vrijdag 31 december 2010

Beste wensen voor 2011!

Tja, het beste spel is slechts een uitbreiding op een spel uit 2008. Dat zegt niet zoveel goeds over 2010, toch?

Ach, wat maakt het uit. Spellen gaan jaren mee, dus hebben we het voorbije jaar ook kunnen genieten van al die fantastische spellen uit eerdere jaren. En dat gaan we het komende jaar gewoon weer doen. Ik wens jullie allemaal een voorspoedig 2011, met veel spelletjesavonden met vrienden en wildvreemden.

Gelukkig Nieuwjaar!

De beste spellen van 2010: #1 Dominion Prosperity

2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? De afgelopen 10 dagen heb ik mijn top-10 laten zien. Vandaag de nummer 1: Dominion Prosperity.

Eigenlijk hoef ik niet meer te zeggen dan dat. Want wie Dominion niet kent, heeft niets aan deze uitbreiding, maar wie net zo verslingerd is aan dit fantastische spel als ik, die heeft het spel natuurlijk al lang gekocht. Of in ieder geval op zijn verlanglijstje gezet, als hij op de Nederlandse versie wacht. (Dominion Welvaart komt in 2011 uit.) Maar brengt Prosperity echt iets nieuws?

Aan de ene kant niet. Prosperity bevat eigenlijk geen nieuwe regels, maar alleen 27 nieuwe kaarten. Maar aan de andere kant, Dominion moet het hebben van de grote diversiteit aan kaarten, en dus is elke uitbreiding zo leuk als de kaarten die erin zitten. In plaats van een recensie van het hele spel, laat ik hier dus gewoon een aantal van mijn favoriete kaarten zien:

Watchtower. Als je een kaart verwerft, kan je de Wachttoren laten zien. Vernietig dan de nieuwe kaart, of leg hem op je trekstapel.

Laat de Wachttoren zien als je een Goud koopt, om 'm volgende beurt gelijk te gebruiken. Of verdedig jezelf tegen de Heks van een andere speler; beter dan de Slotgracht, want de Wachttoren vernietigt de vloek zodat ze sneller op zijn. Als de andere spelers Heksen gekocht hebben, kan je zelfs je extra aankopen gebruiken om vloeken te kopen en meteen te vernietigen. Speel de IJzergieterij, neem een eiland, leg 'm op je trekstapel, en gebruik 'm meteen deze beurt.

Het mooiste van de Wachttoren is zijn veelzijdigheid. De goedkoopste kaart van Prosperity is gelijk een van de leukste.

Goons. +1 aankoop, +2 geld, de andere spelers leggen kaarten af tot ze er nog 3 hebben. Als je een kaart koopt, +1 overwinningspunt.

De Goons (waarvoor ik zo 1-2-3 geen Nederlandse vertaling weet) is een heel simpele kaart. Het is een soort Militie, maar hij levert extra punten op voor iedere aankoop die je doet. Die punten krijg je in de vorm van metalen schildjes, die aan het eind van het spel meegeteld worden, en dus niet als overwinningskaart.

Van zichzelf heeft Goons al +1 aankoop, maar hij wordt nog sterker in combinatie met bijvoorbeeld een Markt, zodat je 3 kaarten kan kopen in een beurt, en dus 3 punten krijgt. Natuurlijk is het dan wel handig als je veel geld hebt (en dat is met Prosperity regelmatig  het geval), maar anders kan je nog altijd extra Koper kopen. Of: vloeken. Als je tenminste ook in Wachttorens hebt geïnvesteerd.

Hoard. 2 geld. Als je een overwinningskaart koopt, krijg je een Goud.

Het mooie van geldkaarten is dat je ze altijd kan spelen; je hebt er geen +1 acties voor nodig. Omdat Prosperity helemaal om geld draait, zitten er veel van dit soort kaarten in het spel: geldkaarten die iets doen als je ze uitspeelt. En Hoard is wel een heel aardig voorbeeld. Drie Hoards, en je hebt voldoende geld om een Hertogdom kopen en krijgt daar dan gratis 3 Goud bij. Of beter nog: koop een Harem!

Net zoals Goons het kopen van Kopers aanmoedigt (wat normaal geen goed idee is), betekent de aanwezigheid van Hoard dat er veel meer overwinningskaarten gekocht zullen worden. Dat verandert het hele tempo van het spel, want is er dan nog wel voldoende tijd om geld te sparen voor het kopen van Provincies en Koloniën?

