijk wat strategische diepte, en een beheersbare hoeveelheid chaos. Niet iedereen denkt er zo over; veel van zijn spellen krijgen op BoardGameGeek slechts een middelmatige waardering.

Aloha is zo een spel dat niet goed scoort. Maar ik vond het zeker de moeite waard. In iedere beurt draai je tegels aan, en legt die zo mogelijk aan op een van tevoren gekozen plaats. Lukt dat, dan mag je een krokodil strandstoel op de nieuwe tegel plaatsen. Lukt het niet, dan ben je alle strandstoelen die je deze beurt neergezet hebt, kwijt. Een aardige kruising van Carcassonne en Can't Stop.

Wij hebben Aloha met 2 personen gespeeld; mogelijk is het met meer spelers wat te toevalsafhankelijk. Maar met 2 is dit precies goed.

Automobile
Het bouwen van auto's blijkt in dit spel een hachelijke onderneming. Alle spelers zijn fabrikanten, en en als de productie hoger is dan de vraag, dan blijven ze met verlies zitten. Maar als de spelers de vraag hebben onderschat, dan verdienen ze niet voldoende geld.

Dit is een veelbelovend uitgangspunt, maar het proces komt in Automobile niet erg goed uit de verf. De regels zijn complex, maar de beslissingen die je moet nemen tijdens het spel blijven erg beperkt. Of je vervolgens geld verdient of verliest hangt dan erg van het toeval af, omdat de vraag naar auto's vrij willekeurig bepaald wordt.

De grafische vormgeving van Automobile mag vooral niet onvermeld blijven. De sepia tinten van het bord geven het spel precies de goede sfeer: die van de zwart-witte beginjaren van de 20e eeuw. Helaas is er niet voldoende aandacht besteed aan functionaliteit. Dit is vooral te zien aan de tegeltjes met de verschillende automakers, die ieder een andere eigenschap hebben. Zoals je op de bijgaande foto kan zien, bevatten de tegeltjes echter geen enkele geheugensteun over de bijbehorende eigenschap.

Ook andere design-beslissingen zijn niet goed doordacht. Zo had ik het hele spel problemen met het onderscheiden van auto's in de middenklasse en die in de goedkoopste klasse. Waarschijnlijk is dit omdat de verschillende prijsklassen worden aangeduid met goud-, zilver-, en bronskleurige vakken, waarbij de logische volgorde van zilver en brons is omgedraaid.

Helaas is Automobile door dit soort details lastig op te pikken. (Dat komt ook door het ontbreken van speelhulpjes en spelsamenvattingen. Die zouden standaard moeten zijn in een spel met zoveel verschillende fases.) Voor mij is het teveel moeite met te weinig beloning; het spel heeft voor mij te weinig inhoud om de aanzienlijke leercurve te compenseren.

Mag Blast
Met jouw ruimtescheepjes probeer je de vloot van de andere spelers uit te schakelen, als je tenminste de goede kaarten trekt. Dat laatste zegt het al, de geluksfactor is wel erg hoog. Als niemand echt goede kaarten trekt, dan kan het spel lang duren; de enige oplossing is dan om met z'n allen op dezelfde persoon te schieten, tot 'ie eruit ligt. Niet echt mijn type spel.

Leuk bedacht is de regel om te bepalen of een schot raak is. Als je tijdens het spelen van een kaart geen bijbehorend geluid maakt, is het schot mis. Door deze regel wordt het een heel melig spel, als iedereen tenminste de moeite wil nemen om creatieve geluidseffecten te bedenken. Helaas zagen mijn tegenspelers hier de lol niet zo van in.

Chicken Chase
Probeer zo snel mogelijk met 2 kippen bovenop de hooiberg te klimmen. Dat is het simpele idee achter dit spel. De uitwerking is wat ingewikkelder.

Als je aan de beurt bent, probeer je eerst kaarten te verzamelen. Dat doe je door 3 dobbelstenen te gooien, en daarna kuikens neer te zetten bij de getallen die je gegooid hebt. Daarbij mag je meerdere dobbelstenen combineren. Bijvoorbeeld, als je 1, 4 en 5 gooit, dan mag je 3 kuikens neerzetten (op 1, 4 en 5), maar ook 2 (op 4 en 1+5=6, of op 5 en 1+4=5), of 1 kuiken op 10. Als je ergens je derde kuiken neerzet, dan krijg je de bijbehorende kaart, en worden alle kuikens bij dat getal verwijderd, ook die van je tegenstanders. De kaarten die bij de hogere getallen liggen, zijn natuurlijk meestal meer waard dan die bij de lage getallen.

