zondag 30 januari 2011

Drie goedkope spellen


Goede spellen zijn vaak duur. Maar het is goed mogelijk om een mooie verzameling op te bouwen met een klein budget. Natuurlijk moet je je nieuwe spellen dan niet op Essen kopen, maar in de goedkope winkels hier in Nederland.

Voorbeeld 1. Vlak voor oud en nieuw bezocht ik voor de eerste keer een nieuwe kringloopwinkel in een naburige gemeente. Het was een mooie, ruim opgezette winkel, met een redelijke speelgoedhoek. Veel pluche dieren, maar helaas niet zo heel veel spellen. De spellen die er lagen waren ook niet heel bijzonder: bingo, een paar reclame-spellen, een paar kaartspellen. En Pandemie! Daar had ik in eerste instantie overheen gekeken, maar in dit soort zaken loont het om alle spellen een voor een te checken. De vraagprijs was 3,95 euro; erg hoog in vergelijking met spellen in andere kringloopwinkels, maar voor nieuw, nog ongespeeld spel dat zo goed is als Pandemie is het natuurlijk een koopje.

Voorbeeld 2. Veel kringloopzaken doen hun best om hun spullen een beetje netjes te presenteren. Maar vlakbij het station zit een winkel die daar blijkbaar niet zo'n waarde aan hecht. De koopwaar ligt hoog opgestapeld, de gangpaden zijn smal, de spullen zijn versleten en niet erg uitnodigend. En dat geldt ook voor de spellen: veel oude troep, dus. Maar de winkel ligt precies tussen twee andere kringloopwinkels in, en daarom stap ik er af en toe toch binnen, uit angst dat ik de vondst van mijn leven misloop. En terecht! Want twee weken geleden lag er ineens een Caylus op een tafeltje bij de spellenkast. Nu is dat niet mijn favoriete spel, maar toch goed genoeg om mee te nemen naar de kassa. En 2,50 euro armer en een top-10 spel rijker verliet ik de zaak, die ik vanaf nu wel vaker zal bezoeken. Ook Caylus was trouwens nog nooit gespeeld.

Voorbeeld 3. Ik heb in het verleden al een aantal redelijke spellen gevonden in een kringloopwinkel op het industreterrein. Vorige week was ik er weer, en vond ik een exemplaar van De bezeten fles en een starterset van Dungeons&Dragons. De eerste ging in mijn mandje (voor 70 cent), maar over D&D heb ik ernstig getwijfeld. Ze vroegen 1 euro slechts, en het is een klassieker onder de RPG's, maar ik ben geen rollenspeler, dus het zou nooit op tafel komen. Uiteindelijk heb ik 'm maar laten liggen voor een volgende klant, die er misschien wel veel meer plezier van kon hebben dan ikzelf.

En wat was de beloning voor mijn altruïsme? Op weg naar de uitgang kwam ik langs de CD-afdeling, en daar stond Civilization! Een klassieker die tegenwoordig niet meer verkocht wordt, en daarom erg gezocht is. De mensen van de kringloop hadden er een behoorlijke rol plakband omheen gedaan, maar thuis bleek dat dat er vrijwel zonder schade af te halen was. Het spel was ook nog compleet en in goede staat. En dat voor 2,49 euro! Nu nog even een dag vrijmaken om het te spelen, want het duurt wel een paar uur...

Pandemie + Caylus + Civilization, voor bij elkaar minder dan 9 euro. Spelplezier hoeft niet duur te zijn!

vrijdag 28 januari 2011

Eerste indruk: Brass

Deze week heb ik voor het eerst Brass gespeeld. Daar zag ik wel wat tegenop, want Martin Wallace is niet mijn favoriete ontwerper. Ik was niet erg onder de indruk van zijn vorige twee hits, Stoom en Railroad Tycoon. Maar Brass viel absoluut niet tegen.

Het spel speelt zich af in Lancashire (Liverpool en omstreken, dus), aan het begin van de industriële revolutie. Op het bord liggen zo'n 20 rustige plattelandssteden, die weldra door de spelers omgevormd zullen worden tot grote rokerige stinkende metropolen.

