vrijdag 1 juni 2012

Steam over Holland (spelverslag 2012-05-29)

Uit de reeks 18xx-spellen kwam afgelopen week Steam over Holland op tafel. Dit is een relatief kort spel, met redelijk eenvoudige regels. Een uitstekende keuze voor een dinsdagavond. Voor Coen was dit de eerste keer (hoewel hij al wel andere spellen binnen dit genre had gespeeld); de andere spelers hadden al enige ervaring.

Als eerste werden vier privé-maatschappijen geveild. Ik was de "winnaar" van deze veilingen: zowel het Koninklijk Korps van Ingenieurs (eenmalig een gratis brug bouwen) als Werkspoor (korting op treinen) waren voor mij. Coen kocht de Veerdienst Vlissingen-Londen, en Anton betaalde de hoofdprijs voor de Koninklijke Ondersteuning. Dat was terecht, want daar kreeg hij een gratis aandeel NRS bij; een privilege dat minstens 65 gulden waard is.

Thomas had als enige geen privé-maatschappij gekocht, en mocht daardoor als eerste een spoorwegmaatschappij opstarten. Hij koos voor de NRS (startplaats: Amsterdam-Zuid), en koos voor een initiële aandelenkoers van 70; dit tot ergernis van Anton, die graag had gezien dat zijn aandeel meer waard was geweest. Coen startte de AR (te Breda) op, ik kocht aandelen in de OSM (Zwolle), en Anton besloot te investeren in de NCS (Utrecht). Thomas had als enige nog voldoende in kas om een tweede maatschappij op te starten, en vanwege de mogelijkheden tot samenwerking met de NRS koos hij voor de HIJSM (Amsterdam-Noord).

In de eerste bedrijvenronde kochten verschillende maatschappijen twee 2-treinen (waarmee op een route tussen twee grote steden gereden kan worden), waardoor zowel de AR als de OSM een 3-trein konden aanschaffen. De OSM deed dat zelfs met korting, want ik had Werkspoor al meteen aan mijn maatschappij overgedaan tegen de maximale prijs. Helaas had mijn maatschappij niet zo'n goede route: hij reed slechts op en neer tussen Zwolle en de Duitse grens, en daarvoor was een 2-trein al voldoende geweest. De maatschappijen in de Randstad hadden het beter bekeken. Ze konden profiteren van elkaars spoor, waardoor ze op meerdere routes konden rijden.

Coen: "Zelf had ik een maatschappij met een mooie Franse naam. Ik speelde alleen met de Franse slag. Het ging meteen al fout door een verkeerde openingskoers te kiezen. Aandelen uitgeven is leuk maar dat moet wel geld in het laatje van het bedrijf opleveren. Rivieren oversteken, veerdienst opkopen en als laatste in de rij voor de treintjes dus direct een onhandige drietrein in plaats van twee treintjes."

Vooral AR en de NCS bouwden in het westen een aantal stations, waardoor de HIJSM en de NRS (inmiddels in handen van Anton) geblokkeerd dreigden te raken. Daarom bouwden deze maatschappijen sporen richting het oosten. Daar was ik niet ongelukkig mee, want de OSM hoefde nu niet meer in zijn eentje een netwerk op te bouwen. Vooral de verbinding "om de zuid" naar Utrecht kwam mij goed uit. Ik liet zo snel mogelijk de OSM een station bouwen in Utrecht, en daarna ook in Breda. Zo ontstond een mooie route met lengte 5, die niet meer door andere maatschappijen te blokkeren was: Vlissingen - Breda - Utrecht - Zwolle - Salzbergen.

Om deze route te berijden had ik ook een goede trein nodig. Daarom gaf de OSM een aantal aandelen uit. De aandelenkoers daalde hierdoor, maar de maatschappij kon daardoor wel de eerste 5-trein kopen. Als bonus roestten daardoor de 3-treinen. De tegenstanders hadden dit niet zien aankomen, en hadden niet in mijn maatschappij geïnvesteerd. Hun maatschappijen moesten enkele ronden hun winsten in kas houden om een nieuwe trein tekopen, en daardoor liep ik in deze fase van het spel op de anderen uit.

Coen: "Anton was in de laatste fase doodsbang dat ik een station zou bouwen op Rotterdam. Nee hoor dat kon ik nooit betalen. Tot overmaat van ramp zette hij er een station neer. Weg lange route. Wat overbleef was evenwel best aardig. Van Londen via Vlissingen, Breda, Tilburg, Eindhoven naar Maastricht en Luik.

Eugene was inmiddels heel rijk geworden en zat zelfs te bedenken een tweede bedrijf op te starten en een blokkendoos te kopen. Een rekensommetje leert al snel dat je met een dergelijke trein nooit meer dan 300 gulden kunt rijden. (Amsterdam en twee grote plaatsen maal twee=140 of Londen Antwerpen via Breda is dan wel 300). Hij deede het niet en won zo op zijn sloffen."


