dinsdag 5 oktober 2010

Spiel 2010: vooruitblik 3

Ook voor mensen die niet van kaartspellen of lange treinenspellen houden, zijn er voldoende leuke nieuwe spellen te vinden op Spiel. Het is nog best moeilijk om die allemaal te vinden, want je kan alleen afgaan op de (partijdige) beschrijvingen van de uitgevers. Voor een paar spellen zijn er dan ook nog recensies van speltesters. Met die summiere bronnen is het lastig de leukste spellen uit te kiezen uit het overweldigende aanbod.

Hieronder staan een aantal spellen die mijn interesse gewekt hebben. Dat betekent nog niet dat ik ze ga kopen, en helemaal niet dat ik andere mensen ze zou aanraden, maar ik zal ze in Essen in ieder geval gaan bekijken.
  • 7 Wonders. De eerste berichten over dit spel zijn vrijwel unaniem lovend. Gedurende 3 ronden proberen de spelers de wereldwonderen te bouwen. Aan het begin van een ronde krijgt iedere speler 7 kaarten; hieruit kiezen ze er 1, die gespeeld kan worden (eventueel na betaling van de bouwkosten) en de rest wordt doorgegeven aan de linkerbuurman. Herhaal tot iedereen 6 kaarten gespeeld heeft. Sommige kaarten leveren grondstoffen, en andere geven kortingen op gebouwen. En een paar gebouwen zijn zelfs door de spelers naast de eigenaar te gebruiken, tegen betaling uiteraard.

    Omdat in ieder spel een willekeurige selectie van alle kaarten wordt gebruikt, is de wederspeelbaarheid (naar men zegt) groot. Voeg daarbij nog de prachtige opmaak van de kaarten en de speelborden die de speelbaarheid niet in de weg zit. Ik ben in ieder geval erg nieuwsgierig geworden.

    En toch ben ik er nog niet zeker van dat ik dit spel echt ga waarderen. De handleiding is intussen on-line gezet, en het lijkt me allemaal een beetje te simpel. Ik zie nog niet goed in hoe 7 Wonders het niveau van een Race for the Galaxy of een Dominion kan halen. Het wordt ook nogal eens vergeleken met Fairy Tale, wat wel een aardig spelletje is, maar geen hoogvlieger. Gelukkig neemt een van mijn regelmatige medespelers het spel waarschijnlijk wel mee naar huis, dus kan ik het dan in ieder geval uitproberen.
  • The Great Fire of London 1666. Het blussen van een grote brand lijkt mij een geweldig onderwerp voor een cooperatief spel in de stijl van Pandemie, met de spelers in de rol van brandweermannen. Helaas had Londen in de 17e eeuw nog geen brandweer, dus zijn de spelers grootgrondbezitters, die ieder 20 huizen in de City bezitten. Natuurlijk willen zij de brand blussen, maar een nog grotere prioriteit is om hun eigen huizen te beschermen; desnoods door het vuur in de richting van de huizen van een tegenspeler. In plaats van samenwerking biedt dit spel dus confrontatie, en aan het eind is er maar 1 winnaar.

    Het is voornamelijk het originele thema dat mij trekt in dit spel; ik hoop dat ik het spel op Spiel kan uitproberen, of in ieder geval kan bekijken. Als het spel op Essen te zien is, natuurlijk. De uitgever, JKLM Games, heeft de reputatie om vaak veel te laat te zijn met de publicatie van hun spellen. Maar het is nog maar twee weken tot aan Essen; veel kan er nu niet meer mis gaan, zou je zeggen.
  • Merkator. Uwe Rosenberg staat de laatste jaren garant voor goede middelzware spellen. Agricola is natuurlijk zijn grootste hit, maar ik heb afgelopen week zowel Le Havre als Loyang weer gespeeld, en ook dat zijn toppers, die ik eigenlijk vaker zou moeten spelen. Zijn nieuwe spel is Merkator, dat zich afspeelt tijdens de 30-jarige oorlog (die in Nederland bekender is als 80-jarige oorlog). De spelers zijn handelaren, die vanuit Hamburg hun waren proberen te slijten aan alle strijdende partijen.