Iedere beurt kunnen de spelers twee acties doen. De belangrijkste actie is het bouwen van industrieën. Dat doe je door het afleggen van een kaart waar de desbetreffende stad of het desbetreffende gebouw staat. Het plaatsen van een gebouw kost geld, en vaak ook grondstoffen (kolen en ijzer). Die grondstoffen kunnen komen uit mijnen of uit een haven, en kunnen alleen gebruikt worden als het gebouw met de mijn of haven verbonden is door middel van een kanaal of een spoorweg.

Het bouwen van een gebouw levert over het algemeen niets op. Inkomen en punten krijg je pas als je gebouwen gebruikt worden. Voor kolen- en ijzermijnen betekent dat dat het laatste blokje kolen of ijzer van het gebouw gebruikt is. Op dat moment wordt de mijn omgedraaid, en gaat je inkomen omhoog. Bovendien is een omgedraaide mijn punten waard bij de puntentellingen.

Naast de mijnen zijn de katoenfabrieken de belangrijkste gebouwen. Het omdraaien van deze fabrieken kost een actie, en kan alleen als ze verbonden zijn met een al gebouwde haven. Die haven wordt daarmee ook omgedraaid. Dat kan ook een haven van een medespeler zijn, die zo van je actie meeprofiteert.

Het laatste type gebouw is een scheepswerf. Deze kan maar op een paar plaatsen geplaatst worden, en is bovendien erg duur. Maar je kan 'm meteen omdraaien als je 'm op het bord legt, en hij levert lekker veel punten op. Dat mag ook wel, want het kost een behoorlijk aantal acties voordat je 'm kan bouwen.

Zoals ik al zei, gaat je inkomen alleen omhoog door het omdraaien van gebouwen. Het duurt even voordat je dat kan doen, en dus heb je de eerste paar beurten nauwelijks inkomen. Maar daarna versnelt het spel, en voor je het weet is de eerste puntentelling. Het spel is namelijk verdeeld in twee fasen, met steeds een puntentelling aan het einde. Na de eerste puntentelling wordt het grootste deel van de gebouwen en de aangelegde kanalen van het bord verwijderd, zodat je bijna weer op 0 begint.Slechts een paar gebouwen blijven liggen, en leveren dus twee keer punten op.

Brass is niet makkelijk uit te leggen. Gedeeltelijk is dat omdat ieder deel van het spel met alle andere delen samenhangt. Geld krijg je door het omdraaien van gebouwen; gebouwen kosten geld en grondstoffen; door het gebruik van grondstoffen worden andere gebouwen omgedraaid, enzovoorts. Dat maakt dat het spel niet makkelijk in 1 keer te vatten is, en dat je het volgens mij wel een paar keer moet spelen voordat je de strategieën een beetje snapt.

Maar ook zijn de regels van Brass lastig omdat ze niet altijd heel logisch in elkaar zitten. Zo is het voor een beginnende speler heel verwarrend dat je gebouwenkaarten alleen mag gebruiken om een industrie te bouwen als je daar met je eigen kanalen- of spoorwegnetwerk kan komen, terwijl je kolen over de verbindingen van andere spelers mag vervoeren, en ijzer zelfs van een willekeurige plaats op het bord kan halen. En berucht is het spel vanwege de "Birkenhead-regel", die door een goede spelontwikkelaar als eerste geschrapt zou worden.

Toch is Brass een goed spel met veel diepgang, waar veel in te ontdekken is. Jammer dat de spelregels wat ruwe kantjes hebben; als het spel iets gepolijster was geweest, had ik het helemaal een topspel gevonden. Misschien moet ik de vereenvoudigde versie, Age of Industry, eens spelen. Ongetwijfeld zullen sommige mensen Brass te zwaar of te complex vinden, maar ik kan iedereen aanraden om het in ieder geval uit te proberen.

zaterdag 15 januari 2011

Dominion: Cornucopia

Rio Grande Games heeft voor het eerst wat informatie bekend gemaakt over de volgende uitbreiding voor het meest gespeelde spel van dit moment: Dominion.

Cornucopia ("Hoorn des Overvloeds") is de naam, en dat slaat op een overvloed aan variatie. Er zijn kaarten die je belonen voor variatie in je hand, in je gespeelde kaarten, en in je trekstapel (overwinningspunten voor het aantal verschillende kaarten in je stapel?). Ook zijn er kaarten die je helpen om die variatie te bereiken. Ik stel me zo voor: "+1 aankoop; iedere kaart die je deze beurt koopt verlaagt de prijs van alle kaarten van een ander type met 1 goudstuk".