De eindsituatie
Aan het eind van het spel reden alle 5 de maatschappijen tussen de 240 en de 300 gulden, maar ik was de enige speler die het maximale aantal van 14 aandelen had. Dit leverde mij uiteindelijk de overwinning op.

De eindstand: Eugène 2874, Anton 2104, Thomas 1783, Coen 1435.

Vergeleken met eerdere keren dat ik dit spel gespeeld heb, waren er dit keer maar weinig bedrijven opgestart. Twee bedrijven bleven ongebruikt in de voorraad liggen, en de meeste spelers hadden slechts een bedrijf in bezit. Dit kwam omdat er vrij aggressief stations gebouwd werden in de Randstad, waardoor een nieuw bedrijf nauwelijks toegang had kunnen krijgen tot het lucratieve gebied.

Van tevoren had ik me voorgenomen om te proberen veel privé-maatschappijen te kopen, en om eens met een minder gebruikte maatschappij te beginnen. De Overijsselsche Spoorwegmaatschappij komt meestal pas laat in het spel, maar klaarblijkelijk is het ook geen onverdienstelijke startmaatschappij. Daar had ik wel de hulp van de andere spelers bij nodig. Of ik die een volgende keer weer zou krijgen, valt te bezien.

Steam over Holland mag dan een eenvoudige 18xx zijn, het was zeker de moeite waard om het te spelen. Daarbij is het prima in een avond te spelen: het spel was in ruim 3 uur gespeeld. Voor herhaling vatbaar.

dinsdag 8 mei 2012

April 2012

De afgelopen maand speelde ik maar liefst 48 verschillende spellen. Zoals altijd waren Dominion en Taipan het meest gespeeld, maar beide spellen kwamen slechts 4 keer op tafel. Het was dus een maand met veel variatie op spellengebied.

Veel van deze spellen kwamen in april voor het eerst bij mij op tafel. Helaas zal dat voor een groot deel ook de laatste keer zijn, want het niveau viel me over het algemeen wat tegen. Gelukkig geldt dat niet voor alle nieuwe spellen. Hier zijn ze, met het beste nieuwe spel natuurlijk weer bovenaan.



Rolling Stock
Dit kaartspel is geïnspireerd op de 18xx-spellen, waar ik een groot liefhebber van ben. En ook Rolling Stock belooft veel diepgang te hebben. Ik zeg, "belooft", want in de twee keer dat ik dit spel tot nu toe speelde, heb ik het nog niet erg doorgrond. Rolling Stock zit vol beslissingen die onbelangrijk lijken, maar die een grote invloed hebben op het verloop van het spel, en een klein foutje in de eerste ronden kan ertoe leiden dat je er voor de rest van het spel uitligt.

De spoorwegmaatschappijen in Rolling Stock leveren allemaal een vast inkomen per ronde op. Geen gehannes dus met het aanleggen van rails, zoals in een echte 18xx. Je kan de maatschappijen in privé-eigendom houden, of je kan ermee naar de beurs gaan. Als je dat doet, dan wordt je directeur van een holding, die vervolgens aandelen uit kan geven, andere maatschappijen kan opkopen, en dividenden kan uitkeren. Dit alles heeft natuurlijk een effect op de aandelenkoers van je holding.

Rolling Stock is een lang, weinig vergevingsgezind spel, dat niet iedereen zal kunnen waarderen. Of het een goed spel is, daar ben ik nog niet uit, maar het is zeker een spel dat mij intrigeert. Hopelijk kan ik hier nog een paar keer een aantal spelers voor interesseren.



ZÈRTZ
Een abstract spel in de Gipf-reeks, en een die zich met de beste kan meten. Op een steeds kleiner wordend speelveld moet je proberen een bepaald aantal kogels te slaan, en tegelijkertijd natuurlijk voorkomen dat de tegenstander dat doel bereikt.
Het slaan van kogels is verplicht, en hier kan je gebruik van maken om je tegenstander te dwingen de kogels op een voor jouw gunstige manier neer te leggen. Zertz is een spel met diepgang, zoals we dat gewend zijn van de maker van Yinsh en Tzaar.



Löwenherz
Wanneer het spel begint, staan er een aantal torens op een groot rechthoekig speelbord. Door het neerzetten van muren moet je nu een zo groot mogelijk domein zien te vormen rond je eigen torens. Vergeet daarbij niet om ridders bij je toren te zetten, want als je dat vergeet, dan kunnen andere spelers bij je binnenvallen, en gebied afpakken.