    De uitleg van Uwe zelf klinkt behoorlijk ingewikkeld, met opdrachtkaarten en puntenkaarten en tijdfiches, maar ik heb er vertrouwen in dat ook Merkator weer prima speelbaar is. Ook van Merkator is de handleiding trouwens al op internet te vinden; ik ga 'm binnenkort eens uitprinten en doorlezen. En op Spiel zal ik 'm zonder twijfel ongespeeld kopen; ik moet me immers toch al bij de stand van Lookout Games melden (daarover later meer).
  • Sun, Sea & Sand. Een andere favoriete ontwerper van mij is Corne van Moorsel. Hij heeft net 3 nieuwe spellen voor Essen bekend gemaakt, en daarvan klinkt Sun, Sea & Sand het interessantst. Corne heeft mij de afgelopen jaren diverse keren verrast met simpele maar boeiende spellen. Factory Fun, Gipsy Kings (dat ik vorig jaar eigenlijk alleen maar kocht omdat je daar gratis de Factory Fun uitbreiding bij kreeg), en Powerboats zijn alle drie spellen die ik met veel plezier speel. Hopelijk is dit spel van hetzelfde niveau.

    Het onderwerp is redelijk origineel (hoewel het wel met Hotel Samoa wordt vergeleken; een spel waar ik niets van weet): iedere speler beheert een vakantiepark met bungalows en allerhande attracties. Daarmee proberen ze zoveel mogelijk touristen te trekken. Het spel bevat een leuk mechanisme dat voor iedere tourist bepaalt hoe lang hij in het park blijft; dit hangt natuurlijk af van het aantal attracties van het juiste soort. Verder is het een lichte worker-placement spel, en daar heb ik er nog niet zoveel van.

    Helaas is er behalve het persbericht van de uitgever nog niet veel bekend; zo zijn er nog nauwelijks recensies verschenen op de BoardGameGeek. Even afwachten dus nog of Sun, Sea & Sand de 30 euro waard is die ervoor gevraagd wordt.
  • Furstenfeld. Dit is hetzelfde verhaal: een nu net aangekondigd spel waarover niets bekend is, maar wel van een van mijn favoriete ontwerpers. Furstenfeld gaat over het bouwen van een kasteel op een stukje land. Om geld voor de bouw te verdienen leg je eerst hopvelden aan, en bouw je brouwerijen. Later moet je die weer afbreken om plaats ye maken voor het kasteel. Volgens de omschrijving van de uitgever is het ruimtegebrek een van de belangrijkste mechanismen in het spel: als je iets nieuws wil bouwen moet je steeds een van je oudere gebouwen afbreken.

    Furstenfeld lijkt mij de aardigste van Friedeman Frieses ontwerpen die op Spiel in premiere gaat. Verder heeft hij ook nog "Schwarze Freitag" (een aandelenspel) en "Famiglia" (een 2-persoons kaartspel) ontworpen, en daar ga ik ook nog wel even naar kijken.
Kortom, aardig wat nieuwe spellen, maar nog veel onzekerheid over wat ik wil gaan kopen. Binnenkort komt er nog een laatste kleine vooruitblik, en over 2 weken is het dan eindelijk zover.

vrijdag 1 oktober 2010

Spiel 2010: vooruitblik 2

Enkele weken geleden heb ik een aantal kaartspellen genoemd die ik op Essen wil gaan kopen. Maar er zijn ook bordspellen waar ik naar uitkijk. Opvallend genoeg zijn er dit jaar behoorlijk wat nieuwe spellen in het 18xx-genre. Dit is een type spel dat ik de laatste tijd vaak speel, en ik ben dan ook zeker van plan mijn verzameling uit te breiden.

Het kenmerk van 18xx-spellen is dat spelers kunnen investeren in spoorwegmaatschappijen. Vervolgens is iedere maatschappij aan de beurt om rails te leggen, treinen te kopen, en treinen te laten rijden. De beslissingen van iedere maatschappij worden hierbij genomen door de grootste aandeelhouder. Helaas duren de meeste spellen meerdere uren, dus ik ben altijd op zoek naar de snellere spellen uit de serie.