King's Court. Je mag een actiekaart uit je hand kiezen. Speel deze 3 keer.

Deze kaart heeft denk ik niet veel uitleg nodig. Een Troonzaal, maar dan beter! Een keer had mijn tegenstander slechts 2 Koper in handen, maar daarbij wel een Koningshof(?) en een Kopersmid... auw. Ja natuurlijk is dit een heel wisselvallige kaart: je hebt wat geluk nodig dat je 'm samen met een sterke actiekaart trekt. Maar wat is het dan heerlijk om 'm te spelen!

Hij kost wel 7 geld om te kopen, dus je moet er wel even voor sparen. Maar dat is 'ie dubbel en dwars waard. Tenminste, voor mij.

En datzelfde geldt voor Prosperity zelf: 't is een prijzig spel, maar als je zoveel Dominion speelt als ik, dan haal je dat geld er vanzelf uit. En de ontwerper heeft nog voldoende kaarten voor nog 3 uitbreidingen, dus de kans is groot dat Dominion ook in de top-10 van 2011 ruimschoots aanwezig is. En van mij mag het!

donderdag 30 december 2010

De beste spellen van 2010: #2 Baltimore and Ohio

2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? Tot nieuwjaar laat ik mijn top-10 zien. Vandaag de nummer 2: Baltimore & Ohio.

Ik ben een liefhebber van treinenspellen. En dan bedoel ik geen korte spelletjes, zoals TransAmerica of Ticket to Ride. Nee, ik heb het over lange, stevige spellen, vaak zonder geluksfactor. De bekendste voorbeelden hiervan zijn de 18xx-serie (waar ik het wel eens over heb gehad) en Chicago Express. Dit jaar is er een nieuw treinenspel verschenen dat mij erg goed bevallen is. Je zou Baltimore & Ohio kunnen omschrijven als een kruising tussen 18xx en Chicago Express.

B&O bestaat uit een aantal aandelenronden, ieder gevolgd door twee maatschappijenronden. In de aandelenronden kan iedere speler aandelen kopen of verkopen van een of meer spoorwegmaatschappijen. Bij het eerste aandeel dat gekocht wordt, wordt de maatschappij opgericht, en krijgt hij het geld in kas dat voor dat eerste aandeel betaald is. De koper van het aandeel wordt directeur van die maatschappij, en blijft dat tot iemand meer aandelen heeft dan hij.

In de maatschappijenronden zijn de spoorwegmaatschappijen aan de beurt, vertegenwoordigd door de directeur. Deze kan eerst treinen verkopen. Dat is vaak nuttig omdat het iedere beurt geld kost om een trein to onderhouden, en die kosten stijgen in de loop van het spel. Daarna kan een maatschappij een of meer treinen kopen. Vervolgens wordt er aan de spoorwegnetwerken gebouwd. In tegenstelling tot 18xx-spellen zijn er in B&O geen tegeltjes met daarop simpele of ingewikkelde spoorwegen. In plaats daarvan werkt dit spel met eenvoudige blokjes, die op het speelbord gelegd worden om een vakje op een netwerk aan te sluiten.

Sommige vakjes op het bord bevatten steden. Om die steden draait het uiteindelijk, want iedere stad in het netwerk van een bedrijf levert inkomsten op. Tenminste, als het bedrijf voldoende treinen heeft. Iedere trein kan namelijk een aantal steden bedienen. Vroege treinen maar weinig (1 of 2), latere treinen wel 5 of 6. Tel de inkomsten van de steden die je treinen kunnen bezoeken bij elkaar op, en dan heb je de totale winst van je bedrijf. Die kan je dan in kas houden om later bijvoorbeeld betere treinen aan te schaffen, of uitkeren aan de aandeelhouders. In het laatste geval kan de aandelenkoers stijgen, maar alleen als de winst van het bedrijf hoger is dan die van de vorige beurt.

Het spelverloop klinkt best wel als dat van een 18xx-spel. Toch zijn er kleine verschillen, die grote invloed hebben op het spelverloop. Baltimore & Ohio is 90% constructief: je probeert je maatschappijen zo goed mogelijk te beheren en uit te breiden. Blokkeren is slechts gedeeltelijk mogelijk, en is meestal maar tijdelijk. Hoewel het soms gebeurt dat de directuer aandelen dumpt van zijn eigen bedrijf, en daardoor een andere speler (ongewild) directeur maakt, is dit meestal niet erg schadelijk voor deze laatste speler. Deze kan namelijk ook al zijn aandelen verkopen op 1 na, en dit laatste aandeel is het maximum dat hij aan verlies kan oplopen bij zo'n manoeuvre.