Löwenherz is een zeer geslaagd spel, dat ik graag nog een keer zou doen. Onlangs heb ik de Nederlandse, iets vereenvoudigde versie bij de kringloop gekocht; ik denk dat die binnenkort nog wel eens op tafel komt.



De bruggen van ShangriLa
Deze doos stond al jaren bij mij op de plank, en ik ben blij dat ik hem er eindelijk eens afgehaald heb.

De bedoeling van het spel is om aan het eind zoveel mogelijk wijsgeren in de dorpen op het speelbord te hebben. De beste manier om dat voor elkaar te krijgen is door het plaatsen van gezellen in dorpen waar je al een wijsgeer hebt. Daarna kan je met alle gezellen van een dorp (dus ook die van de tegenstanders) naar een aangrenzend dorp verhuizen. Daarbij wordt wel de verbinding tussen de dorpen verbroken.

Bij het verhuizen van de gezellen kun je de andere spelers mooi dwars zitten. Niet alleen kan je met je eigen gezellen de wijsgeer van een ander verjagen; ook kan je ervoor zorgen dat de gezellen van de ander terecht komen in een dorp waar ze eigenlijk niets te zoeken hebben.

De bruggen van ShangriLa is een bijzonder aardig abstract spel, dat niet te lang duurt, maar toch voldoende inhoud heeft.



Zooloretto dobbelspel
Boonanza dobbelspel
Deze twee dobbelspellen zijn eerder al uitvoerig besproken.


Carcassonne: Overzee
Een niet onaardige variant op het klassieke bordspel. Het spel doet vertrouwd aan, maar de regels zijn toch net even wat anders, waardoor je niet kan terugvallen op de bekende taktieken van Carcassonne. Zo heb je in deze variant minder poppetjes, maar je kan ook niet-afgebouwde gebieden scoren.
Als Carcassonne niet bestond, dan was dit een subtopper. Maar helaas, Carcassonne bestaat wel, en heeft mijn voorkeur, al was het maar omdat ik dat spel al zo lang ken.



Drahtseilakt
In dit slagenspel haal je punten door de hoogste kaart in een slag te spelen, en daarnaast ook punten door de laagste kaart te spelen. Aan het eind van de ronde worden deze punten van elkaar afgetrokken, en het verschil is het aantal punten dat je uiteindelijk scoort. Het is dus zaak de hoge en de lage kaarten in balans te houden.

Drahtseilakt (letterlijk: koorddansact) is een geslaagd spel, dat met simpele regels toch garant staat voor een hoop spelplezier.

Glen More
Een standaard euro-spel, dat kan je Glen More wel noemen. Je verzamelt tegels, die je in een rechthoekig raster voor je neer legt. Bij iedere tegel hoort een speciale actie, die geactiveerd wordt als je de tegel neerlegt of als je een tegel neerlegt op een aangrenzende positie.

De acties die op de tegels staan variëren van het produceren van goederen tot het omzetten van een van die goederen in andere goederen of in punten. Eigenlijk niets wat we niet eerder gezien hebben. Glen More is niet vervelend om te doen, maar het is weinig vernieuwend, en je mist er weinig aan.



Friesematenten
Waarschijnlik is twee spelers niet het juiste aantal voor dit kaartspel. Toen wij dit speelden, waren er net te vaak ronden waarin eigenlijk niets gebeurde. Iedere ronde worden een aantal kaarten opengedraaid en geveild; de kaarten kunnen geld of punten geven, maar er zitten ook actiekaarten tussen waarmee je bijvoorbeeld kaarten van de tegenstander kan afpakken. Sommige actiekaarten zijn daarbij wel heel sterk, en lijken niet er gebalanceerd.

Ik zou dit spel nog een keer met meer spelers willen spelen, maar heb daar ook weer niet echt haast mee.



TAMSK
Het lelijke broertje van de Gipf-familie. De regels zijn nog simpeler dan die van de andere spellen: iedere beurt mag je een speelstuk één stapje verplaatsen. Ieder veld op het bord mag gedurende het spel maar een beperkt aantal keren aangedaan worden. Wie het eerst niet meer kan zetten, verliest het spel.

Wat dit spel interessant maakt, zijn de speelstukken: dit zijn namelijk zandlopers. Iedere keer als je een zet doet, moet je die zandloper omdraaien, en als het zand op is, mag je dat speelstuk niet meer verzetten. Een leuk idee, maar in ons spel was er van de tijdsdruk te weinig te merken. Ik ben toch blij dit een keer gespeeld te hebben.



Flowerpower
Weer een abstract spelletje voor 2. De speelstukken doen wat aan domino-stenen denken, maar dan met fleurige bloemetjes. Het spel is simpel, en best aardig voor een keertje. Maar Flowerpower is geen spel om meer dan een paar keer te doen.