Het eerste spel dat mijn belangstelling heeft getrokken is 1860: Railways on the Isle of Wight. Dit is een spel uit 2004 dat opnieuw heruitgegeven gaat worden. Lang was het onduidelijk of 1860 Essen wel ging halen. De uitgever, het Britse JKLM Games, staat niet echt bekend om zijn gehaalde deadlines. Maar pas geleden is bekend geworden dat deze tweede oplage ook door Z-Man uitgegeven gaat worden, en in hun heb ik meer vertrouwen. Ik ga ervanuit dat hun belofte klopt dat het spel op Spiel beschikbaar zal zijn.

Zoals de naam al aangeeft, speelt 1860 zich af op het eiland Wight. Dit is een relatief beperkt gebied, waarin maar een paar spoorwegmaatschappijen zijn geweest; dit heeft tot gevolg dat 1860 erg geschikt is voor een laag speleraantal. Het schijnt zelfs met 2 personen goed te spelen zijn, en dat is zeldzaam in dit genre. Gekoppeld met een speelduur die (voor een 18xx) nog redelijk binnen de perken blijft (op de doos staat een lengte van 4 uur) levert dat een spel op dat ik niet kan laten liggen.

Poseidon is een buitenbeentje in het 18xx-genre. In dit spel, dat zich afspeelt in de Oudheid, bestuur je geen spoorwegen, maar volkeren rond de Middellandse Zee. Met handelsroutes probeer je zoveel mogelijk geld te verdienen. Het opzetten van de handelsroute schijnt eenvoudiger te zijn dan het neerleggen van de spoorwegtegels in standaard 18xx-en; dit bespaart een boel tijd, en daarom zou dit spel in ca. 2 uur gespeeld moeten kunnen worden.

Het thema is een van de redenen dat ik 18xx een leuk genre vind; ik houd van treintjes. Toch zie ik wel uit naar Poseidon. De ontwerpers (Ohley en Orgler) zijn twee bekende namen in de 18xx-wereld, en hebben al meerdere succesvolle spellen bedacht. En als het inderdaad zo snel speelt als men belooft, kan dit spel zelfs op een normale spellenavond op tafel komen. Grote kans dus dat Poseidon zijn prijs wel waard is.

Helmut Ohley is erg druk geweest, want hij brengt dit jaar nog een spel uit: Railroad Barons. Hiervoor heeft hij het hele spoorwegdeel van de normale 18xx-spellen weggelaten. Railroad Barons gaat eigenlijk alleen nog maar over aandelen, en over geld. Nu vind ik dat dus meestal niet het meest interessante deel van dit soort spellen, maar dit verdient een kans. Voor een 18xx is Railroad Barons namelijk spotgoedkoop: 20 euro slechts. 2 spelers, 45 minuten... Het proberen waard dus, ook voor mensen die niet bekend zijn met 18xx. Bovendien wordt dit spel (net zoals Poseidon) uitgegeven door Lookout Games, met illustraties door Klemens Franz (van de Agricola-tekeningen), dus zit het met de vormgeving ook wel goed.

Naast de genoemde spellen komt op Essen ook 1880: China uit — een klassieke 18xx met een speelduur van 6 uur. Vorig jaar was ook al 1853 opnieuw uitgegeven. Beide spellen zal ik waarschijnlijk links laten liggen. Volgend jaar zal ook 1830 opnieuw uitgebracht worden. Dit is een van de eerste spellen uit het genre, en volgens velen nog steeds een van de beste. Die zal t.z.t dus waarschijnlijk wel aan mijn groeiende 18xx-verzameling toegevoegd worden.

zondag 12 september 2010

Eerste indruk: It Happens

De naam van het spel "It Happens" was in de originele Duitse uitgave nog twee letters langer. Voor het internationale publiek is de titel echter aangepast; tenslotte is dit spel bedoeld voor spelers vanaf een jaar of 8, en op die leeftijd kennen ze het woord "shit" natuurlijk nog niet. Vooral in Amerika wordt hier nogal een probleem van gemaakt.