Bij Baltimore & Ohio gaat het niet om gemene trucs, maar om de opbouw van je maatschappijen. Daarbij is iedere actie belangrijk; als je niet continu de optimale zetten doet, kom je al snel achterop, en een achterstand is lastig in te halen. Dat brengt veel spanning met zich mee gedurende het hele spel, ondanks de relatieve vriendelijkheid vergeleken met veel interactievere 18xx-spellen. B&O duurt bovendien niet overdreven lang: ongeveer 4 uur voor beginners, dus goed op een normale spellenavond te spelen. Er is dus geen reden om het niet eens een keertje te proberen.

Nog een tip: er gaat veel tijd zitten in het wisselen van geld, en in het berekenen van de optimale opbrengst van een bedrijf (die lang niet altijd gelijk hoeft te zijn aan de maximale opbrengst!). Vervang het bijgeleverde papiergeld daarom zo snel mogelijk door pokerfiches, en download van BGG de B&O Assistant, een computerprogramma dat de omzetten van de bedrijven voor je uitrekent. Dat scheelt behoorlijk in speeltijd.

woensdag 29 december 2010

De beste spellen van 2010: #3 Speicherstadt

2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? Tot nieuwjaar laat ik mijn top-10 zien. Vandaag de nummer 3: Die Speicherstadt.

Natuurlijk is het leuk als goede spellen door Nederlandse uitgevers opgepikt worden. Maar wat is het jammer dat de vertaling zo vaak tegenvalt. De Speicherstadt is een mooi havenwijkje in Hamburg, met imposante pakhuizen. Het spel dat Stefan Feld daarover heeft gemaakt, heet zelfs in de Engelse uitgave gewoon "The Speicherstadt". Schitterende naam. En in het Nederlands maken ze er "Het Koopmanshuis" van. Tja... Maar genoeg over de naam, want er valt over dit spel verder veel positiefs te melden.

In Die Speicherstadt probeert iedere speler een handelsimperium in de Hamburgse haven te verkrijgen. Iedere ronde worden er een aantal kaarten opengedraaid en daarna geveild. De meest voorkomende kaarten zijn contracten en schepen. De contracten zijn punten waard, maar daarvoor moet je aan het eind van het spel wel de juiste goederen voor verzameld hebben. En die goederen krijg je als je schepen koopt: ieder schip neemt 3 goederen mee uit verre landen.

Daarnaast worden er ook gebouwen te koop aangeboden, waarmee je bijvoorbeeld goederen kan verkopen voor geld, of die extra punten waard zijn. Tenslotte kan je ook brandweermannen inhuren. Op gezette tijden (in totaal 5 keer in het spel) komt er een brand tevoorschijn, en dan verdient de speler met de meeste brandweermannen een oplopend aantal punten.

Tot zover klinkt het allemaal niet zo lastig. Het venijn zit in het biedsysteem. Je kan iedere ronde maar op 3 kaarten een bod uitbrengen. Dat doe je door een van je mannetjes bij een kaart te zetten; aan het eind van de ronde is die kaart dan voor jou, voor 1 muntstuk. Tenzij een tegenstander ook een mannetje bij die kaart zet. Weliswaar mag jij 'm dan nog steeds kopen, maar dan wel voor 2 munten. En heb je dat er niet voor over, dan krijgt de ander 'm voor 1 munt. En als er nog een poppetje bij dezelfde kaart gezet wordt, gaat het je al 3 kosten... En veel geld heb je meestal niet.

De kunst van het spel zit in het voorspellen wat de andere spelers gaan doen. Vooral bij je 2e en 3e mannetje is dat vaak goed mogelijk. En omdat je precies weet hoeveel geld de andere spelers hebben, kan je dus ook uitkienen waar je moet gaan staan om een kaart goedkoop op te pikken, of om een kaart duurder te maken voor een tegenstander (waardoor hij afziet van het kopen van een kaart die jij graag wil hebben).