Star Trek: Expeditions
In deze coöperatieve Knizia moet de bemanning van het ruimteschip Enterprise een probleem oplossen op een planeet waarvan ik de naam alweer vergeten ben. Ondertussen duikt er ook een Romulaans oorlogsschip op. Zal het Kirk en zijn mannen lukken om de planeet te redden voordat hun schip aan flarden is geschoten?

Een interessant thema, maar daar blijft tijdens het spel niets van over. Je moet op verschillende locaties opdrachten vervullen, waarbij een aantal van deze opdrachten samen de verhaallijn vormen. Helaas ben je tijdens het spel meer bezig met het verzamelen van de juiste kaartjes dan met het beleven van het verhaal.

Ik heb het spel nu een keer gespeeld (resultaat: opdracht geslaagd, maar de planeet is voorgoed onbewoonbaar...), en heb het nu wel gezien. Ook voor diegenen die dit wel een geslaagd spel vinden, lijkt me de wederspeelbaarheid klein; er zit namelijk maar een enkel verhaal in de doos.



Takenoko
In de tuin van de Japanse keizer voeren een panda en een tuinman een gevecht om de bamboescheuten. Het speelmateriaal ziet er prachtig uit, maar het spel valt bijzonder tegen. De acties die je in een beurt kan doen, worden grotendeels bepaald door de worp van een dobbelsteen, waarbij sommige worpen veel beter zijn dan andere. Punten haal je door het vervullen van de opdrachten op blind getrokken kaartjes, waarvan sommige heel makkelijk, en andere bijna onuitvoerbaar zijn. Voeg daar nog bij dat de speelsituatie door de acties van de tegenstanders volledig kan veranderen tussen twee van je beurten in, en dan zal je begrijpen dat van enige strategische planning geen sprake kan zijn.

Takenoko is een veel te geluksafhankelijk spel, dat gezien de fraaie vormgeving wellicht bedoeld is om met een jongere generatie te spelen. Mij doe je met dergelijke chaos geen plezier.



Pente
Deze variant van vijf-op-een-rij is best aardig, maar was te eenvoudig om mij lang te kunnen boeien.


Keltis dobbelspel
Carcassonne dobbelspel
Ook deze twee slaapverwekkende dobbelspellen heb ik eerder besproken.


En dan was er ook nog een nieuwe uitbreiding:

Ticket to Ride: Team Asia
Ik ben geen liefhebber van Ticket to Ride, maar deze uitbreiding vond ik nog minder. In de Team Asia variant speel je samen met een partner. De helft van je kaarten zet je op een rekje tussen jou en je partner in, zodat jullie ze beiden kunnen gebruiken. De andere kaarten blijven geheim. Het resultaat is chaos, omdat je niet mag communiceren over wat je van plan bent. Ik vond het geen succes.



maandag 30 april 2012

Koninginnedag 2012

Net zoals vorig jaar ben ik vandaag diverse vrijmarkten langsgegaan om spellen te kopen. En zie hier het resultaat:


Daar ben ik content mee!

Twee spellen (Fangfrisch en Andromeda) heb ik al eens met korting in de winkel zien liggen. Toen heb ik ze niet gekocht, maar voor rommelmarktprijzen gaan ze natuurlijk mee. Packhuys heb ik ooit al gespeeld, en heeft toen geen nare herinneringen achtergelaten.

Had ik nog een Carcassonne-uitbreiding nodig? Waarschijnlijk niet, maar ja, de verzamelaar in mij moest 'm hebben. En Transport is een onbekend spel van een onbekende auteur, maar lijkt zo op het eerste gezicht wel een euro waard (want dat was ik eraan kwijt).

Verder gezien en niet meegenomen: onder andere Iguazu, Manilla, Meander, Lord of the Rings, Bamboleo, het Kolonisten-kaartspel (minstens 10 keer).

vrijdag 13 april 2012

Vier Dobbelspellen

Als een spel succesvol is, dan komt er tegenwoordig al snel een versie met dobbelstenen uit. Het is allemaal begonnen met Risk Express, en andere spellen uit die serie (Monopoly Express, Levensweg Express, enzovoorts), maar het zijn nu ook de Duitse topspellen die een dobbelversie krijgen. De afgelopen paar dagen heb ik er 4 kunnen spelen, en het niveau bleek erg variabel. Maar er zaten enkele bij die de moeite waard zijn.


Boonanza: het dobbelspel
Op de 7 dobbelstenen staan, natuurlijk, verschillende soorten bonen. Je mag ze onbeperkt overgooien, zolang je na iedere worp maar minstens 1 dobbelsteen opzij legt. Zo probeer je combinaties te vormen die op je kaartje staan, te beginnen met de onderste. Na 3 combinaties heb je een muntje verdiend, en voor iedere verdere geslaagde combinatie krijg je nog een muntje meer. Je kan meerdere combinaties in 1 worp bereiken, maar als dat niet lukt, ga je de volgende beurt weer verder waar je gebleven was.