Oorspronkelijk vormde Cornucopia een geheel met de vorig jaar verschenen set Alchemy. Deze grote uitbreiding is vervolgens in twee delen uitgebracht op verzoek van enkele buitenlandse uitgevers van Dominion, omdat een kleine goedkopere set makkelijker verkoopbaar zou zijn. Cornucopia heeft daarom maar 13 koninkrijkskaarten.

Daarnaast zijn er ook "5 unieke kaarten", dus kaarten waar er maar 1 van in de doos zitten. Het is onduidelijk wat die kaarten doen; worden ze aan het begin van het spel verdeeld, zodat iedere speler andere bonussen heeft? Dat idee staat mij niet erg aan, maar goed, dat deed de gedachte achter Alchemy ook niet, en dat is me alleszins meegevallen. Laat ik Donald X., de bedenker van Dominion en alle uitbreidingen, maar vertrouwen.

Cornucopia komt deze lente uit. In het Engels tenminste; wanneer 999 Games de Nederlandse versie op de markt zal brengen is nog niet bekend.

zondag 2 januari 2011

December 2010

In december heb ik veel minder spellen kunnen spelen dan normaal, en ook maar een paar onbekende spellen. We zullen zien of ik volgende maand weer meer te melden heb.


Mijn beste nieuwe spel van de afgelopen maand (en ook van heel 2010, trouwens) was:

1830
Eigenlijk vreemd dat ik deze klassieker nog nooit eerder had gespeeld. 1830 is het meest gewaardeerde lid van de 18xx-serie, waar ik (zoals de trouwe lezer weet) gek op ben. Het speelt zich af tijdens de vroegste jaren van de spoorwegen in het noordoosten van de VS, toen de spoorwegdirecteurs de gemeenste trucs uithaalden om hun concurrenten te snel af te zijn.

Dat komt mooi terug in het spel zelf. Waar sommige andere treinenspellen vooral gaan om het zo goed mogelijk beheren van de verschillende maatschappijen, is het in 1830 vooral zaak om elkaar zo goed mogelijk dwars te zitten. De beste manier om dat te doen is om de treinen op te kopen die een andere maatschappij nodig heeft. Iedere maatschappij heeft een trein nodig, en kan het die niet kopen, dan moet het persoonlijk kapitaal van de directeur aangesproken worden. Het hele spel lijkt erom te draaien om dat voor elkaar te krijgen—bij de tegenstander natuurlijk.

Mijn eerste ervaring met dit spel was enorm enerverend. Hoewel ik wat tegen de lange speelduur opkeek, was het toch binnen 5 uur gespeeld, en ik heb me geen moment verveeld. Het schijnt dat 1830 dit jaar opnieuw wordt uitgebracht, dus ik hoop dat veel mensen die kans grijpen om het te spelen.

Poseidon
Een variant op het 18xx-gebeuren. Het speelt zich af in het oude Griekenland, en de treinen zijn vervangen door schepen. In vergelijking met 1830 is Poseidon een stuk vriendelijker; het is moeilijker elkaar dwars te zitten met de routes, en als er schepen "verroesten", dan mag een stadstaat "aandelen" uitgeven om nieuwe schepen te kopen. Toch is het een erg leuk spel, dat me ook geschikt lijkt voor beginners. En het duurt niet zo lang als 1830.

Safe & Partners
Een simpel maar leuk spelletje. Gooi met de dobbelsteen, en verplaats een of meer pionnen. Zo nu en dan is er een telling; het aantal punten dat iedere kleur verdient is afhankelijk van waar de pion in die kleur staat. Maar pas aan het eind van het spel wordt bekend gemaakt welke speler bij welke kleur hoort. Tot dan probeer je de anderen te misleiden over je identiteit, en hoop je dat ze je helpen door jouw pion de goede kant op te sturen.