De combinatie van een beperkt aantal biedingen en volledige informatie over wat je tegenstanders willen en kunnen trekt mij erg aan in dit spel. Het spelgevoel dat ik bij Die Speicherstadt heb lijkt erg veel op dat van een van mijn absolute favorieten: de Knizia-klassieker Ra. En dat terwijl de spelmechanismen en de te volgen strategieën compleet anders zijn. Al met al staat Die Speicherstadt op een verdiende derde plaats in de ranglijst over 2010.

dinsdag 28 december 2010

De beste spellen van 2010: #4 Dixit

2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? Tot nieuwjaar laat ik mijn top-10 zien. Vandaag de nummer 4: Dixit.

Dit is mijn lijst; ik bepaal de regels. Dixit is al uitgegeven in 2008, maar ik heb er dit jaar pas voor het eerst van gehoord. Net zoals de rest van de wereld, want het is pas eind 2009 uitgebracht buiten Frankrijk. En het heeft de Spiel des Jahres gewonnen in 2010. En daarom vind ik het een 2010 spel. En nog een van de beste ook.

Het basisprincipe van Dixit lijkt erg op dat van Appels en Peren: een van de spelers (de verteller) geeft een omschrijving; de andere spelers spelen een kaart die zo goed mogelijk aan die omschrijving voldoet. En wie dat het beste doet, krijgt de meeste punten. Het grootste verschil met Appels en Peren is dat in Dixit de omschrijving niet vastligt, maar door de verteller zelf gekozen wordt. En daar komt heel wat creativiteit bij kijken.

Iedere speler heeft een aantal kaarten in zijn hand. De verteller verzint bij een van zijn kaarten een woord, een zin, een verhaaltje, of wat hij maar wil. Alle andere spelers kiezen uit hun hand een kaart; alle kaarten worden midden op tafel gelegd, en iedereen kiest de kaart waarvan hij denkt dat de verteller 'm neergelegd heeft. Nu is het voor de verteller niet moeilijk om een kaart duidelijk te omschrijven, maar als iedereen het goed heeft, krijgt hij geen punten. En als iedereen het fout heeft, ook niet natuurlijk. Het is dus de kunst om een omschrijving te vinden die precies goed genoeg is dat sommige medespelers 'm doorgronden.

De afbeelding bovenaan dit bericht is trouwens afkomstig uit een prijsvraag die ik op BoardGameGeek gehouden heb. Deze tekening van de voorkant van de doos heb ik zelf gemaakt, en werd nog door een verrassend hoog aantal deelnemers herkend. De plaatjes in het spel zelf zijn van een veel hoger niveau, en de tekenares heeft knap werk verricht. Bij de meeste plaatjes zijn enorm veel omschrijvingen te bedenken van het juiste vaagheidsniveau.

De meeste party-spellen zijn geen echte uitdaging. Je speelt ze om gezellig bezig te zijn; niet om je hersens eens flink te laten werken, zoals veel andere spellen. Dixit is anders: je moet hier wel degelijk je best voor doen om dit te spelen. Maar dit keer gaat het niet om taktiek en strategie: bij Dixit gaat het om je creativiteit. Dit spel gaat mij in ieder geval niet snel vervelen.

maandag 27 december 2010

De beste spellen van 2010: #5 Dominion Alchemy

2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? Tot nieuwjaar laat ik mijn top-10 zien. Vandaag de nummer 5: Dominion Alchemisten.

Moet ik nog uitleggen wat Dominion is? Iedereen is nu toch wel bekend met het beste kaartspel van de laatste paar jaar. Nou goed, voor die paar mensen die de Spiel des Jahres-winnaar van 2009 gemist hebben: in Dominion probeer je een stapel kaarten te verzamelen die aan het eind van het spel zoveel mogelijk punten waard is. Daarvoor koop je eerst actiekaarten en geldkaarten, om aan het eind van het spel overwinningspunten aan te schaffen.

Het mooie van Dominion is dat in ieder spel maar een deel van de kaarten meedoet. In de basisset zijn 25 soorten actiekaarten meegeleverd, maar er doen er steeds maar 10 tegelijk mee. Zo kan je het spel eindeloos variëren. Maar omdat de actiekaarten voor de variatie zorgen, ben je al snel geneigd er te veel te kopen. Een strategie die vooral gebaseerd is op het kopen van geldkaarten, met 1 of 2 goed gekozen actiekaarten erbij, blijkt vaak de winnende te zijn, en ergens is dat toch wel een beetje jammer.