Affijn, It Happens dus. Maar wat er precies happent, daar is de titel niet heel duidelijk over. Het blijkt een aardig maar vederlicht dobbelspelletje te zijn. Het gaat over een miereneter, maar dat thema heeft met het spel zelf eigenlijk niets te maken, op de aardige tekeningen op de speelborden na.

Het spel voltrekt zich in 4 ronden, waarin steeds 3 speelborden worden opengelegd. In totaal bevat het spel 12 borden, dus dat komt mooi uit. Op ieder bord staan 5 kolomen met 1 tot 3 vakjes voor dobbelstenen. Iedere speler heeftt 5 dobbelstenen in zijn eigen kleur.

Om de beurt gooi je nu met 1 dobbelsteen. Daarna moet je deze op 1 van de borden plaatsen. Als je 'm op een bord plaatst waar je nog niet staat, moet je altijd de meest linkse vrije kolom kiezen. Kies je een bord waar je al wel staat, dan moet jede dobbelsteen in dezelfde kolom zetten als je vorige dobbelstenen op dat bord. Is die kolom al vol, dan kan je dus niets meer op dat speelbord kwijt.

Sommige vakjes bevatten een afbeelding van een worm of een stuk afval (een handschoen, een halve bril, een schatkaart, et cetera). Als je op een van deze vakjes gaat staan, krijg je een fiche met het afgebeelde plaatje. Wormen kan je later in het spel inzetten om een dobbelsteen opnieuw te gooien; afvalfiches leveren aan het eind van het spel bonuspunten op.

Hebben alle spelers 5 keer gegooid, dan is de ronde voorbij, en worden er per speelbord punten uitgedeeld: de meeste voor de speler met de meeste ogen op dat bord; wat minder voor de speler op de tweede plaats. Ook zijn er op ieder bord extra wormen te verdienen voor spelers die precies een bepaald aantal ogen hebben gegooid. Vaak is dat aantal ogen 1 of 2, zodat de wormen vooral naar de verliezers op dat bord gaan, bij wijze van troostprijs.

En dat dus 4 ronden lang, met aan het eind nog 1 punt per worm, 10 punten voor de speler met de meeste verschillende afvalfiches, en 5 punten als je van een bepaald afvalfiche er 2 of meer hebt. De speler met de meeste punten wint!

Alle dobbelspelletjes hebben natuurlijk een geluksfactor, maar in It Happens is deze factor wel erg groot. Mijn indruk is dat je eindscore voor minstens driekwart afhangt van hoe hoog je gooit. En dat kan erg verschillen tussen de spelers, omdat iedereen maar 20 keer gooit in het hele spel (even afgezien van het inzetten van een worm). Aan de andere kant zijn de keuzes van iedere speler eigenlijk heel simpel: na iedere worp heb je maximaal 4 mogelijkheden: overgooien (als je een worm hebt), of de dobbelsteen op een van de 3 borden zetten (voor zover je kolom nog niet vol is). En meestal is de keuze niet moeilijk.

De naam "Shit Happens" suggereert dat de spelers belaagd zullen worden door allerhande rampspoed, maar dat valt tegen. Je gooit een 3 terwijl je een 4 nodig hebt, of iemand anders zet zijn dobbelsteen in de kolom met de afgedankte luidspreker die jij graag had willen hebben. Erg dramatisch is het niet.

Als je een dobbelspelletje zoekt waarvoor strategie nodig is, en waarin je je tegenstanders wel dwars kan zitten, dan kan je beter Regenwormen of Sushibar nemen. It Happens valt in een veel luchtigere categorie. Best genietbaar als tussendoortje, of als je het met heel jonge spelers wilt kunnen spelen. Maar kies in dat geval alsjeblieft wel de gekuisde internationale editie.

dinsdag 7 september 2010

Race for the Galaxy: 111 punten

Peter Hein had het al gezegd: met de nieuwste uitbreiding erbij zijn scores boven de 100 mogelijk, maar mij was het nog niet gelukt. Tot ik vanavond het volgende tableau bij elkaar speelde:
Maar liefst 111 punten, dankzij de prestigepunten die ieder 3 punten waard waren.

Mijn oude record, zonder Brink of War, was 88 punten.

zaterdag 4 september 2010

Augustus 2010

De afgelopen maand heb ik op 14 dagen in totaal 29 verschillende spellen gespeeld. Het vaakst speelde ik Dominion (14x), Taipan (8x), Pandemie (6x) en Fits (3x).