Omdat je op ieder moment kan besluiten de huidige kaart te converteren in punten, en omdat je volgende kaart altijd al zichtbaar is, sta je vaak voor de keuze of je op een gegeven moment al aan die nieuwe kaart wilt beginnen. Er is daarom zeker wat denkwerk voor nodig om het Boonanza-dobbelspel te spelen. Ook omdat de tegenstander ook kan meeprofiteren van jouw worpen.

Dit is een best aardig spelletje, dat de moeite van het spelen waard is. Met het oorspronkelijke spel heeft het echter niet veel gemeen.


Keltis: het dobbelspel
De zoveelste Keltis-variant, en het lijkt erg op het Keltis-bordspel en het kaartspel. Op 5 dobbelstenen staan de 5 bekende Keltis-symbolen, en het groene bonus-symbool. Je mag de dobbelstenen 1 keer overgooien, en daarna mag je 1 van de 5 symbolen uitzoeken, en op dat scorespoor net zoveel vakjes naar voren gaan als je gegooid hebt.

Voor ieder scorespoor waar je aan begonnen bent, krijg je aan het eind van het spel punten: strafpunten als je minder dan 4 stappen hebt gezet, en pluspunten als je verder bent gekomen. Ook voor de bonus-fiches krijg je natuurlijk punten.

Dat lijkt simpel, en in de praktijk is dat het ook. De keuzes die je moet maken zijn zelden moeilijk, en nooit echt pijnlijk: meestal kies je gewoon het symbool waar je de meeste van hebt, tenzij je steentje op een ander scorespoor precies op een kabouter zou belanden (want dan krijg je meteen nog een beurt). Het spel is qua strategische diepgang nog het best te vergelijken met Yahtzee, maar dan alleen met de bovenste helft van het scoreblok.


Carcassonne: het dobbelspel
Het enige positieve dat ik over dit spel kan melden, is dat het in een wel heel grappig doosje zit. O ja, en het duurt maar kort.

Op iedere dobbelsteen zijn zwarte vormen afgebeeld, die overeenkomen met de stadsdelen op de tegels in het reguliere Carcassonne. Je mag 3 keer gooien, en na iedere worp mag je de gegooide stadsdelen in de vorm van een stad neerleggen. Na 3 worpen scoor je je stad, waarbij grote steden veel meer punten opleveren dan kleine steden.

Dan heb je ook nog katapult-symbolen; die dobbelstenen ben je meteen kwijt; en riddersymbolen. Met 3 ridders mag je ervoor kiezen om deze beurt niets te scoren, en dan telt je volgende beurt dubbel. Meestal is het echter beter om niet te gokken op een goede beurt, maar om gewoon iedere beurt een mooie stad te scoren.

De beslissingen in dit spel zijn eenvoudig, en er zit nauwelijks interactie in met de tegenstanders. Tijdens het spel zat ik me voornamelijk te vervelen. Dit is een absolute afrader.




Zooloretto: het dobbelspel
Dit is de dobbelversie van Zooloretto, dat in Nederland uitgebracht is als Burgers' Zoo. Van de hier besproken dobbelspellen blijft deze het dichtst bij de oorspronkelijke uitgave.

Op de 6 dobbelstenen staan 5 verschillende dieren afgebeeld, en een muntje. Als je aan de beurt bent, mag je 2 dobbelstenen gooien, en daarna op een van de vrachtwagens op het speelbordje leggen. Je mag in plaats daarvan ook een van de vrachtwagens uitkiezen, om dan die dobbelstenen te scoren.

Iedere speler heeft een scoreblok, waarop hij de verzamelde dieren kan afstrepen. Voor ieder dier is er maar een beperkt aantal plekken: zo hoef je in het hele spel maar 1 aap te verzamelen, maar wel maar liefst 5 olifanten. Als je er daarna nog een gooit, dan kost dat per diersoort 2 strafpunten, die je dan weer ongedaan kan maken door voldoende muntjes te verzamelen.

Het dobbelspel is wat eenvoudiger dan het Zooloretto-bordspel, en doet wel wat denken aan diens voorganger, het kaartspel Coloretto. Van alle hier genoemde spellen is Zooloretto de meest interactieve, en heeft het de interessantste beslissingen.


Het is mogelijk om een bordspel te converteren naar een leuke, korte dobbelvariant. Maar de ontwerpers van Carcassonne en Keltis zijn hier duidelijk niet in geslaagd. Boonanza is een leuk tussendoortje, maar de winnaar van deze vergelijkende test is overduidelijk Zooloretto. Later dit jaar komt de Nederlandse editie uit, naar het schijnt onder de naam "Dierentuin dobbelspel". Ik ga 'm in ieder geval kopen.

maandag 9 april 2012

Maart 2012

Maart was wederom een matige maand, met maar 43 gespeelde spellen, waaronder 7 keer Dominion.