En toen was daar Alchemy, of "De Alchemisten" zoals deze uitbreiding in het Nederlands heet (ik heb de Engelse uitgave). Hierin worden de actiekaarten pontificaal op de voorgrond gezet. Niet alleen zitten er een paar bijzondere sterke actiekaarten tussen; ook zijn er een aantal kaarten die je belonen voor het hebben van veel actiekaarten, zoals de Vineyard en de Scrying Pool. En natuurlijk heeft vrijwel iedere kaart een "+1 actie", zodat je al je actiekaarten gewoon kan spelen, hoeveel je er in 1 beurt ook trekt.

Natuurlijk maakt deze nadruk op het spelen van actiekaarten de beurten wel langer. Maar wat betreft mijn eigen beurten vind ik dat helemaal niet erg. En dat ik dan ook wel eens een minuutje moet wachten tot iemand anders zijn actieketen heeft afgerond, ach, dat neem ik dan maar voor lief.

Ok, je krijgt er op den duur wel genoeg van om steeds met dezelfde sterke kaarten te spelen. Maar nu ik de Alchemy-kaarten samengevoegd heb met de kaarten uit de andere Dominion-dozen heb ik dat probleem ook niet meer, en zijn ze een welkome afwisseling, (Ik vind het daarbij niet echt nodig om de officiële aanwijzing te volgen dat je geen spel moet spelen met maar 1 Alchemy-kaart. Ze zijn sterk genoeg om op zichzelf te staan, zelfs al moet je daarvoor een toverdrankje kopen.)

zondag 26 december 2010

De beste spellen van 2010: #6 Sun, Sea & Sand

2010 loopt op zijn einde, dus is het een goed moment om eens terug te blikken. Wat waren de beste nieuwe spellen van het bijna afgelopen jaar? Tot nieuwjaar laat ik mijn top-10 zien. Vandaag de nummer 6: Sun, Sea & Sand.

Als je mij zou vragen wat belangrijker is in een spel, het thema of de spelmechanismen, dan kies ik natuurlijk voor het laatste. Maar toch merk ik steeds vaker dat het thema ook een heel belangrijke rol speelt. Zoals ik al schreef in mijn bespreking van Fresco kan een goed gekozen en goed geïmplementeerd thema wonderen doen voor mijn beleving van een spel. Als het thema in orde is, is een spel makkelijker uit te leggen, makkelijker om over te praten, en makkelijker te spelen, omdat de termen om het spelverloop te beschrijven zo logisch en vanzelfsprekend zijn.

Sun, Sea & Sand is weer een goed voorbeeld. Je hebt echt het idee dat je een vakantiepark aan het opzetten bent, met bijbehorende bungalows om de touristen te huisvesten, en attracties om ze langer in je park te laten blijven.

Maar het thema alleen is niet voldoende. Het spel zit ook technisch goed in elkaar. Het basisidee is niet nieuw: iedere ronde kan je voor ieder van je gezinsleden een actie kiezen. Maar in Sun, Sea & Sand is er een kleine maar interessante variatie: niet iedere actie kost evenveel tijd. Als je een simpele actie doet als een reclamebordje ophangen, krijg je je mannetje aan het eind van de beurt terug. Maar het aanleggen van een tennisbaan of zwembad kost 3 weken, dus ben je dat familielid nog twee extra beurten kwijt.

Het interessantst is de interactie met de boten. Iedere week komt er een nieuwe boot aan, met enkele groepjes touristen. Je kan met 1 actie een groepje van 1 tot 4 touristen ophalen van de boot van deze week. Maar je kan ook alvast een groepje van de boot van volgende week reserveren. Die touristen worden nog even in de wacht gezet, maar je gezinslid ben je ook een beurt langer kwijt! Zo is het een heel gepuzzel om je park zo goed mogelijk bezet te houden; het liefst met de kleuren touristen die overeenkomen met de door jou aangelegde attracties.

Ik heb dit spel op Essen aangeschaft enkel op basis van een omschrijving van een paar zinnen en mijn eerdere ervaringen met spellen van dezelfde ontwerper, Corné van Moorsel. Dat het me zo goed bevalt, doet me uitkijken naar wat hij volgend jaar weer gaat uitbrengen. Jammer dat Corné van tevoren zo weinig reclame voor zijn nieuwe spellen maakt; ze verdienen een groter publiek.