Van alle spellen die ik deze maand voor het eerst speelde was Forbidden Island het beste. Vergeleken met Pandemie, de grote broer, heeft Forbidden Island minder regels en dus minder complexiteit, maar niet veel minder spanning.

De eenvoudigere regels betekenen dat Forbidden Island voor andere gelegenheden geschikt is dan Pandemie. Bij cooperatieve spellen heb je al snel dat een van de spelers het spel domineert, omdat hij de regels beter kent. Bij Pandemie ben ik die speler vaak zelf, omdat ik het nogal eens met nieuwe spelers speel. Als ik het voor die andere spelers leuk wil houden, moet ik me erg inhouden om hun niet alles voor te zeggen, wat vaak inhoudt dat ze het (naar mijn mening) niet handig doet, en dat vind ik zelf dan weer niet leuk.

Goed dus, dat er nu een eenvoudiger spel is. Bovendien duurt het korter, en kan het dus vaker gebruikt worden als tussendoortje. Ik hoop dat Forbidden Island binnenkort ook hier in Nederland te koop zal zijn.

Mijn andere nieuwe spellen waren:
  • Pinguin, dat eruit ziet als een kinderspel, maar dat in werkelijkheid een stevig abstract spel blijkt. Het blijft ook leuk met meer dan 2 spelers (mijn eerste spellen waren met 3), wat niet voor alle abstracte spellen geldt.
  • Fits, de bordspelvariant van Tetris, en bijna net zo verslavend
  • Dungeon Lords, een bordspel dat minder ingewikkeld is dan de omvang van de spelregels doet denken. Ik heb me prima met dit spel vermaakt, maar vraag me af of het (zeker met 2 spelers) niet meer werk dan spel is. Maar nu ik de regels eenmaal onder de knie heb, wil ik het ook wel vaker spelen.
  • Tycoon, een niet onaardig ouder spel over het opbouwen van een zakenimperium. Zie mijn verslag elders op dit blog.
  • Endeavor, een goed eurogame met een weinig origineel thema. Ik heb er een blogje over geschreven.
  • Byzanz, een leuk veilingspelletje. De truc van het spel is dat er iedere ronden een aantal setjes kaarten ter veiling worden aangeboden. Aan het eind van iedere ronde worden de kaarten waarmee betaald is weer teruggegeven aan de spelers. De speler die de minste kaarten heeft gekocht op de veiling mag als eerste de kaarten kiezen die hij terugkrijgt. Zo moet je iedere ronde overwegen of je veel kaarten wilt kopen of dat je ervoor gaat om de beste kaarten terug te krijgen.
  • Havannah, een spel dat erg doet denken aan het spel Hex. In Havannah moet je drie zijkanten of twee hoeken van het zeshoekige bord met elkaar verbinden. Dat is nog best lastig. Een goed spel voor Go-spelers.
  • Avalam, nog een abstract spel. Probeer zoveel mogelijk torentjes van stenen te bouwen met jouw kleur bovenop. Het lijkt een makkelijk spel, maar tijdens het spelen kwam ik erachter dat het toch dieper is dan ik dacht.
  • Parade, een simpel kaartspelletje. Eigenlijk te simpel; het kon mij niet echt boeien.

dinsdag 31 augustus 2010

Eerste indruk: Endeavor

De laatste tijd heb ik een aantal middelzware spellen gespeeld die sinds eind vorig jaar zijn verschenen: Macao (een spel over scheepvaart en het opbouwen van een handelsimperium in het Verre Oosten); Vasco da Gama (een spel over ontdekkingsreizen en het ontwikkelen van handelsroutes naar de Oost); en het Koopmanshuis (een spel over handelsschepen en koopwaar uit verre landen). Alleen dat laatste spel kon mij boeien. Ik was daarna niet echt gemotiveerd om Endeavor te proberen, een spel over ontdekkingsreizen, kolonisatie en handel. Maar tijdens het spelen bleek ik er toch onverwacht plezier in te hebben.