Daarna mag je een kaart uitspelen, en een van je kippen naar boven zetten. Komt je kip daarbij op een plaats waar al een kip staat, dan valt die kip naar beneden naar het eerste lege vakje.

Chicken Chase is een kinderspel, dus misschien ben ik niet de aangewezen persoon om het te beoordelen. Ik vond het in ieder geval geen geslaagd spel; het was erg chaotisch, en duurde (door de vele manieren om elkaar dwars te zitten) erg lang. Misschien dat kinderen de chaos wel kunnen waarderen, maar de regels zijn voor jonge kinderen wel erg complex, en er zijn heel gemene zetten mogelijk, dus ik zou het voor jonge kinderen niet aanraden.

Pipeline
Een prachtig spel, met plastic pijpleidingen in vier felle neon-kleuren. Helaas valt het als spel erg tegen. Met je pijpleidingen moet je de ene kant van het bord met de andere verbinden. Iedere beurt gooi je een dobbelsteen, die bepaalt welk stuk pijp je aan je bouwwerk mag toevoegen. Meestal is dat niet het stuk dat je wil, en dat zorgt (theoretisch) voor hilariteit. In de praktijk is het vooral erg frustrerend.

In principe is het mogelijk om andere spelers te blokkeren. Maar dat kan meestal alleen door een zet te doen die je zelf niets verder helpt, en dus profiteren de andere spelers daar het meeste van. Voor mij is dit geen blijvertje.

zaterdag 30 april 2011

Koninginnedag 2011

Het is Koninginnedag, en dus hebben ook in Den Haag veel mensen hun overbodige spullen op een kleedje op straat gezet. Ik ben vandaag 8 vrijmarkten afgeweest, en dit is mijn oogst:

Dat is dus: Cartagena, The Lord of the Rings: The Two Towers - het kaartspel, Bedriegers Bedrogen, Halli Galli (met de bel), ongeveer 200 Magic-kaarten (en twee kwartjes, die ook in deze doosjes zaten), My first Triominos, en 4 Yahtzee Juniors.

Verder heb ik onder andere gezien (en laten liggen): Stephensons Rocket, Kolonisten van Catan, Carcassonne, Genius, Boonanza, Elfenland, en nog 4 Yahtzee Juniors.

zaterdag 23 april 2011

Spoiler Alert! Volledige kaartenset uitgelekt!

De hele spellenwereld heeft het erover (zo lijkt het althans): de volledige kaartenset is nu al bekend. En dan heb ik het niet over Magic the Gathering, waarvan de nieuwe editie ook drie weken voor de officiële release op straat ligt. Nee, als je de auteur van dit blog een beetje kent, dan weet je dat het gaat over Dominion: Cornucopia.

Op het blog van Dale Yu, een van de ontwikkelaars van Dominion, zijn scans van alle kaarten verschenen. (Als je doorscrollt naar de opmerkingen, dan kan je de teksten zonder hoofdpijn lezen.) Zoals al eerder bekend was, beloont deze uitbreiding vooral diversiteit. Het verzamelen van veel verschillende soorten kaarten levert allerlei voordelen op.

Neem nu bijvoorbeeld eens deze kaart:
Menagerie: actie, kost 3
+1 actie
Laat je hand zien.
Als alle kaarten in je hand verschillend zijn, +3 kaarten.
Anders: +1 kaart.
Behalve dat de Menagerie een gespreid aankoopbeleid aanmoedigt, is het ook een mooie verdediging tegen aanvalskaarten als de Militie en de Vliegende Hollander. Je kan dubbele kaarten dan afleggen voordat je aan de beurt bent, zodat deze aanvallen je eerder helpen dan hinderen.

Natuurlijk zit er ook in deze uitbreiding een overwinningskaart, met een nogal voor de hand liggende waarde:
Kermis: overwinningskaart, kost 6
2 punten voor iedere 5 verschillende kaarten in je stapel (afgerond naar beneden).
Als je de promo-kaart Zwarte Markt nog niet had, dan is de Kermis alleen al een goede reden om daar $5 voor uit te geven... (De naam "Fairgrounds" slaat trouwens meer op een terrein voor een landbouwbeurs dan een kermis, maar ik wist even geen betere vertaling. De officiële vertaler van 999 Games zal er ongetwijfeld weer iets leuks van maken.)