Ook het aantal nieuwe spellen hield niet over: het waren er deze maand maar twee.

Upon a Salty Ocean
Dit is een mooi economisch spel over de zeevisserij in de Franse havenstad Rouen. Om geld te verdienen moet je schepen bouwen, en daarna zout aan boord laden en uitvaren. Op zee ruil je de zout in tegen haring en kabeljauw, die je op de markt kan verkopen. Ondertussen kan je ook geld verdienen door het bouwen van allerlei havengebouwen, of zelfs door het meehelpen aan het bouwen van de kathedraal van Rouen.

De mogelijke acties in dit spel zijn verdeeld in 4 categorieën: bouwen van een gebouw; bouwen of inladen van een schip; varen van haven naar oceaan of andersom; en handelen (in- of verkoop van zout of vis) op de markt. Om de beurt kiest iedere speler een van deze acties, net zolang tot ze dit niet meer kunnen of willen betalen. Acties worden namelijk steeds duurder. De eerste speler die in een ronde bijvoorbeeld een gebouw bouwt, doet dat gratis, maar iedere volgende keer wordt die actie 1 franc duurder.

Timing is dus heel belangrijk: probeer de belangrijkste acties zo vroeg mogelijk uit te voeren, want dan zijn ze het goedkoopst. Bovendien gaan de marktprijzen bij iedere verkoop omlaag; de visser die als eerste in een ronde een grote lading vis verkoopt, krijgt er het meeste. Vaak is het beter om te wachten tot de volgende ronde, want aan het begin van iedere ronde gaat de prijs omhoog. Maar dan moet je wel goed in de beurtvolgorde zitten.

Upon a Salty Ocean is een geslaagd spel, al heeft het wel een paar scherpe randjes. De spelersvolgorde is wel heel erg belangrijk, waardoor het soms kan lonen om tegennatuurlijke acties te nemen om die volgorde te beïnvloeden. Niettemin is dit een spel dat ik nog wel een paar keer zou willen spelen.


Ninjato
Ninjato is een redelijk standaard werkverschaffingsspel, dat zich afspeelt in Japan. De spelers zijn ninja's, die proberen in te breken bij een aantal rijke families. Daarbij worden schatten verzamelt, die dan weer ingewisseld kunnen worden voor invloed bij diezelfde families.

Iedere speler heeft 4 mooie grote werpsterren, die ze om de beurt ergens op het bord kunnen leggen om een actie te nemen. Daarna is er een ronde voorbij. Het hele spel duurt 7 ronden, met 3 keer een puntentelling, waarin je punten krijgt voor de invloed die je hebt in de 3 families.

De belangrijkste actie die je kan kiezen is het inbreken. Ieder huis wordt bewaakt door een stapel ninja's, die je een voor een moet verslaan door het uitspelen van de juiste kaart. Na iedere ninja die je verslagen hebt, krijg je een van de waardevolle objecten van die familie. Daarna moet je bepalen of je door wilt gaan met de inbraak. Omdat je nog niet weet hoe sterk de volgende ninja is, is dat altijd een gok, en als er een ninja omgedraaid wordt die je niet kan verslaan, raak je de schatten kwijt die je die beurt verzameld hebt, op de minst waardevolle na.

Naast het inbreken zijn er nog enkele andere mogelijke acties: je kan kaarten trekken, of je kan gewonnen schatten inwisselen voor kaarten die familieleden voorstellen (en die dus punten opleveren bij de tussentijdse tellingen) of kaarten die aan het eind van het spel bonussen opleveren.

Ninjato zit goed in elkaar, en ik heb het met veel plezier gespeeld. Maar zo zijn er veel spellen, en een spel heeft echt iets bijzonders nodig om boven de massa uit te komen. Ninjato heeft dat speciale helaas niet.

zaterdag 3 maart 2012

Februari 2012

Dit maandoverzicht laat niet zo lang op zich wachten als die van januari. Ik heb in februari namelijk niet veel gespeeld: ik speelde slechts 25 spellen, waaronder maar 1 nieuwe. Dat is dus ook automatisch mijn beste spel van de maand:

Conquistador
Jawel, voor de tweede maand op een rij is mijn favoriete nieuwe spel er eentje van Wolfgang Kramer uit de jaren 90. Conquistador is niet zo bekend geworden als Tikal, maar zeker de moeite van het spelen waard.