Quarto
Weer een van mijn aankopen in de kringloopwinkel, en geen slechte. Dit is een interessant abstract spelletje. Op een bord van vier bij vier velden moeten 16 houten stukken geplaatst worden. Ieder stuk is hoog of laag, hol of solide, rond of vierkant, en wit of bruin; iedere combinatie komt een keer voor. Als je een rij vormt met vier dezelfde eigenschappen (bijvoorbeeld 4 ronde stukken, of 4 witte), heb je verloren.

In het begin zet je de eerste paar stukken maar willekeurig wat neer, maar als het bord voller wordt moet je gaan opletten. Het is behoorlijk lastig om de tegenstander te dwingen een fout te maken. Leuk spelletje!

In de ban van de ring: Het duel
Een nabootsing van het duel van Gandalf en de Balrog op de brug van Khazad-dum. In eerste instantie lijkt het een leuk taktisch spelletje, waarin je steeds moet reageren op de kaart die je tegenstander net gespeeld hebt. Als je er wat langer over nadenkt, moet je concluderen dat het niet zoveel uitmaakt in welke volgorde je je kaarten speelt; het gaat uiteindelijk alleen maar om de totale kracht van je kaarten, en wie de sterkste heeft, wint. Maar volgens mij kan je, als je het spel beter begint te kennen, de duels toch goed genoeg beïnvloeden door middel van de paar speciale actiekaarten, zodat het uiteindelijk toch dieper is dan je zou denken. Ik wil dit nog wel een paar keer spelen om te zien of dat klopt.

Het is in ieder geval prachtig vormgegeven.

Fantasy
Niet veel bijzonders. Trek een kaart, speel een kaart. Iedere kaart heeft een actie, bijvoorbeeld: steel een kaart van een andere speler, of ruil je handkaarten met iemand anders. De winnaar is diegene die aan het eind van het spel de meeste kaarten voor zich heeft liggen. Er zijn maar een paar verschillende soorten kaarten, waarvan er enkele wel erg sterk zijn (vooral de "ruil je gespeelde kaarten met die van een ander", en de "verhinder een actie van een ander"). Fantasy bevat wel wat strategie, maar is te simpel om echt te kunnen boeien.

En dan heb ik nog een nieuwe uitbreiding gespeeld:

Hoogspanning: Rusland/Japan
Deze uitbreiding voor mijn favoriete spel maakt het nog meedogenlozer; althans de kaart van Rusland. De eerste plaats in de spelersvolgorde is nu nog riskanter, omdat er een extra centrale afgelegd wordt tijdens de veiling. Niet zo goed als de China/Korea-kaart, maar niettemin een geslaagde toevoeging aan het spel.

vrijdag 31 december 2010

Beste wensen voor 2011!

Tja, het beste spel is slechts een uitbreiding op een spel uit 2008. Dat zegt niet zoveel goeds over 2010, toch?

Ach, wat maakt het uit. Spellen gaan jaren mee, dus hebben we het voorbije jaar ook kunnen genieten van al die fantastische spellen uit eerdere jaren. En dat gaan we het komende jaar gewoon weer doen. Ik wens jullie allemaal een voorspoedig 2011, met veel spelletjesavonden met vrienden en wildvreemden.

Gelukkig Nieuwjaar!

De beste spellen van 2010: #1 Dominion Prosperity

2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? De afgelopen 10 dagen heb ik mijn top-10 laten zien. Vandaag de nummer 1: Dominion Prosperity.

Eigenlijk hoef ik niet meer te zeggen dan dat. Want wie Dominion niet kent, heeft niets aan deze uitbreiding, maar wie net zo verslingerd is aan dit fantastische spel als ik, die heeft het spel natuurlijk al lang gekocht. Of in ieder geval op zijn verlanglijstje gezet, als hij op de Nederlandse versie wacht. (Dominion Welvaart komt in 2011 uit.) Maar brengt Prosperity echt iets nieuws?

Aan de ene kant niet. Prosperity bevat eigenlijk geen nieuwe regels, maar alleen 27 nieuwe kaarten. Maar aan de andere kant, Dominion moet het hebben van de grote diversiteit aan kaarten, en dus is elke uitbreiding zo leuk als de kaarten die erin zitten. In plaats van een recensie van het hele spel, laat ik hier dus gewoon een aantal van mijn favoriete kaarten zien:

Watchtower. Als je een kaart verwerft, kan je de Wachttoren laten zien. Vernietig dan de nieuwe kaart, of leg hem op je trekstapel.