Als ik alle kaarten van Cornucopia bekijk, dan valt deze uitbreiding toch een beetje tegen. De meeste kaarten lijken me een beetje gekunsteld: complex, maar niet echt heel interessant. Terwijl er zowel in Alchemy als in Prosperity meerdere spectaculaire kaarten zaten, heeft Cornucopia slechts 1 kaart waar ik echt enthousiast over ben:
Tournooi: actie, kost 4
+1 actie
Iedere speler mag een Provincie uit zijn hand tonen. Als jij dat doet, leg deze af en neem een prijs of een Hertogdom, en leg deze op je trekstapel. Als geen andere speler dit doet: +1 kaart, +1 geld.
Dat is geen slechte kaart! Er zijn 5 kaarten die je met dit tournooi kan winnen, en die zijn allemaal de moeite waard. Zo is de Zak met Goud een actiekaart die je iedere keer een Goud geeft, en de Diadeem is een geldkaart die ongebruikte acties in geld omzet.

Natuurlijk ga ik Cornucopia wel meteen kopen zodra ik 'm tegenkom. Zelfs als het waardeloze kaarten zouden zijn zou ik het niet erg vinden om wat extra geld naar de ontwerpers van Dominion te sturen, als beloning voor de al meer dan 250 keer dat ik dit spel gespeeld heb. En tot nu toe ben ik nog niet teleurgesteld door een Dominion-uitbreiding, dus ik vertrouw erop dat Donald X. Vaccarino mij ook dit keer weer aangenaam zal verrassen.

Cornucopia komt ergens in mei beschikbaar voor het grote publiek. Als je Dominion liever in het Nederlands speelt, haast je dan nu naar de winkel voor Welvaart (de vertaling van Prosperity); Cornucopia zal nog wel een paar maanden op zich laten wachten. Wil je nu al met de nieuwe kaarten spelen, dan kan dat vanaf vandaag online op de Isotropic Dominion server.

vrijdag 1 april 2011

Maart 2011

Afgelopen maand heb ik zo'n 50 keer een spel gespeeld. Wat dat betreft was het een heel gemiddelde maand. Het meest gespeelde spel was gelijk mijn beste nieuwe spel, en kwam maar liefst 17 keer op tafel. Daarmee liet het klassiekers als Taipan en Dominion ver achter zich.

Zes spellen heb ik in maart voor het eerst gespeeld. Er zaten deze maand geen echt slechte spellen bij, maar er zat wel verschil tussen. Hieronder staan ze allemaal, in aflopende volgorde van hoe ze mij bevallen zijn.


Glory to Rome
Een leuk maar chaotisch kaartspel in de traditie van Puerto Rico en Race for the Galaxy.

Een uitgebreide bespreking is in voorbereiding, dus die kan je binnenkort hier verwachten. Ondertussen kan je al wat over Glory to Rome lezen op Spellengek.


Vroeger of Later
Wat was eerder: de oprichting van de VARA, of Zwarte Donderdag? En kwam de Bataafse Republiek voor of na de Bataafse Opstand? In het spel Vroeger of Later moet je dit soort vragen beantwoorden.

Aan het begin van het spel krijg je 9 kaarten met historische gebeurtenissen, die je op de juiste volgorde moet toevoegen aan de rij kaarten in het midden van de tafel. Als je denkt dat een vorige speler een fout heeft gemaakt, dan draai je alle kaarten om, en krijgt de vorige speler een paar strafkaarten. Tenzij de tijdlijn correct was, natuurlijk; dan krijg jij er kaarten bij. Wie als eerste zijn kaarten kwijt is, heeft gewonnen.

Ik heb mijzelf heel goed vermaakt met Vroeger of Later. Er zitten zo'n 300 kaarten in het spel van verschillende moeilijkheidsgraden, en niemand zal alle gebeurtenissen kennen. Het best vond ik dit spel met twee personen, en dan vooral omdat mijn tegenspeler ongeveer evenveel van geschiedenis wist als ik. Er is ook ruimte om te bluffen; als je denkt dat je tegenstander een bepaalde kaart van jou niet weet te plaatsen, kan je 'm opzettelijk verkeerd neerleggen, om in je volgende beurt de kaarten om te draaien.