Het eerste dat opvalt aan de doos is de gelijkenis met El Grande. En dat is geen toeval, want de spellen delen een spelmechanisme: ook in Conquistador begint iedere ronde met het bepalen van de beurtvolgorde. Iedere speler kiest een kaart uit, en de speler met de hoogste kaart begint.

Op de kaart die je speelt staan ook een aantal caballero's: op lage kaarten meer dan op hoge. Deze caballero's mag je aan je voorraad toevoegen, om ze in je eigen beurt te gebruiken om acties uit te voeren. Als je dus het eerst aan de beurt wil zijn, dan heb je dus minder acties te besteden dan de spelers na je.

En wat kan je dan zoal voor acties doen? De enige verplichte actie is het kiezen van een van de 5 landschapstegels die iedere ronde worden opengelegd. Deze tegels moet je daarna aanleggen aan het speelveld. Natuurlijk moeten daarbij land aan land en zee aan zee grenzen.

Daarnaast mag je tegels in je eigen kleur aanleggen. De zijdes van deze tegel (voor- en achterkant) zijn genummerd, 1 t/m 8; als je een tegel zo aanlegt dat hij met een zijde aan land grenst, dan geeft dat getal aan hoeveel caballero's je in dat stuk land hebt. Dit aantal kan je later altijd nog verhogen door het betalen van caballeros' uit je eigen voorraad. Op de zijdes van je caballerotegels die aan zee grenzen mag je (tegen betaling van 2 caballero's) schepen leggen. Je kan je eigen caballerotegels in een latere beurt weer verwijderen als ze je in de weg liggen; die caballero's ben je dan wel kwijt.

Halverwege het spel volgt er een telling. Voor ieder stuk land kijk je wie er de meeste caballero's heeft, en die krijgt punten voor iedere tegel waaruit het land bestaat. Het op een na grootste aantal caballero's levert de helft op, en de nummer drie krijgt daar weer de helft van. Verder leveren alle schepen evenveel punten op als de grootte van de zee waaraan ze liggen. Aan het eind van het spel is er een tweede telling, die precies hetzelfde gaat. En wie dan in totaal de meeste punten heeft, die heeft gewonnen.

Tegels neerleggen, ridders en schepen plaatsen, en dan aan het eind punten scoren als je de meeste ridders op een bepaald land of zee hebt staan. Je zou haast zeggen dat Conquistador een Carcassonne-kloon is. Maar het tegendeel is het geval: het is een paar jaar eerder uitgekomen dan Carcassonne, en het is waarschijnlijk dat dat laatste spel gedeeltelijk geinspireerd is door Conquistador.

De regels van Conquistador zijn een stuk minder gestroomlijnd dan die van Carcassonne. Je hebt in een beurt veel meer opties, en daardoor is het spel een stuk complexer en dieper. Maar iedere beurt duurt ook een stuk langer, waardoor Conquistador eigenlijk net iets te lang duurt. En dan hebben we nu alleen nog maar het basisspel gespeeld; de spelregels bevatten ook een complexere variant.

Ik begrijp waarom Conquistador niet zo'n grote hit is geworden als zijn jongere neefje. Maar ik zal het zeker nog wel eens willen spelen; daarvoor bevat het genoeg taktische en strategische uitdaging.

dinsdag 28 februari 2012

Januari 2012

Door ziekte, drukke werkzaamheden en een nieuwe iPad (waarover later meer) was ik er tot nu toe niet toe gekomen om mijn maandoverzicht te posten. Gelukkig is het nog februari, dus het kan nog net. Veel hebben jullie niet gemist, want januari was maar een matige maand. In totaal heb ik 58 keer een spel gespeeld, waarvan Dominion zoals gewoonlijk het vaakst: 13 keer.

Slechts 4 spellen speelde ik in januari voor de eerste keer. Hieronder staan ze, met de beste voorop:

Tikal
Deze klassieker had ik nog nooit eerder gespeeld, hoewel hij al een tijdje op de plank lag. In Tikal ben je een archeoloog, die in Midden-Amerika op zoek gaat naar schatten. Iedere beurt leg je een oerwoud-tegel aan. Daarna mag je voor 10 actiepunten bewegen, opgravingen doen, of nieuwe pionnen in het spel brengen.

Om de zoveel tijd trekt iemand een vulkaan-tegel. Dan volgt er een speciale ronde, waarin iedereen aan het eind van zijn beurt zijn punten telt. Om punten te verdienen bij een opgraving, moet je er de meeste pionnen hebben. Ook kan je bonuspunten verdienen met schatten, die her en der op het bord te verdienen zijn.

Tikal is een aardig spel. Het is al wat ouder, en dat is te merken; het spelverloop doet wat ouderwets aan. Omdat je tijdens je beurt meerdere acties kan doen, en je zo veel opties hebt, gaat het spel vaak wat traag. Maar als je het met snelle spelers speelt, is het zeker de moeite waard.