Het spel duurt 7 ronden. Aan het begin van iedere ronde kiest iedere speler een gebouw, en legt deze op zijn persoonlijke speelbord. De gebouwen doen denken aan die van Puerto Rico: op de meeste staan rondjes afgebeeld waar de eigenaar later een werkman naar toe kan sturen om een actie te nemen.

Na het bouwen krijgt iedere speler een aantal nieuwe werkmannen uit de voorraad. Bovendien keren iedere beurt een aantal werkmannen terug uit de gebouwen waar ze een vorige ronde zijn ingezet. Hierna begint de hoofdfase van het spel: het inzetten van al deze werkmannen. De spelers voeren om de beurt een van de acties uit in een van hun eigen gebouwen, net zolang tot de mannen op zijn. En nadat iedereen gepast heeft is de ronde voorbij.

Er zijn 4 verschillende acties in het spel, waarvan er een vanaf het begin mogelijk is: het "koloniseren". Hiervoor zijn twee werkmannen nodig: een daarvan wordt in een eigen gebouw gezet, en de ander in een van de forten op de wereldkaart op het spelbord. Ieder fort dat je aan het eind van het spel bezit is een punt waard. Ook iedere verbinding tussen twee forten van dezelfde speler is een punt.

Aan het begin van het spel is alleen Europa beschikbaar. Om forten te bouwen in andere werelddelen moeten deze eerst ontdekt worden. Dit gebeurt door de actie "uitvaren". Hiervoor plaats je weer een werkman in een gebouw, en een op een van de zes scheepstracks. Als een scheepstrack vol is, kan er op dat continent gebouwd worden, maar natuurlijk alleen door spelers die meegeholpen hebben het te ontdekken.

De derde actie kost zelfs drie werkmannen: het aanvallen en overnemen van het fort van een andere speler. Als laatste mogelijkheid kan je ook een kaart pakken van een van de stapels op het bord, maar alleen als je voldoende mannen in het desbetreffende werelddeel hebt staan.

Het spel gaat uiteindelijk om punten. Naast de al eerder genoemde punten die je voor forten krijgt, zijn er ook een viertal scoresporen. Bij ieder fort dat je inneemt, of plaats die je bezet op een scheepstrack, krijg je een fiche met een van de vier symbolen van de scoresporen. Die symbolen staan ook afgebeeld op de kaarten die je in een werelddeel kan krijgen. Ieder symbool dat je verzamelt is een punt waard (min of meer), maar brengt bovendien voordelen met zich mee: als je verder komt op het eerste scorespoor kan je aan het begin van een beurt betere gebouwen nemen. Het tweede scorespoor bepaalt hoeveel werkmannen je iedere beurt krijgt, en het derde bepaalt hoeveel werkmannen er iedere ronde terugkeren om opnieuw ingezet te worden. Het laatste scorespoor geeft aan hoeveel kaarten je in totaal voor je mag hebben liggen.

Het zijn geen wereldschokkende innovaties die Endeavor biedt. Maar er zit een goede vaart in het spel, omdat het een vast aantal ronden duurt. De ronden duren zelf ook niet al te lang. Wel krijg je steeds meer mannen ter beschikking, zodat je echt het idee hebt iets op te bouwen. Omdat je alleen acties kan doen in je eigen gebouwen, bepaalt iedere speler door zijn keuze van gebouwen zelf welke acties er mogelijk zijn. Het lijkt erop dat het bouwen van forten, het ontdekken van verre landen, het verzamelen van kaarten, en het oorlog voeren tegen de andere spelers allemaal geldige strategieen zijn om punten te verzamelen. Er is veel interactie tussen de spelers; vooral indirect, maar door het aanvallen van forten bevat het spel ook een behoorlijk hoeveelheid directe interactie.

Een minpuntje is dat het bouwen van de forten nogal abstract is. De forten zijn naamloos, wat vooral in Europa vreemd overkomt. Het is niet duidelijk wat de verbindingen tussen de forten thematisch gezien betekenen. Deze verbindingen zijn ook slecht aangegeven op de kaart: door hun witte kleur zijn ze moeilijk te zien, en doordat ze over de hele kaart kronkelen ook moeilijk te volgen. Maar dat zijn details.