Laat de Wachttoren zien als je een Goud koopt, om 'm volgende beurt gelijk te gebruiken. Of verdedig jezelf tegen de Heks van een andere speler; beter dan de Slotgracht, want de Wachttoren vernietigt de vloek zodat ze sneller op zijn. Als de andere spelers Heksen gekocht hebben, kan je zelfs je extra aankopen gebruiken om vloeken te kopen en meteen te vernietigen. Speel de IJzergieterij, neem een eiland, leg 'm op je trekstapel, en gebruik 'm meteen deze beurt.

Het mooiste van de Wachttoren is zijn veelzijdigheid. De goedkoopste kaart van Prosperity is gelijk een van de leukste.

Goons. +1 aankoop, +2 geld, de andere spelers leggen kaarten af tot ze er nog 3 hebben. Als je een kaart koopt, +1 overwinningspunt.

De Goons (waarvoor ik zo 1-2-3 geen Nederlandse vertaling weet) is een heel simpele kaart. Het is een soort Militie, maar hij levert extra punten op voor iedere aankoop die je doet. Die punten krijg je in de vorm van metalen schildjes, die aan het eind van het spel meegeteld worden, en dus niet als overwinningskaart.

Van zichzelf heeft Goons al +1 aankoop, maar hij wordt nog sterker in combinatie met bijvoorbeeld een Markt, zodat je 3 kaarten kan kopen in een beurt, en dus 3 punten krijgt. Natuurlijk is het dan wel handig als je veel geld hebt (en dat is met Prosperity regelmatig  het geval), maar anders kan je nog altijd extra Koper kopen. Of: vloeken. Als je tenminste ook in Wachttorens hebt geïnvesteerd.

Hoard. 2 geld. Als je een overwinningskaart koopt, krijg je een Goud.

Het mooie van geldkaarten is dat je ze altijd kan spelen; je hebt er geen +1 acties voor nodig. Omdat Prosperity helemaal om geld draait, zitten er veel van dit soort kaarten in het spel: geldkaarten die iets doen als je ze uitspeelt. En Hoard is wel een heel aardig voorbeeld. Drie Hoards, en je hebt voldoende geld om een Hertogdom kopen en krijgt daar dan gratis 3 Goud bij. Of beter nog: koop een Harem!

Net zoals Goons het kopen van Kopers aanmoedigt (wat normaal geen goed idee is), betekent de aanwezigheid van Hoard dat er veel meer overwinningskaarten gekocht zullen worden. Dat verandert het hele tempo van het spel, want is er dan nog wel voldoende tijd om geld te sparen voor het kopen van Provincies en Koloniën?

King's Court. Je mag een actiekaart uit je hand kiezen. Speel deze 3 keer.

Deze kaart heeft denk ik niet veel uitleg nodig. Een Troonzaal, maar dan beter! Een keer had mijn tegenstander slechts 2 Koper in handen, maar daarbij wel een Koningshof(?) en een Kopersmid... auw. Ja natuurlijk is dit een heel wisselvallige kaart: je hebt wat geluk nodig dat je 'm samen met een sterke actiekaart trekt. Maar wat is het dan heerlijk om 'm te spelen!

Hij kost wel 7 geld om te kopen, dus je moet er wel even voor sparen. Maar dat is 'ie dubbel en dwars waard. Tenminste, voor mij.

En datzelfde geldt voor Prosperity zelf: 't is een prijzig spel, maar als je zoveel Dominion speelt als ik, dan haal je dat geld er vanzelf uit. En de ontwerper heeft nog voldoende kaarten voor nog 3 uitbreidingen, dus de kans is groot dat Dominion ook in de top-10 van 2011 ruimschoots aanwezig is. En van mij mag het!

donderdag 30 december 2010

De beste spellen van 2010: #2 Baltimore and Ohio

2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? Tot nieuwjaar laat ik mijn top-10 zien. Vandaag de nummer 2: Baltimore & Ohio.