Die Minen von Zavandor
In Die Minen von Zavandor is iedere speler een dwerg, die edelstenen opgraaft en deze vervolgens inzet om punten te verdienen. In iedere ronde trek je eerst een aantal edelsteenkaarten; hoeveel, dat wordt bepaalt door hoeveel mijnkarretjes je hebt. Op iedere kaart staat een bepaald soort edelsteen; er zijn verschillende stapeltjes kaarten, ieder met een andere mix van edelstenen. Zo weet je dus van tevoren ongeveer, maar nooit
precies, welke stenen je gaat trekken.

Dan volgt er een blinde veilingronde. Iedereen kiest in het geheim een aantal kaarten uit zijn hand. Nadat deze bekend gemaakt zijn, wordt voor ieder soort edelsteen bepaald wie de meeste heeft. De winnaar van iedere veiling krijgt een punt, of een kaart die je op je speelbord mag neerleggen. Hier kunnen allerlei voordelen opstaan, zoals nieuwe mijnkarretjes, of bonuspunten, enzovoorts.

Tenslotet mag je edelstenen inzetten om kaarten op je speelbord op te waarderen. Welke soort edelstenen je hiervoor mag gebruiken, dat bepaalt de winnaar van de veiling van groene edelstenen.

Ik heb mij vermaakt met Die Minen von Zavandor. Het is een sneeuwbalspel: aan het begin kan je nog niet zoveel, maar door het verzamelen van kaarten op je speelbord krijg je gedurende het spel steeds meer mogelijkheden. Normaal ben ik niet zo'n fan van blinde veilingen, maar in dit spel stoorde ze me niet echt.


Paris Connection
Op het eerste gezicht doet Paris Connection denken aan spellen als Samarkand en German Railways. Maar al snel blijkt dan dat Paris Connection een stuk lichter is dan zijn verre verwanten. Acht spoorwegen proberen vanuit Parijs een netwerk op te bouwen op de kaart van Frankrijk.

Aan het begin van het spel trekt iedere speler in het geheim een handvol treintjes uit de zak. Deze treintjes stellen aandelen voor in de desbetreffende spoorwegmaatschappij. Daarna begint het echte spel. In iedere beurt mag je kiezen: ofwel je mag een van je aandelen omruilen voor een andere, ofwel je mag een van de spoorwegnetwerken uitbreiden door een aantal treintjes op het bord te leggen.

Als een netwerk een van de steden op het bord bereikt, gaat de waarde van het bedrijf omhoog. Maar iedere maatschappij heeft maar een beperkt aantal treintjes, dus als je een bedrijf dwars wilt zitten, dan kan je veel van z'n treintjes op het onprofijtelijke platteland zetten. Maar je kan natuurlijk ook doen alsof, want aan het begin van het spel weet niemand welke aandelen je bezit.

Het spel eindigt als een aantal maatschappijen geen treintjes meer hebben, of als een van de maatschappijen Marseille bereikt. Als een aantal mensen samenwerken, dan kan dat best snel gaan, en je weet dus eigenlijk aan het begin niet hoe lang het spel zal duren.

Bij Paris Connection gaat het er vooral om om de intenties van je tegenstanders goed in te schatten. Het spel duurt daarbij echter zo kort, dat je daarbij ook veel geluk nodig hebt om de goeie aandelen te trekken. Wat mij betreft heeft het spel net niet genoeg inhoud; ik speel liever zijn wat pittigere familieleden.


Khan
Op de kaart in Khan staan 8 pionnen. Aan het begin van iedere beurt wordt een kaart omgedraaid, waarop staat welke pion in welke windrichting beweegt. Op de plaats waar de pion vandaan komt, wordt een neutrale hut gelegd. Daarna mag de speler die aan de beurt is een aantal acties doen: kaarten uitspelen om een pion nog een zet te laten doen, hutten in je eigen kleur op het bord leggen, of een tegel op het bord leggen.

Tegels bestaan uit onregelmatige vormen, die meerdere vierkanten op het bord bedekken. Je kan een tegel alleen leggen op een gebied dat volledig bezet is door hutten: zowel neutrale als gekleurde. Daar verdient de speler die de meerderheid van de hutten bezit (waarbij je neutrale hutten negeert) punten mee; meestal ben je dat natuurlijk zelf.

Ik vond Khan niet echt heel geslaagd. Een goede taktiek is om zoveel mogelijk van de hutten van de tegenstander te bedekken met tegels, op zo'n manier dat je toch nog net zelf de meerderheid bezit. Daardoor wordt het spel wel heel erg confrontationeel. Maar omdat je mogelijkheden iedere beurt door je kaarten worden bepaald, zit er naar mijn smaak teveel toeval in het spel.