Endeavor is voor mij geen absolute topper, maar goed genoeg om vaker te spelen. En dat is voor een spel over de handel met de Nieuwe Wereld geen vanzelfsprekendheid.

zaterdag 28 augustus 2010

Spellen aan Zee

Dit weekend is in Den Haag de spellenbeurs Spellen aan Zee.  't Is voor mij maar een half uurtje fietsen, dus was ik vanmiddag om een uur of twee bij het bridge-centrum aan de Kerketuinenweg. De lokatie was goed te herkennen: de Belgische bus van de uitgever Asmodee stond voor de deur geparkeerd.

Binnen waren de tafeltjes redelijk goed bezet. Dat is goed nieuws voor de organisatie; het is altijd even afwachten of een beurs gaat lopen, maar voor een eerste editie viel de publieke opkomst (na een aarzelende start 's ochtends) niet tegen. De beurs was verdeeld over een aantal kleine zaaltjes, en was daarom niet heel overzichtelijk. In een aantal kraampjes verkochten winkelieren hun waren. Hier kwam ik onder andere de gloednieuwe Agricola Goodies-box tegen. Niet gekocht, want ik heb het grootste deel van de inhoud al. Ook de nieuwe kaart voor Hoogspanning (Benelux en Midden-Europa) lag er.

Na even rondgekeken te hebben, ging ik aan een tafeltje zitten voor een eerste spel: het abstracte twee-persoonsspel Avalam van Asmodee. Dit was een demonstratiemodel; later zag ik de kleinere normale spellen ook liggen. Avalam doet een beetje denken aan de GIPF-serie, vooral aan DVONN en TZAAR. Je probeert je eigen speelschijven op de schijven van je tegenspeler te zetten, totdat je torens hebt gebouwd die niet meer geslagen kunnen worden. Wie aan het eind de meeste torens heeft, wint. De regels zijn simpel, maar het spel lijkt toch meer diepgang diepgang te hebben dan je na de uitleg zou denken.

Het tweede spel dat ik speelde was Forbidden Island. Dit blijkt een aanrader te zijn. Het is een light-versie van Pandemie. De spelmechanismen zullen bekend zijn voor iemand die met dat eerdere spel van dezelfde ontwerper heeft gespeeld. Forbidden Island is wel een stuk simpeler en korter dan zijn grote broer, maar heeft evenveel spanning. In plaats van het uit de wereld helpen van een aantal enge ziektes ben je dit keer met een groep avonturiers op zoek naar vier schatten op een eiland, dat langzaam aan het onderlopen is. Ik denk erover om dit spel aan te schaffen zodra het in Nederland te koop is (of misschien in oktober op Essen). Met zijn korte speelduur zie ik het wel regelmatig gespeeld gaan worden als startspel van een spellenavond.

Daarna speelde ik nog 2 potjes Havannah, een spel dat veel weg heeft van Hex of Twixt. Op een zeshoekig veld dat onderverdeeld is in kleine zeshoeken probeer je 2 hoeken of 3 zijkanten met elkaar te verbinden. Dit is een echte brainburner; mijn tegenstander was bekend met het spel (en bovendien een ervaren Go-speler); geen wonder dus dat ik twee keer ben ingemaakt.

Ondertussen waren ook de dozen met Kolonisten-spellen aangekomen, waarmee morgen het NK Kolonisten van Catan gehouden gaat worden. Ik zit in de wedstrijdleiding daar, dus ik moet (op zondag!) morgen al om negen uur op de beurs aanwezig zijn. Er worden drie ronden gespeeld: een met het basisspel, een keer met de Zeevaarders-uitbreiding, en een met het nieuwe zelfstandige spel Kolonisten van de Lage Landen.

Deze eerste dag van Spellen aan Zee was wat mij betreft geslaagd. Volgens mij was er was een goede verhouding tussen het aantal spelers en het aantal demonstratietafeltjes, waardoor het niet moeilijk was om een spel te vinden om te spelen, maar het toch gezellig druk was. Het zou mij niets verbazen als deze spellenbeurs ("de grootste in de Randstad") volgend jaar een tweede editie kan beleven.