Ik ben een liefhebber van treinenspellen. En dan bedoel ik geen korte spelletjes, zoals TransAmerica of Ticket to Ride. Nee, ik heb het over lange, stevige spellen, vaak zonder geluksfactor. De bekendste voorbeelden hiervan zijn de 18xx-serie (waar ik het wel eens over heb gehad) en Chicago Express. Dit jaar is er een nieuw treinenspel verschenen dat mij erg goed bevallen is. Je zou Baltimore & Ohio kunnen omschrijven als een kruising tussen 18xx en Chicago Express.

B&O bestaat uit een aantal aandelenronden, ieder gevolgd door twee maatschappijenronden. In de aandelenronden kan iedere speler aandelen kopen of verkopen van een of meer spoorwegmaatschappijen. Bij het eerste aandeel dat gekocht wordt, wordt de maatschappij opgericht, en krijgt hij het geld in kas dat voor dat eerste aandeel betaald is. De koper van het aandeel wordt directeur van die maatschappij, en blijft dat tot iemand meer aandelen heeft dan hij.

In de maatschappijenronden zijn de spoorwegmaatschappijen aan de beurt, vertegenwoordigd door de directeur. Deze kan eerst treinen verkopen. Dat is vaak nuttig omdat het iedere beurt geld kost om een trein to onderhouden, en die kosten stijgen in de loop van het spel. Daarna kan een maatschappij een of meer treinen kopen. Vervolgens wordt er aan de spoorwegnetwerken gebouwd. In tegenstelling tot 18xx-spellen zijn er in B&O geen tegeltjes met daarop simpele of ingewikkelde spoorwegen. In plaats daarvan werkt dit spel met eenvoudige blokjes, die op het speelbord gelegd worden om een vakje op een netwerk aan te sluiten.

Sommige vakjes op het bord bevatten steden. Om die steden draait het uiteindelijk, want iedere stad in het netwerk van een bedrijf levert inkomsten op. Tenminste, als het bedrijf voldoende treinen heeft. Iedere trein kan namelijk een aantal steden bedienen. Vroege treinen maar weinig (1 of 2), latere treinen wel 5 of 6. Tel de inkomsten van de steden die je treinen kunnen bezoeken bij elkaar op, en dan heb je de totale winst van je bedrijf. Die kan je dan in kas houden om later bijvoorbeeld betere treinen aan te schaffen, of uitkeren aan de aandeelhouders. In het laatste geval kan de aandelenkoers stijgen, maar alleen als de winst van het bedrijf hoger is dan die van de vorige beurt.

Het spelverloop klinkt best wel als dat van een 18xx-spel. Toch zijn er kleine verschillen, die grote invloed hebben op het spelverloop. Baltimore & Ohio is 90% constructief: je probeert je maatschappijen zo goed mogelijk te beheren en uit te breiden. Blokkeren is slechts gedeeltelijk mogelijk, en is meestal maar tijdelijk. Hoewel het soms gebeurt dat de directuer aandelen dumpt van zijn eigen bedrijf, en daardoor een andere speler (ongewild) directeur maakt, is dit meestal niet erg schadelijk voor deze laatste speler. Deze kan namelijk ook al zijn aandelen verkopen op 1 na, en dit laatste aandeel is het maximum dat hij aan verlies kan oplopen bij zo'n manoeuvre.

Bij Baltimore & Ohio gaat het niet om gemene trucs, maar om de opbouw van je maatschappijen. Daarbij is iedere actie belangrijk; als je niet continu de optimale zetten doet, kom je al snel achterop, en een achterstand is lastig in te halen. Dat brengt veel spanning met zich mee gedurende het hele spel, ondanks de relatieve vriendelijkheid vergeleken met veel interactievere 18xx-spellen. B&O duurt bovendien niet overdreven lang: ongeveer 4 uur voor beginners, dus goed op een normale spellenavond te spelen. Er is dus geen reden om het niet eens een keertje te proberen.

Nog een tip: er gaat veel tijd zitten in het wisselen van geld, en in het berekenen van de optimale opbrengst van een bedrijf (die lang niet altijd gelijk hoeft te zijn aan de maximale opbrengst!). Vervang het bijgeleverde papiergeld daarom zo snel mogelijk door pokerfiches, en download van BGG de B&O Assistant, een computerprogramma dat de omzetten van de bedrijven voor je uitrekent. Dat scheelt behoorlijk in speeltijd.