Vroeger of Later is al een wat ouder spel, dat ik onlangs voor een prikje in een kringloopwinkel heb gekocht. Jammer genoeg is het in Nederland niet zo'n groot succes als in het Duitse taalgebied. Daar zijn al meer dan 20 kaartensets verschenen in de Anno Domini serie.


Dvonn
Het vierde spel van de GIPF-serie lijkt sterk op de andere spellen die ik uit die serie heb gespeeld. Dvonn is dus een abstract, mooi uitgevoerd spel voor twee spelers. Met je eigen stenen kan je op andere stenen springen, en zo torens maken. Dat beperkt echter je bewegingsmogelijkheden. Iedere steen moet verbonden blijven met een van de drie speciale DVONN-stenen. Als geen van de twee spelers meer kan bewegen, is het spel afgelopen, en wint de speler met de grootste torens.

Dvonn is een goed spel. Ik had het al eens op internet gedaan (Dvonn is op BrettSpielWelt te vinden), maar in het echt lijkt het nog wel intenser.


Biblios
Mijn verwachtingen over Biblios waren hoog gespannen. Ik had goede verhalen gehoord over dit spel, maar het viel me wat tegen. Het is wel een aardig spelletje, maar niet zo bijzonder als de hype op BoardGameGeek wel deed denken.

In de eerste helft van het spel worden de kaarten verdeeld. Als je aan de beurt bent, trek je één voor één een aantal kaarten. Van iedere kaart moet je meteen bepalen wat je ermee doet, zonder de volgende kaarten te bekijken. Je mag een van de kaarten zelf houden, iedere tegenstander krijgt ook een kaart, en de laatste gaat op de aflegstapel.

De tweede helft van het spel bestaat uit een veiling van alle afgelegde kaarten. Aan het eind van het spel krijgt iedereen met de meerderheid in een van de vijf kleuren kaarten een aantal punten; de meeste punten winnen het spel.

Het verdelen van de kaarten is heel goed bedacht; dat vond ik al toen ik het jaren geleden voor het eerst tegenkwam in De Veilingmeesters van Amsterdam. De rest van het spel is wel heel erg doorsnee. Gelukkig duurt het maar een minuut of 20, dus is het prima geschikt als vlug tussendoortje.


Phoenicia
Het opbouwen van een beschaving gebeurt in Phoenicia helemaal door het kopen van kaartjes. Ieder kaartje verhoogt het inkomen dat je elke ronde krijgt, en geeft een aantal overwinningspunten. Daarnaast geven sommige kaartjes andere voordelen, zoals een grotere opslag voor je geld, of een korting bij de aankoop van latere kaarten. En dat is het.

Hoewel Phoenicia eruit ziet als een stevig bordspel, is het in werkelijkheid een behoorlijk licht kaartspel. Het zit wel goed in elkaar, natuurlijk—wat verwacht je anders van de maker van Race for the Galaxy. Maar het wordt nooit opwindend.


Elfenland+Elfengold
Elfenland is al een ouder spel, winnaar van de Spiel des Jahres 1998. Ik had het echter nog nooit gespeeld. Deze maand is het er toch van gekomen, en wel met de (tegenwoordig lastig te vinden) uitbreiding Elfengold.

Gedurende 6 rondes probeer je alle steden op het bord langs te gaan. Hiervoor heb je kaarten nodig met vervoermiddelen erop. Maar als je een kaart uit wil spelen, moet op de bijbehorende route wel een fiche met hetzelfde vervoermiddel liggen. Die fiches worden geveild (de veilingen zijn de grootste toevoeging van Elfengold, want in het basisspel worden ze gewoon verdeeld) en daarna op het bord geplaats; met een beetje geluk kan je gebruikmaken van de fiches die iemand anders heeft neergelegd.

Elfenland was wel aardig, maar duurde wel erg lang voor zo'n licht spel met zo'n hoge toevalsfactor. Ik zou het graag nog eens met minder spelers willen proberen. Over de uitbreiding Elfengold waren de meningen verdeeld. Mijn medespelers die Elfenland al kenden waren niet lovend; zoveel zou het niet toevoegen, anders dan de langere speelduur. Zelf ben ik enthousiaster over Elfengold; of beter gezegd, ik ben bang dat ik Elfenland zonder deze uitbreiding wel een heel licht spel zou vinden.